Hoofdstuk 2 De winstmarge VWO 3 Je eigen
































- Slides: 32
Hoofdstuk 2 De winstmarge VWO 3
Je eigen broodjeszaak openen! �Stel, je verkoopt ieder broodje voor € 3, �Stel, je hebt het broodje voor € 1, - ingekocht. �Je maakt winst … �Steek je precies die 2 euro in je zak? Of heb je eigenlijk nog meer kosten? �Welke winst maak je uiteindelijk gemiddeld per broodje?
Winstopslag �De meeste bedrijven hebben als doel het maken van winst. �Wat moet je hiervoor minimaal doen? �We kennen 2 soorten winst: �Brutowinst �Nettowinst
Procenten �Je moet realiseren dat iets meer of minder dan 100% kan zijn.
1: Brutowinst �Manier 1: Omzet - Inkoopwaarde van de omzet = Brutowinst �Manier 2: Verkoopprijs - Inkoopprijs = Brutowinst �Je hebt twee soorten brutowinst namelijk: brutowinstopslag OF -marge p/product �Omzet = afzet * verkoopprijs �Inkoopwaarde van de omzet= afzet * inkoopprijs � Afzet = Hoeveelheid verkochte producten
Voorbeeld 1 De inkoopprijs is € 40, -. De brutowinst is 25% van de inkoopprijs. àBereken de verkoopprijs 125 % - inkoopprijs 100 % = Brutowinst 25 % € 40 x 1, 25 = € 50
Voorbeeld 2 De inkoopprijs is € 40, -. De brutowinst is 20% van de verkoopprijs. àBereken de verkoopprijs. Verkoopprijs 100 % - inkoopprijs 80 % = Brutowinst 20 % € 40 / 80 x 100 = € 50
�Opslag en marge dat verschil hoeven de ll niet meer te kennen. �Dus de volgende dia’s 7 tm 10 zijn dit jaar niet meer van toepassing.
P/P Brutowinstopslag of -marge Brutowinstopslag Brutowinstmarge Inkoopprijs 100% 75% Brutowinstopslag/marge + 10% + 25% Verkoopprijs = 110% = 100% Er is sprake van een brutowinst. OPslag als de ondernemer zelf de verkoopprijs vaststelt. Een percentage van de inkoopprijs. Je mag zélf bepalen hoeveel er boven. OP komt. (Inkoopprijs is dus 100%) Er is sprake van een brutowinstmarge als de ondernemer de verkoopprijs niet kan vaststellen. Een percentage van de verkoopprijs. LET OP: (Verkoopprijs is dus 100%) Er zijn dus 2 verschillende termen. Bij elke term is een ander getal 100%
Het komt er boven. OP. Je mag zélf bepalen hoeveel. Oefenopgave �Een handelsonderneming koopt een product in tegen € 14, - per product. �Bereken de verkoopprijs als de brutowinstopslag 30% bedraagt. Brutowinstopslag Inkoopprijs 100% € 14, 00 + Brutowinstopslag + 30% € 4, 20 = Verkoopprijs = 130% € 18, 20 € 14 / 100 x 30 = € 4, 20 € 14 + € 4, 20 = € 18, 20
Oefenopgave �Een handelsonderneming koopt een product in tegen € 14, - per eenheid. �Bereken de verkoopprijs als de brutowinstmarge 30% bedraagt. Brutowinstmarge Inkoopprijs 70% € 14, 00 Brutowinstmarge + 30% € 6, 00 Verkoopprijs = 100% € 20, 00 € 14, 00 / 70 = € 0, 20 (1%) € 0, 20 * 100% = € 20, 00
!! Notitie !! Het boek hanteert soms een andere terminologie: Brutowinstmarge van de inkoopprijs = brutowinstopslag Opgave 3 a, 4 b, 7,
2: Nettowinst �Omzet - Inkoopwaarde van de omzet = Brutowinst - Overige bedrijfskosten = Nettowinst �Nettowinst is het inkomen voor de eigenaar van de winkel.
Huiswerk: Lezen H 2 Maken vraag 1 t/m 5
Antwoorden Opgave 1 1 a) 1 b) 1 c) 1 d) 1 e) 0, 56 x € 400 = € 224, 0, 02 x € 60 = € 1, 20 3, 2 x € 240 = € 768, 0, 002 x € 35 = € 0, 07 0, 015 x € 8. 000 = € 120, -
Opgave 2 • 2 a) € 56 / € 350 x 100% = 16% (wat/waarvan * 100%) • 2 b) € 10, 90 / € 54, 50 x 100% = 20% (wat/waarvan * 100%) • 2 c) € 194, 40 / € 144 x 100% = 135% (wat/waarvan * 100%) • 2 d) € 1, 75 / € 0, 50 x 100% = 350% (wat/waarvan * 100%)
Opgave 3 A. Inkoopprijs 100% € 575, - Brutowinstopslag 20% € 115, - Verkoopprijs (omzet) 120% € 690, - € 575 x 1, 2 = € 690, Of: € 575 / 100 * 20 = € 115, En € 575 + € 115 = € 690, -. Je mag het schema ook omdraaien: omzet 120% 690, - inkoopprijs 100% 575, brutowinst 20% 115, - Noteer hoe je aan je antw. komt ! Er zijn verschillende manieren
Opgave 3 B. Inkoopprijs 82% € 184, 50 Brutowinstmarge 18% € 40, 50 Verkoopprijs € 225, - 100% € 225, - / 100 * 82 = € 184, 50 Noteer hoe je aan je antw. komt ! Je mag het schema ook omdraaien: omzet 100% 225, - inkoopprijs 82% brutowinst 18%
Omzet - Inkoopwaarde Brutowinst - Bedrijfskosten Nettowinst
Opgave 4 A. Inkoopprijs 85% € 340, - Brutowinstmarge 15% € 60, - Verkoopprijs 100% € 400, - € 340, - / 85 * 100 = € 400, B. Inkoopprijs 100% € 270, - Brutowinstopslag 30% € 81, - Verkoopprijs 130% € 351, - / 130 * 100 = € 270, -
Opgave 5 A. Inkoopprijs: € 270, 90 Hoeveel procent is de verkoopprijs? 100% € 270, 90 / 75 * 100 = € 361, 20 75% B. Hoe kunnen we nu de brutowinst per stuk berekenen? € 361, 20 - € 270, 90 = € 90, 30 Inkoopprijs C. € 90, 30 / 270, 90 * 100% = 33, 3% 75% € 270, 90 Brutowinstmarge 25% € 90, 30, - Verkoopprijs € 361, 20, - 100%
Huiswerk Maken: Vraag 6 t/m 9
Opgave 6 A+B Inkoopprijs: € 34. 000 Inkoopprijs 68% € 34. 000, - Brutowinstmarge 32% € 16. 000, - Verkoopprijs 100% € 50. 000, - Hoeveel procent is de verkoopprijs? 100% Hoeveel procent is de brutowinst? 32% Hoeveel procent is de inkoopprijs dan? 68% € 34. 000 / 68 * 100 = € 50. 000, - C. Nettowinst: Brutowinst – bedrijfskosten Brutowinst = Loonkosten = Rentekosten = Administratiekosten = Transportkosten = Nettowinst = € 16. 000 € 6. 500 € 1. 500 € 300 € 1. 200 € 6. 500
Opgave 7 A Inkoopprijs: € 15. 000 Inkoopprijs 100% € 15. 000, - Brutowinstopslag 60% € 9. 000, - Verkoopprijs 160% € 24. 000, - Hoeveel procent is de verkoopprijs? 160% Hoeveel procent is de brutowinst? 60% Hoeveel procent is de inkoopprijs dan? 100% € 15. 000, - * 1, 60 = € 24. 000, € 24. 000 - € 15. 000 = € 9. 000 B. Verkoopprijs inclusief korting = € 24. 000 x 0, 60 = € 14. 400 Verkoop – inkoop = winst = € 14. 400 - € 15. 000 = - € 600 (dus verlies)
Opgave 8 A Inkoopprijs: € 139. 200 Inkoopprijs 75% € 139. 200, - Brutowinstmarge 25% € 46. 400, - Verkoopprijs 100% € 185. 600, - Hoeveel procent is de verkoopprijs? 100% Hoeveel procent is de brutowinst? 25% Hoeveel procent is de inkoopprijs dan? 75% € 139. 200 / 75 * 100 = € 185. 600, € 185. 600 - € 139. 200 = € 46. 400 B. Brutowinst = Loonkosten = Rentekosten = Administratiekosten = Transportkosten = Nettowinst = € 46. 400 € 21. 000 € 3. 500 € 400 € 3. 100 € 18. 400 8 c) € 18. 400 / € 185. 600 x 100% = 9, 9%
Opgave 9 A Inkoopprijs: € 525 Inkoopprijs 100% € 525, - Brutowinstopslag 60% € 315, - Verkoopprijs 160% € 840, - Hoeveel procent is de verkoopprijs? 160% Hoeveel procent is de brutowinst? 60% Hoeveel procent is de inkoopprijs dan? 100% € 525 * 1, 60 = € 840, - per paar! B. Het kortingsbedrag dat gegeven kan worden bedraagt € 315 / € 840 x 100% = 37, 5% 9 c) De korting per paar bedraagt: 0, 60 x € 840 = € 504 De verkoopprijs per paar bedraagt dan: € 840 - € 504 = € 336 Verlies per paar bedraagt in dat geval: € 525 - € 336 = € 189 Het verlies voor de oude collectie van 15 schoenen is dan: € 189 x 15 = € 2. 835
Extra oefensom 1 Verp licht aant eken ingen make n! Een bedrijf heeft in 2002 een bruto winst gemaakt van € 180. 000, -. De bruto winst was 30% van de inkoopprijs. � Bereken de omzet van dit bedrijf in 2002. De bedrijfskosten in 2002 waren € 82. 500, -. � Bereken de netto winst in procenten van de omzet. Geef de uitkomst in één decimaal nauwkeurig.
Antwoord extra oefensom 1 � Omzet - Inkoopwaarde Brutowinst ? ? € 180. 000 130% 100% 30% € 180. 000 / 30 x 130 = € 780. 000. �Netto winst = 180. 000 - 82. 500 = 97. 500 �Netto winst in % van de omzet = 97. 500/780. 000 x 100% = 12, 5%.
Extra oefensom 2 Verp licht aant eken ingen make n! Juni inkoop: 100 T-shirtjes à € 2, 50 per stuk. De normale bruto winst is 150% van de inkoopprijs. Voorraad eind september: 40 T-shirtjes. De manager besloot de resterende T-shirtjes in oktober in de aanbieding te doen met een korting van 60% van de normale verkoopprijs. Alle T-shirtjes werden tijdens de aanbieding verkocht. �Wat was de normale verkoopprijs van de T-shirtjes? �Wat was de prijs van de T-shirtjes tijdens de aanbieding? �Bereken hoeveel winst/verlies er in totaal is gemaakt op de T-shirtjes.
Antwoord extra oefensom 2 �Normale vp = € 2, 50 x 2, 5 = € 6, 25 (of: € 2, 50 / 100 x 250 = € 6, 25) �Vp met korting = 0, 40 x € 6, 25 = € 2, 50 euro. (of: € 6, 25 / 100 x 60 = € 3, 75 korting. € 6, 25 - € 3, 75 = € 2, 50. ) �Winst = 60 x (€ 6, 25 - € 2, 50) = € 225, -. Verlies = 40 x (€ 2, 50 - € 2, 50) = 0. Totale winst = € 225, -.
Volgende lessen: We gaan verder in op het onderwerp: “Verzekeren” Pincode hoofdstuk 8 Neem je boek dus weer mee!
Wat kost een koffie �http: //www. uitzendinggemist. nl/afleveringen/1292060
































