Thema 7 Zintuiglijke waarneming Toets toetsweek Tevens PTA





































- Slides: 37
Thema 7 Zintuiglijke waarneming Toets (toetsweek) - Tevens PTA 1 Thema 4: DNA Thema 6: Regeling Thema 7: Zintuiglijke waarneming Thema 8. Gedrag 1 © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
Thema 7 Zintuiglijke waarneming Zintuigen reageren op invloeden uit de omgeving Prikkel! Om op prikkels te kunnen reageren zitten er in zintuigen zintuigcellen. In zintuigencellen ontstaan impulsen! De kleinste prikkel die nog een impuls veroorzaakt noem je de prikkeldrempel. © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
Thema 7 Zintuiglijke waarneming 3 © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel De huid: © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel tastknopje opperhuid hoornlaag dode, verhoornde celresten kiemlaag delende cellen bloedvaatjes pijnpunten lederhuid talgklier haarspiertje zweetklier Onderhuids bindweefsel haarzakje drukzintuig http: //www 2. malmberg. nl/VO_Online/localplayer/page. html? sco=. . /Bv. J/241507_1/1561_hv/chapter 06/parag 02/ch 06_p 02. flo © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel De huid: © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel Het oor: Opvangen geluid Bevatten oorsmeerkliertjes om het oor te smeren. Soepel houden van het trommelvlies. Regelt luchtdruk van het oor © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel Bitter De tong zuur zout http: //www. iselinge. nl/schole nplein/pabolessen/99002 do ntdek-lichaam/demond. htm zoet © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel Smaak: © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel hersenen © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel Neus: © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 1. Het zintuigenstelsel Drukzintuig/tastzintuig: © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 2. De bouw van de ogen Oog: Het belangrijkste onderdeel van dit hoofdstuk. Hierover krijg je ook een practicum in de toetsweek. © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 2. De bouw van de ogen Oogspieren: Voor het bewegen van het oog. Houdt het oog op z’n plek. © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 2. De bouw van de ogen © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 2. De bouw van de ogen © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen AFB 10 © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Onthoud!!! © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Opdracht 10. 10: Bij beenvissen kunnen de lenzen door spieren in de richting van het netvlies worden getrokken. De afstand lens- netvlies wordt daardoor kleiner. Zullen deze spieren zich samentrekken naarmate een voorwerp dichterbij komt, of naarmate het verder weggaat? Leg je antwoord uit. Tip: Kijk naar afbeelding 10 uit je boek. Deze spieren bij beenvissen zullen zich samentrekken naarmate een voorwerp verder weg gaat. Lichtstralen die van veraf komen, worden sterker gebroken dan lichtstralen die van dichtbij komen. Naarmate een voorwerp verder weg gaat, moet de afstand lens- netvlies kleiner worden om een scherp beeld te vormen op het netvlies. © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Opdracht 10. 10: © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Opdracht 10. 11: Bij amfibieën kunnen de lenzen door spieren naar de voorkant van de ogen worden getrokken. De afstand lens- netvlies wordt daardoor groter. Zullen deze spieren zich samentrekken naarmate een voorwerp dichterbij komt, of naarmate het verder weggaat? Leg je antwoord uit. Tip: Kijk naar afbeelding 10 uit je boek. Bij amfibieën zullen de spieren zich samentrekken naarmate een voorwerp dichterbij komt. Naarmate een voorwerp dichtbij komt, moet de afstand tussen lens- netvlies groter worden om een scherp beeld te vormen op het netvlies. © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Opdracht 10. 11: © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Accommoderen: Het aanpassen van de vorm van de lens zodat het beeld op het netvlies valt. © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Oogafwijkingen: Bijziend: (dichtbij scherp ziend) - Van veraf niet goed zien. - Oogbollen te lang - Brandpunt voor netvlies - Oplossing? - Bril met negatieve glazen (holle lens) © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 3. De werking van de ooglenzen Oogafwijkingen: Verziend: (veraf scherp ziend) - Van dichtbij niet goed zien. - Oogbollen te kort. - Brandpunt achter netvlies. - Oplossing? - Bril met positieve glazen (bolle lens) © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 4. De bouw en werking van het netvlies © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 4. De bouw en werking van het netvlies © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 4. De bouw en werking van het netvlies © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 4. De bouw en werking van het netvlies © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 4. De bouw en werking van het netvlies © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 4. De bouw en werking van het netvlies © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 4. De bouw en werking van het netvlies Pupilreflex: Zie ook afbeelding 23 uit je boek. © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat
T 7/B 5. Diepte zien (stereoscopie) © 2009 Biosoft TCC - Lyceumstraat





































