Werkwoordspellin g Tegenwoordige tijd Verleden tijd Voltooide tijd Onvoltooide tijd Bijvoeglijk naamwoord Engelse werkwoorden
Tegenwoordige tijd • Regels en knelpunten:
Tegenwoordige tijd • Je/jij ervoor stam+t • Je/jij erachter stam (maar niet als het jouw of jou betekent!) • • (fietsen) je altijd naar school als het regent? Je (pakken) elke keer de verkeerde boeken. (koken) je vader elke zaterdag? Mijn zus (vinden) je leuk. • Twijfel je over wel/niet +t?
Verleden tijd • Regels en knelpunten:
Verleden tijd Vind de stam • Infinitief min -en Uitgang met d of t? • Het sexy fokschaap • Wel? t. Niet? d. Enkelvoud of meervoud? • Enkelvoud: +-e • Meervoud: + -en
Verleden tijd • Knelpunten: • z/s en v/f • Enkelvoud of meervoud? • • • De hond van de buren Ik en mijn zus Mijn vriendengroep Tante Cora Zij
Voltooide tijd • Regels en knelpunten:
Voltooide tijd Vind de stam • Infinitief min -en Laatste letter –d of –t? • Het sexy fokschaap • Wel? t. Niet? d. ge- toevoegen? • Meestal wel • Niet bij voorvoegsel ge- / be- / ver-
Sterke werkwoorden • Volgen de regels niet: • • Klinker verandert in vt Voltooid deelwoord op –en Stam verandert helemaal Of combinatie hiervan • Voorbeeld: • Vangen – ving • Wassen – gewassen • Kopen – kocht • Werkwoord ‘zijn’ Lastig? Lijst met onregelmatige werkwoorden