Evolutie Evolutiegedachte versus creationisme Evolutieleer doel oplossen van

  • Slides: 25
Download presentation
Evolutie

Evolutie

Evolutiegedachte versus creationisme Evolutieleer: doel: oplossen van feitenprobleem stamboomprobleem causaal probleem evolutietheorieën

Evolutiegedachte versus creationisme Evolutieleer: doel: oplossen van feitenprobleem stamboomprobleem causaal probleem evolutietheorieën

3. 1 Wat is een soort? Zilvermeeuw (Larus argentatus) muildier Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus)

3. 1 Wat is een soort? Zilvermeeuw (Larus argentatus) muildier Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) muilezel

3. 2 Argumenten voor evolutie Fossielen

3. 2 Argumenten voor evolutie Fossielen

Evolutiereeks van het paard Fossiele overgangsvormen: Archaeopterix

Evolutiereeks van het paard Fossiele overgangsvormen: Archaeopterix

 Embryologische aanwijzingen Wet van Haeckel: ontogenese is herhaling van fylogenese

Embryologische aanwijzingen Wet van Haeckel: ontogenese is herhaling van fylogenese

rudimentaire organen

rudimentaire organen

 Anatomische aanwijzingen Homologe organen

Anatomische aanwijzingen Homologe organen

Analoge organen

Analoge organen

 Geografische aanwijzingen

Geografische aanwijzingen

 Mutaties

Mutaties

 Moleculaire en biochemische aanwijzingen

Moleculaire en biochemische aanwijzingen

3. 3 Evolutietheorieën Lamarckisme De Lamarck (1744 – 1829) Milieuverandering behoefte Oefening ONTWIKKELING Niet

3. 3 Evolutietheorieën Lamarckisme De Lamarck (1744 – 1829) Milieuverandering behoefte Oefening ONTWIKKELING Niet gebruik DEGENERATIE Overerving eigenschappen

 Darwinisme Darwin (1809 – 1882)

Darwinisme Darwin (1809 – 1882)

Vaststellingen: Aantal individuen van een soort blijft constant ondanks groot aantal nakomelingen Individuen van

Vaststellingen: Aantal individuen van een soort blijft constant ondanks groot aantal nakomelingen Individuen van eenzelfde soort vertonen variaties SELECTIETHEORIE: Struggle for life Survival of the fittest Mechanisme = NATUURLIJKE SELECTIE

 neodarwinisme Soort B Soort A 3 sleutelbegrippen: MUTATIE NATUURLIJKE SLECTIE ISOLATIE Soort C

neodarwinisme Soort B Soort A 3 sleutelbegrippen: MUTATIE NATUURLIJKE SLECTIE ISOLATIE Soort C

Voorbeeld: Eiland A wordt bewoond door een vogelsoort. De individuen van de populaties vertonen

Voorbeeld: Eiland A wordt bewoond door een vogelsoort. De individuen van de populaties vertonen kleine verschillen. < Door een storm bijvoorbeeld komen een aantal vogels op eiland B terecht.

Eiland B heeft een andere bodem dan eiland A. (donkere rotsen) Een groot deel

Eiland B heeft een andere bodem dan eiland A. (donkere rotsen) Een groot deel van de geelkleurige nakomelingen worden opgegeten omdat ze teveel opvallen. (natuurlijke selectie) Enkele grijze jongen overleven

De omstandigheden op beide eilanden verschillen. Zo krijgen de vogels op eiland B een

De omstandigheden op beide eilanden verschillen. Zo krijgen de vogels op eiland B een langere snavel en langere poten om in de poeltjes naar voedsel te zoeken, terwijl de vogels op eiland A korte en stevige snavels krijgen. (zaden als voedsel)

Na duizenden jaren daalt de zeespiegel waardoor beide populaties opnieuw met elkaar in contact

Na duizenden jaren daalt de zeespiegel waardoor beide populaties opnieuw met elkaar in contact komen. De verschillen zijn echter te groot, zodat ze elkaar niet meer als soortgenoten herkennen. Er zijn 2 nieuwe soorten ontstaan

Soorten isolatie: geografische isolatie seizoenisolatie anatomische isolatie ecologische isolatie ethologische isolatie

Soorten isolatie: geografische isolatie seizoenisolatie anatomische isolatie ecologische isolatie ethologische isolatie