Theorie werkwoordspelling tegenwoordige tijd Werkwoordspelling t t Schema

  • Slides: 7
Download presentation
Theorie werkwoordspelling tegenwoordige tijd

Theorie werkwoordspelling tegenwoordige tijd

Werkwoordspelling t. t. Schema

Werkwoordspelling t. t. Schema

[logo NN] Hoofdstuk 3 | Spelling| Persoonsvorm tegenwoordige tijd| 1 F Hoofdstuk 4 Grammatica

[logo NN] Hoofdstuk 3 | Spelling| Persoonsvorm tegenwoordige tijd| 1 F Hoofdstuk 4 Grammatica en spelling De tegenwoordige tijd © Noordhoff Uitgevers bv 2012 1 vmbo-bk 2 F

[logo NN] Hoofdstuk 3 | Spelling| Persoonsvorm tegenwoordige tijd| 1 F 0 Persoonsvorm tegenwoordige

[logo NN] Hoofdstuk 3 | Spelling| Persoonsvorm tegenwoordige tijd| 1 F 0 Persoonsvorm tegenwoordige tijd • Als de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd staat, dan gaat het over nu. • Bij de meeste werkwoorden hoor je of er een -t achter de stam komt. Voorbeeld: lopen, ik loop, hij loopt. • Bij werkwoorden die eindigen op -den hoor je niet of er een -t achter de stam moet. Voorbeeld: rijden, ik rijd, hij rijdt. • Vervang het werkwoord door een vorm van ‘lopen’. Dan hoor je of er een -t achter de stam komt. Voorbeeld: hij loopt hij rijdt.

Persoonsvorm tegenwoordige tijd pv - tt regel werkwoord: lopen worden enkelvoud ik, … jij

Persoonsvorm tegenwoordige tijd pv - tt regel werkwoord: lopen worden enkelvoud ik, … jij stam loop word enkelvoud hij, zij, het, jij, je stam + t loopt wordt meervoud wij, jullie, zij het hele werkwoord lopen worden

Vul het schema aan pv-tt regel werkwoord: koken branden enkelvoud ik, … jij stam

Vul het schema aan pv-tt regel werkwoord: koken branden enkelvoud ik, … jij stam kook brand enkelvoud hij, zij, het, jij, je stam + t kookt brandt hele werkwoord koken branden meervoud wij, jullie, zij

[logo NN] Hoofdstuk 3 | Spelling| Persoonsvorm tegenwoordige tijd| 1 F Wat is de

[logo NN] Hoofdstuk 3 | Spelling| Persoonsvorm tegenwoordige tijd| 1 F Wat is de juiste vorm? 1. praten praat veel. Ik ………. . 2. schrijven schrijft een boodschappenbriefje. Madelon. . ………… 3. houden houdt van de kleur blauw. Hij …………. 4. bieden biedt 150 euro voor mijn fiets. Youssef ………. . . 5. dansen heel mooi. Jullie ……………