Omnia instaurare in Christo De katholieke wereld van















- Slides: 15
Omnia instaurare in Christo. De katholieke wereld van de familie Van der Laan. Staf Hellemans TST – Tilburg University
Drie delen • Omnia instaurare in Christo • De uitbouw van eigen werelden tussen 1800 en 1960 • De geschiedenis van de opkomst, bloei en ontrafeling van de katholieke wereld
Omnia instaure in Christo • ‘Alles in Christus inrichten/vernieuwen’ • De lijfspreuk van paus Pius X (1903 -1914) • Het ideaal van de ultramontanen: – De ‘katholieke orde’ herstellen – Katholiek op alle terreinen: kerk, sociaal, cultureel, politiek – tot in de architectuur
• In Nederland, de tijd van: – ‘Het rijke Roomsche leven’ – ‘De katholieke zuil’(= eigen katholieke wereld) – ‘Katholieke emancipatie’
Zuil en verzuiling • Een metafoor met drie betekenissen: - Zuil - Gesegmenteerd pluralisme - ‘Consociational democracy’ • Wat is een zuil? Een grote bevolkingsgroep in een eigen wereld: - Een netwerk van domeinspecifieke organisaties - Een hechte subcultuur
Zuilen (eigen werelden) in Europa • Niet alleen de katholieken! – In vele bewegingen en groepen • Niet uniek voor Nederland! – In vele landen – Vele verwante begrippen (Milieu, Lager, monde…) • Katholieke zuil wel bijna overal het stevigst uitgebouwd
Particulier universalisme • Elke wereld streeft naar universaliteit • Maar doet dat op een eigen manier • Socialistische en communistische wereld: klassen en klassenloze maatschappij • Liberale wereld: burgers die goed onderwezen, moreel hoogstaand en maatschappelijk actief zijn • Zo ook de katholieken cf. omnia instaurare • Gevolg: ’strijd om de moderniteit’
Zuilen, gesegmenteerd en verzuild pluralisme en consociationele democratie in een aantal Europese landen Zuilen Gesegmenteerd Verzuild Consociationele pluralisme democratie Nederland (tot 1960) Ja Ja België Ja Ja Oostenrijk Ja Ja (na ’ 45) Nee (voor ’ 45) Zwitserland Ja Ja Nee Ja Duitsland Ja (tot ’ 33) Nee Frankrijk Ja Ja Nee Italië Ja Ja Nee (ja? ) Nee Scan. landen Eventueel Nee Nee
De katholieke zuil/wereld: opkomst, bloei en ondergang • Opkomst 1800 -1880: katholiek reveil • Uitbouw van de katholieke zuil na 1880 → hoogtepunt 1918 -1960 • Ondergang na 1960
Katholiek reveil (1800 -1880) • Reveil: revival en hechtere aaneensluiting → Pius IX (1846 -1878) → Vooreerst beperkt tot het kerkelijke terrein → 1853: herstel van de katholieke hiërarchie • Anti-modern= tegen Franse Revolutie, het liberalisme en de moderne ‘wanorde’ • Ultramontaans: Romeins en klerikaal • Massakatholicisme
De katholieke zuil (1880 -1960) • Uitbouw van de katholieke wereld met niet -kerkelijke (massa)organisaties • Na 1880 (Leo XIII en volgende pausen) • Kerk als centrum (cf. parochies) • Evolutie na 1900/1918: – Christendemocratie wordt sterker – Liturgische Beweging en Katholieke Actie – Esthetiek na de neo-stijlen: tussen antimodern en ultra-modern (Maritain)
De katholieke zuil: ondergang • 1945 -60: restauratie en groeiende kritiek • Afbraak: vroegtijdig (Du), bruusk (Ned), uitdovend (Be, Oost, Ital) • Kerkcrisis als oorzaak, hoewel de Kerk in de jaren 1960 tijdelijk een nieuw elan vond • Algemener: een nieuwe maatschappij, de late moderniteit
Ultramontaans massakatholicisme (Veelledig) keuzekatholicisme Latijnse wereldkerk Multiculturele wereldkerk Rooms-homogeniserend Dualisering tussen Roomsgericht topkader en zich relatief autonoom gedragende basis Intensieve socialisatie en mobilisatie van in de kerk geboren katholieken Keuzekerk met kleine vaste kern en een ruim, zij het vaag en sporadisch geïnteresseerd publiek Kleinere ledenorganisatie in een bredere maatschappij Georganiseerde en gesegmenteerde submaatschapij Polarisatie tussen de blokken Concurrerende kerken en sekten
Besluit Familie Van der Laan bewoog zich in de context van de evoluerende katholieke wereld: – Omnia instaurare in Christo – De bloeiperiode van de katholieke zuil: opdrachten van katholieken en de uitbouw van een eigen katholieke esthetiek – De ondergang van de katholieke zuil















