Liturgie Welkom Opw 136 Ps 89 6 7



















































- Slides: 51
Liturgie Welkom Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Voorganger: ds. F. H. Folkerts Organist: br. <naam organist> Beamist: br. D. D. Rouwhorst Opmerkingen kunt u melden bij de leden van het Beam. Team: Karel Moes, Derk Rouwhorst, Sandra Spriensma en Pieter Wiltjer. De Bijbelteksten in deze presentatie zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004, tenzij anders vermeld. Mededelingen of aankondigingen op de beamer? Voor vrijdag 18. 00 uur mailen naar: beamer‑haulerwijk@hotmail. com.
Liturgie zondag 16 juni 09: 15 Oppas (Hennie & Gerrie) 89: 6, 7 09: 30 Kerkdienst: ds. F. H. Folkerts (Assen-West) 297 - Voorbedezondag Evangelisatie Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 14: 00 Leesdienst: br. J. Meier - Voorbedezondag Evangelisatie 13: 5 40: 4, 7 Hand. 15: 22 woensdag 19 juni – 41 19: 30 Repeteren Praiseband “Line Up” 37: 4, 6 Hand. 15: 36 zondag 23 juni – 41 481: 1, 2, 4 09: 15 Oppas (Immanuël & Irene) 118 09: 30 Leesdienst: br. W. Schaaij 14: 00 Kerkdienst: ds. S. Otten (Assen) Opw. 136 Ps. Ld. Lz. Ps. Lz. Gz. T. Gz. Agenda aanstaande week
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Uitleg bloemstuk
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Votum en zegengroet On-ze hulp is in de naam van de HE - RE, die he-mel en aar-de ge-maakt heeft. A - men.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opwekking 136: 1 -3 1 Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe. Ps. 89: 6, 7 U alleen doorgrondt mijn hart, Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– U behoort het toe. 37; 12: 24 – Laat mijn hart steeds vurig zijn, 13: 5 Ps. 40: 4, 7 U laat nooit alleen Lz. Hand. 15: 22 Abba, Vader, U alleen – 41 U behoor ik toe. Gz. 37: 4, 6 Opw. 136 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opwekking 136: 1 -3 2 Abba, Vader, laat mij zijn slechts van U alleen Ps. 89: 6, 7 Dat mijn wil voor eeuwig zij Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– d' uw' en anders geen. 37; 12: 24 – Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer. 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Laat mij nimmer gaan. Lz. Hand. 15: 22 Abba, Vader, laat mij zijn – 41 slechts van U alleen. Gz. 37: 4, 6 Opw. 136 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opwekking 136: 1 -3 3 Abba, Father, let me be Yours and Yours alone. Ps. 89: 6, 7 May my will forever be Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– evermore Your own. 37; 12: 24 – Never let my heart grow cold. 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Never let my go. Lz. Hand. 15: 22 Abba, Father let me be – 41 Yours and Yours alone. Gz. 37: 4, 6 Opw. 136 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Psalm 89: 6, 7 6 Wij loven, HEER, de macht van uw verheven hand, uw uitgestrekte arm houdt al uw werk in stand. Gij hebt uw troon gegrond op recht en waarheid beide als pijlers van uw heil, onwrikbaar door de tijden, en als herauten gaan U voor op al uw schreden uw goedheid en uw trouw, o Vorst van onze vrede.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Psalm 89: 6, 7 7 Hoe zalig is het volk dat U de lofzang zingt, dat uitbreekt in gejuich als de bazuin weerklinkt. Uw lichtend aangezicht zal altijd hen geleiden. Zij zullen in uw naam zich dag aan dag verblijden, zij gaan in vrede voort, zij wandlen voor uw ogen, want uw rechtvaardigheid zal hen voorgoed verhogen.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Gezang 297: 1, 2 1 Toch overwint eens de genade, en maakt een einde aan de nacht. Ps. 89: 6, 7 Dan onderwerpt de Heer het kwade, Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– dan is de strijd des doods volbracht. 37; 12: 24 – De wereld treedt in 's Vaders licht, 13: 5 verheerlijkt voor zijn aangezicht. Ps. 40: 4, 7 Opw. 136 Lz. Hand. 15: 22 – 41 2 O welk een vreugde zal het wezen, Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 als Hem elk volk is toegedaan. – 41 Uit aard' en hemel opgerezen, Gz. 481: 1, 2, 4 vangt dan het nieuwe loflied aan, Gz. 118 als ieder voor de Heer zich buigt en aller stem Gods lof getuigt.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 4: 32 -37 Het gemeenschappelijke bezit 32 De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk. 33 De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 4: 32 -37 34 Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 35 en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld. 36 Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. 37 Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Lezen Handelingen 12: 24 – 13: 5 24 Het woord van God verspreidde zich en vond steeds meer gehoor. Ps. 89: 6, 7 25 Barnabas en Saulus keerden terug uit Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– Jeruzalem na daar hun gift overhandigd 37; 12: 24 – te hebben. Ze namen Johannes Marcus met zich mee. 13: 5 Opw. 136 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 12: 24 – 13: 5 Uitzending van Barnabas en Saulus: de eerste reis 13 1 Er waren in de gemeente van Antiochië profeten en leraren, onder wie Barnabas, Simeon die Niger werd genoemd, Lucius de Cyreneeër, Manaën, een jeugdvriend van de tetrarch Herodes, en Saulus. 2 Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei de heilige Geest tegen hen: ‘Stel mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak die ik hun heb toebedeeld. ’
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 12: 24 – 13: 5 3 Nadat ze gevast en gebeden hadden, legden ze hun de handen op en lieten hen vertrekken. 4 Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus, 5 waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Psalm 40: 4, 7 4 Ik breng de blijde boodschap van uw recht aan al wie U zijn toegedaan, dat zij uw wonderen verstaan in 't woord dat Gij mij op de lippen legt. Ik spreek dat woord met klaarheid, opdat uw trouw en waarheid door elk begrepen wordt. HEER, ik weerhoud mij niet, maar loof U in mijn lied met een blijmoedig hart.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Psalm 40: 4, 7 7 Laat wie uw heil beminnen hier en nu in U verheugd zijn, U ter eer uitroepen: groot is onze HEER! Laat wie U zoeken jubelen in U! Al leef ik in ellende, de Here zal het wenden, de Heer ziet naar mij om. Gij die mijn helper zijt, mijn God die mij bevrijdt, o toef niet langer, kom!
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 15: 22 -41 22 Daarop besloten de apostelen en de oudsten in overleg met de hele gemeente enkele afgevaardigden met Paulus en Barnabas mee te zenden naar Antiochië. De keuze viel op twee leiders uit de gemeente: Judas, wiens bijnaam Barsabbas luidde, en Silas. 23 Men gaf hun een brief mee met de volgende inhoud: ‘Van de apostelen en de oudsten. Aan hun broeders en zusters in Antiochië, Syrië en Cilicië die uit de heidense volken afkomstig zijn: gegroet!
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 15: 22 -41 24 Wij hebben vernomen dat enkelen van ons u een bezoek hebben gebracht – zonder dat wij hun dat hadden opgedragen – en dat hun uitspraken aanleiding zijn geweest tot verwarring en verontrusting. 25 Daarom hebben we eensgezind besloten enkele broeders naar u toe te zenden in het gezelschap van onze geliefde Barnabas en Paulus, 26 mensen die hun leven op het spel hebben gezet voor de naam van onze Heer Jezus Christus. 27 We hebben Judas en Silas afgevaardigd, en zij zullen de inhoud van deze brief mondeling toelichten.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 15: 22 -41 28 In overeenstemming met de heilige Geest hebben wij namelijk besloten u geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is: 29 onthoud u van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit, en van ontucht. Als u zich hier aan houdt, doet u wat juist is. Het ga u goed. ’ 30 Ze namen afscheid en vertrokken naar Antiochië, en nadat ze daar de gemeente hadden bijeengeroepen, overhandigden ze de brief.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 15: 22 -41 31 Toen de brief was voorgelezen, verheugde de gemeente zich over de bemoedigende inhoud. 32 Judas en Silas, die zelf ook profeten waren, hielden een lange toespraak waarin ze de gelovigen bemoedigden en sterkten. 33 Ze brachten enige tijd in Antiochië door en werden toen met een vredeswens door de gelovigen teruggezonden naar degenen die hen hadden afgevaardigd. 34 35 Paulus en Barnabas bleven in Antiochië, waar ze met nog vele anderen de boodschap van de Heer onderwezen en verkondigden.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lezen Handelingen 15: 22 -41 De tweede zendingsreis 36 Niet lang daarna zei Paulus tegen Barnabas: ‘Laten we teruggaan naar alle steden waar we het woord van de Heer hebben verkondigd, om te zien hoe het daar met de leerlingen gaat. ’ 37 Barnabas wilde ook Johannes Marcus meenemen, 38 maar Paulus voelde daar niets voor, omdat hij hen in Pamfylië in de steek had gelaten en niet langer had deelgenomen aan hun zendingswerk.
Liturgie Lezen Handelingen 15: 22 -41 39 Een en ander leidde tot grote onenigheid, zodat ze uit elkaar gingen en Ps. 89: 6, 7 Barnabas samen met Marcus naar Cyprus Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– vertrok. 40 Paulus koos Silas als 37; 12: 24 – reisgezel en vertrok eveneens, nadat de gelovigen hem aan de genade van de 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Heer hadden toevertrouwd. 41 Hij trok Lz. Hand. 15: 22 door Syrië en Cilicië, waar hij de – 41 gemeenten bemoedigde. Gz. 37: 4, 6 Opw. 136 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Gezang 37: 4, 6 4 Uw wil geschiede wereldwijd op vleugels van gehoorzaamheid. Ps. 89: 6, 7 Zoals een engel op uw wenk Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– uw woord volvoert, uw wil volbrengt. 37; 12: 24 – Laat ons U volgen, hemelbreed, 13: 5 met zelfverloochening bekleed. Ps. 40: 4, 7 Opw. 136 Lz. Hand. 15: 22 – 41 6 Vergeef ons onze schulden, Heer, Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 de overtreding keer op keer, – 41 zoals ook wij doen aan elkaar Gz. 481: 1, 2, 4 dat elk vergeeft zijn schuldenaar. Gz. 118 In Christus Jezus leven wij en in zijn kracht vergeven wij.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Tekst Handelingen 15: 36 -41 De tweede zendingsreis 36 Niet lang daarna zei Paulus tegen Barnabas: ‘Laten we teruggaan naar alle steden waar we het woord van de Heer hebben verkondigd, om te zien hoe het daar met de leerlingen gaat. ’ 37 Barnabas wilde ook Johannes Marcus meenemen, 38 maar Paulus voelde daar niets voor, omdat hij hen in Pamfylië in de steek had gelaten en niet langer had deelgenomen aan hun zendingswerk.
Liturgie Tekst Handelingen 15: 36 -41 39 Een en ander leidde tot grote onenigheid, zodat ze uit elkaar gingen en Ps. 89: 6, 7 Barnabas samen met Marcus naar Cyprus Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– vertrok. 40 Paulus koos Silas als 37; 12: 24 – reisgezel en vertrok eveneens, nadat de gelovigen hem aan de genade van de 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Heer hadden toevertrouwd. 41 Hij trok Lz. Hand. 15: 22 door Syrië en Cilicië, waar hij de – 41 gemeenten bemoedigde. Gz. 37: 4, 6 Opw. 136 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Preek
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Lied 481: 1, 2, 4 1 O grote God die liefde zijt, o Vader van ons leven, Ps. 89: 6, 7 vervul ons hart, dat wij altijd Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– ons aan uw liefde geven. 37; 12: 24 – Laat ons het zout der aarde zijn, 13: 5 Ps. 40: 4, 7 het licht der wereld, klaar en rein. Lz. Hand. 15: 22 Laat ons uw woord bewaren, – 41 uw waarheid openbaren. Gz. 37: 4, 6 Opw. 136 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Lied 481: 1, 2, 4 2 Maak ons volbrengers van dat woord, getuigen van uw vrede, Ps. 89: 6, 7 dan gaat wie aarzelt met ons voort, Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– wie afdwaalt met ons mede. 37; 12: 24 – Laat ons getrouw de weg begaan 13: 5 Ps. 40: 4, 7 tot allen die ons verre staan Lz. Hand. 15: 22 en laat ons zonder vrezen – 41 de minste willen wezen. Gz. 37: 4, 6 Opw. 136 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Lied 481: 1, 2, 4 4 Wij danken U, o liefde groot, dat Christus is gekomen. Wij hebben in zijn stervensnood uw diepste woord vernomen. Nog klinkt dat woord; het spreekt met macht en het wordt overal volbracht waar liefde wordt gegeven, wij uit uw liefde leven.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Collecte Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Eredienst & Rente en Aflossing
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Gezang 118: 1 -3 1 God is getrouw, zijn plannen falen niet. Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen. Die 't heden kent, de toekomst overziet, laat van zijn woorden geen ter aarde vallen, en 't werk der eeuwen, dat zijn Geest omspant, volvoert zijn hand.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Gezang 118: 1 -3 2 De Heer regeert, zijn koninkrijk staat vast, zijn heerschappij omvat de loop der tijden. Zijn sterke hand, die nooit heeft misgetast, blijft met heilig zwaard des Geestes strijden. De adem van zijn lippen overmant de tegenstand.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 Gezang 118: 1 -3 3 De Heilge Geest, die in de waarheid leidt, doet aan zijn kerk Gods heilgeheimen weten. Die nimmer van haar wijkt in eeuwigheid, heeft zijn bestek met wijsheid uitgemeten. Zo bouwt Hij Christus' kerk van land tot land met vaste hand.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118
Amen Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118 A - men, a - men.
Liturgie Opw. 136 Ps. 89: 6, 7 Ld. 297 Lz. Hand. 4: 32– 37; 12: 24 – 13: 5 Ps. 40: 4, 7 Lz. Hand. 15: 22 – 41 Gz. 37: 4, 6 T. Hand. 15: 36 – 41 Gz. 481: 1, 2, 4 Gz. 118














































