Sterke werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd o









- Slides: 9
Sterke werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd (o. t. t. ) Om de uitleg te volgen, moet je steeds op de linker muisknop klikken. Lees wel alles goed voordat je doorgaat! Daarna leren!
Sterke werkwoorden Hoe herken je die eigenlijk? Het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord eindigt op –en De klank van de stam verbuigt in de verleden tijd Bijvoorbeeld: slapen – sliep – geslapen = schlafen – schlief – geschlafen lesen – las – gelezen = lesen – las – gelesen (Meestal zijn de Duitse ook de Nederlandse sterke werkwoorden)
De vervoeging van een sterk werkwoord is anders dan van een zwak werkwoord. Je gaat namelijk niet steeds van dezelfde stam uit. Er kunnen wijzigingen optreden in de tegenwoordige tijd. ich lese du liest ich helfe du hilfst ich fahre du fährst
STERK WERKWOORD (o. t. t. ) Een gewoon sterk werkwoord heeft in de tegenwoordige tijd dezelfde vervoeging als een zwak werkwoord. ich komm e du komm st er komm t sie komm t es komm t wir komm en ihr komm t sie komm en Sie komm en
Een sterk werkwoord met een "a" in de stam heeft in de tegenwoordige tijd een afwijking bij "du – er – sie – es" er komt een Umlaut op de ä ich fahr e du fahr st fähr er fahr t fähr sie fahr t fähr es fahr t fähr wir fahr en ihr fahr t sie fahr en Sie fahr en
Een sterk werkwoord met een "e" in de stam heeft in de tegenwoordige tijd een afwijking bij "du – er – sie – es" er komt een i ich helf e of een ie du hilf helf st in plaats van de "e" er hilf helf t sie hilf helf t es hilf helf t wir helf en ihr helf t sie helf en Sie helf en
Je hebt net een voorbeeld met een –i gezien. Nu nog een voorbeeld met een –ie. Meestal heeft dat verschil te maken met de uitspraak van de e: lange e lange ie korte e korte i ich les e du les st lies t er les t lies sie les t lies es les t lies wir les en ihr les t sie les en Sie les en
Als zo’n a of e verandert, dan mag er geen extra –e meer in de uitgang komen. Er mag maar 1 verandering per keer plaats vinden! Kijk naar de uitleg via het sterke werkwoord ich halte halt du hältest hält. X er hältt hält. X wir halten halt ihr haltet halt sie halten Sie halten! du hältst hält er hält -> Hier blijft dus wel de extra "e" !
Nu heb je de theorie gehad. Nu weet je hoe een sterk werkwoord in de tegenwoordige tijd werkt, maar let altijd goed op. Achter in je boek kun je steeds zien, of en hoe de stamklinker verandert.