gelijkenis van het verloren schaap en de verloren

  • Slides: 27
Download presentation
gelijkenis van het verloren schaap en de verloren penning 1 juli 2018 Hendrik Ido

gelijkenis van het verloren schaap en de verloren penning 1 juli 2018 Hendrik Ido Ambacht

Lukas 15 1 Al de tollenaars en de zondaars nu kwamen bij Hem om

Lukas 15 1 Al de tollenaars en de zondaars nu kwamen bij Hem om Hem te horen. 2 En de Farizeeën en de schriftgeleerden morden onder elkaar en zeiden: Deze Man ontvangt zondaars en eet met hen. 3 En Hij sprak deze gelijkenis tot hen en zei: Gelijkenis van het verloren schaap 4 Welk mens onder u die honderd schapen heeft en er één van verliest, verlaat niet de negenennegentig in de woestijn en gaat achter het verlorene aan, totdat hij het vindt? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol blijdschap op zijn schouders. 6 En als hij thuiskomt, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: Wees blij met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. 7 Ik zeg u dat er evenzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebben.

Lukas 15 Gelijkenis van de verloren penning 8 Of welke vrouw, die tien penningen

Lukas 15 Gelijkenis van de verloren penning 8 Of welke vrouw, die tien penningen heeft en één penning verliest, steekt niet een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij die vindt? 9 En als zij hem gevonden heeft, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt: Wees blij met mij, want ik heb de penning gevonden die ik verloren had. 10 Zo zeg Ik u, is er blijdschap vóór de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.

Handelingen 28 28 Laat het, dan, aan jullie bekend zijn, dat deze redding van

Handelingen 28 28 Laat het, dan, aan jullie bekend zijn, dat deze redding van God tot de natiën werd gezonden, en zíj zullen horen.

Mattheus 18 12 Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan

Mattheus 18 12 Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig achterlaten op de bergen en het afgedwaalde gaan zoeken? 13 En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.

Ezechiël 34 11 Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Zelf naar

Ezechiël 34 11 Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen en naar ze op zoek gaan. 12 Zoals een herder op zoek gaat naar zijn kudde op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik op zoek gaan naar Mijn schapen. Ik zal ze redden uit alle plaatsen waarheen ze verspreid zijn op de dag van wolken en donkerheid. 13 Ik zal ze uitleiden uit de volken, ze bijeenbrengen uit de landen en ze brengen naar hun land. Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de waterstromen en in alle bewoonbare plaatsen van het land.

Ezechiël 34 (…) 30 Dan zullen ze weten dat Ik, de HEERE, hun God,

Ezechiël 34 (…) 30 Dan zullen ze weten dat Ik, de HEERE, hun God, met ze ben, en dat ze Mijn volk zijn, het huis van Israël, spreekt de Heere HEERE. 31 En u, Mijn schapen, schapen van Mijn weide, u bent mens, maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.

Zacharia 14 1 Zie, er komt een dag voor de HEERE waarop de buit,

Zacharia 14 1 Zie, er komt een dag voor de HEERE waarop de buit, op u behaald, in uw midden zal worden verdeeld. 2 Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad. 3 Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd. 4 Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden. 5 Dan zult u vluchten door het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda (…)

Jesaja 34 1 Kom naar voren, heidenvolken, om te luisteren! Sla er acht op,

Jesaja 34 1 Kom naar voren, heidenvolken, om te luisteren! Sla er acht op, natiën! Laat de aarde luisteren en al wat zij bevat, de wereld, en alles wat daarop uitspruit! 2 Want de grote toorn van de HEERE richt zich tegen alle heidenvolken, Zijn grimmigheid tegen heel hun legermacht. Hij heeft hen met de ban geslagen, hen overgegeven ter slachting. 3 Hun gesneuvelden zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opstijgen. De bergen zullen wegsmelten door hun bloed. 4 Heel het sterrenleger aan de hemel zal vergaan. De hemel zal opgerold worden als een boekrol, en heel zijn leger zal vallen, zoals bladeren vallen van een wijnstok, en zoals vijgen vallen van een vijgenboom.

Jesaja 34 5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in de hemel. Zie, het

Jesaja 34 5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in de hemel. Zie, het zal neerdalen op Edom, op het volk dat Ik geslagen heb met de ban, als een oordeel. 6 Het zwaard van de HEERE zit vol bloed, het is verzadigd van vet, van het bloed van lammeren en bokken, van het niervet van rammen. Want de HEERE richt een offer aan in Bozra, een grote slachting in het land Edom. 7 Met hen zullen de wilde ossen neervallen, en de jonge stieren met de sterke stieren. Hun land zal doordrenkt zijn met bloed en hun stoffige grond verzadigd van vet. 8 Want het zal zijn de dag van de wraak van de HEERE, het jaar van de afrekening om de rechtszaak van Sion.

Jesaja 63 1 Wie is Deze Die uit Edom komt, in helrode kleding uit

Jesaja 63 1 Wie is Deze Die uit Edom komt, in helrode kleding uit Bozra, Die luisterrijk is in Zijn gewaad, Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die spreek in gerechtigheid, Die machtig ben om te verlossen. 2 Waarom is dat rood aan Uw gewaad, en is Uw kleding als die van iemand die de wijnpers treedt? 3 Ik heb de pers alleen getreden; er was niemand uit de volken met Mij. Ik heb hen vertreden in Mijn toorn, hen vertrapt in Mijn grimmigheid. Hun bloed is op Mijn kleding gespat, heel Mijn gewaad heb Ik besmet.

Jesaja 63 4 Want de dag van de wraak was in Mijn hart, het

Jesaja 63 4 Want de dag van de wraak was in Mijn hart, het jaar van Mijn verlosten was gekomen. 5 Ik keek rond, maar er was niemand die hielp; Ik ontzette Mij, want er was niemand die ondersteunde. Daarom heeft Mijn arm Mij heil verschaft, en Mijn grimmigheid, die heeft Mij ondersteund. 6 Ik heb de volken vertrapt in Mijn toorn, Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid, Ik heb hun bloed ter aarde doen neerdalen.

Jeremia 49 13 Want Ik heb bij Mijzelf gezworen, spreekt de HEERE, dat Bozra

Jeremia 49 13 Want Ik heb bij Mijzelf gezworen, spreekt de HEERE, dat Bozra zal worden tot een verschrikking, tot smaad, tot een verwoeste plaats en tot een vloek. Al zijn steden zullen tot eeuwige puinhopen worden. (…) 22 Zie, als een arend stijgt hij op, komt hij aanzweven, spreidt hij zijn vleugels uit over Bozra. Het hart van de helden van Edom zal op die dag zijn als het hart van een vrouw in barensnood.

Amos 1 12 Daarom zal Ik vuur werpen in Teman; dat zal de paleizen

Amos 1 12 Daarom zal Ik vuur werpen in Teman; dat zal de paleizen van Bozra verteren.

Micha 2 12 Ik zal u, Jakob, zeker verzamelen, geheel en al. Ik zal

Micha 2 12 Ik zal u, Jakob, zeker verzamelen, geheel en al. Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen. Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra, als een kudde midden in zijn weide. Het zal er gonzen van de mensen. 13 De Doorbreker trekt vóór hen op. Zij zullen doorbreken, door de poort trekken en daardoor naar buiten gaan. Hun Koning gaat vóór hen uit, de HEERE gaat aan de spits.

Habakuk 3 3 God kwam van Teman, de Heilige van het gebergte Paran. Sela.

Habakuk 3 3 God kwam van Teman, de Heilige van het gebergte Paran. Sela.

Psalm 32 7 U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid, U omringt

Psalm 32 7 U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid, U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela.

Psalm 61 1 Een psalm van David, voor de koorleider, met een snaarinstrument. 2

Psalm 61 1 Een psalm van David, voor de koorleider, met een snaarinstrument. 2 O God, luister naar mijn roepen, sla acht op mijn gebed. 3 Van het einde van het land roep ik tot U, nu mijn hart bezwijkt; leid mij op een rots die voor mij te hoog zou zijn. 4 Want U bent een toevlucht voor mij geweest, een sterke toren tegen de vijand. 5 Ik zal in alle eeuwigheid in Uw tent verblijven, mijn toevlucht zoeken in de schuilplaats onder Uw vleugels. Sela.

Lukas 15 Gelijkenis van de verloren penning 8 Of welke vrouw, die tien penningen

Lukas 15 Gelijkenis van de verloren penning 8 Of welke vrouw, die tien penningen heeft en één penning verliest, steekt niet een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij die vindt? 9 En als zij hem gevonden heeft, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt: Wees blij met mij, want ik heb de penning gevonden die ik verloren had. 10 Zo zeg Ik u, is er blijdschap vóór de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.

Lukas 15 4 Welk mens onder u die honderd schapen heeft en er één

Lukas 15 4 Welk mens onder u die honderd schapen heeft en er één van verliest, verlaat niet de negenennegentig in de woestijn en gaat achter het verlorene aan, totdat hij het vindt? 8 Of welke vrouw, die tien penningen heeft en één penning verliest, steekt niet een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij die vindt? 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol blijdschap op zijn schouders. 9 En als zij hem gevonden heeft, 6 En als hij thuiskomt, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: Wees blij met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt: Wees blij met mij, want ik heb de penning gevonden die ik verloren had. 7 Ik zeg u dat er evenzo blijdschap zal zijn in de 10 Zo zeg Ik u, is er blijdschap vóór de engelen van hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan God over één zondaar die zich bekeert. over negenennegentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebben.