havo A 4 4 Centrum en spreidingsmaten Centrummaten

  • Slides: 15
Download presentation
havo A 4. 4 Centrum- en spreidingsmaten

havo A 4. 4 Centrum- en spreidingsmaten

Centrummaten gemiddelde • het gemiddelde van een serie waarnemingsgetallen is de som van die

Centrummaten gemiddelde • het gemiddelde van een serie waarnemingsgetallen is de som van die getallen gedeeld door het aantal getallen mediaan • eerst de waarnemingsgetallen naar grootte rangschikken • bij oneven aantal getallen is de mediaan het middelste getal • bij even aantal getallen is de mediaan het gemiddelde van de middelste twee getallen modus • de modus is het waarnemingsgetal met de grootste frequentie

opgave 27 (zonder GR) a gemiddelde = (3× 2 + 4× 4 + 5×

opgave 27 (zonder GR) a gemiddelde = (3× 2 + 4× 4 + 5× 6 + 6× 5 + 7× 4 + 8× 4 + 9× 3 + 10× 2) : 30 gemiddelde = 6, 3 30 getallen 15 e en 16 e getal 15 e getal = 6 en 16 e getal = 6 mediaan = ( 6 + 6 ) : 2 mediaan = 6 het cijfer 5 komt 6 keer voor modus = 5 b modus, mediaan, gemiddelde c totaal was 189 en het aantal ll. was 30 30 + 4 = 34 leerlingen 34 × 6, 5 = 221 – 189 = 32 de vierde leerling 32 – (3 × 9) = 5 het cijfer 3 komt 2 keer voor cijfer frequentie 3 2 4 4 5 6 6 5 7 4 8 4 9 3 10 2

opgave 27 (met GR) a voer in lijst 1 = { 3, 4, 5,

opgave 27 (met GR) a voer in lijst 1 = { 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 } en lijst 2 = { 2, 4, 6, 5, 4, 4, 3, 2 } optie 1 -Var Stats L 1, L 2 (TI) of 1 VAR (casio) gemiddelde = 6, 3 mediaan = 6 modus = 5 b modus, mediaan, gemiddelde c totaal was 189 en het aantal ll. was 30 30 + 4 = 34 leerlingen 34 × 6, 5 = 221 – 189 = 32 de vierde leerling 32 – (3 × 9) = 5

Voordelen en nadelen centrummaten voordeel nadeel modus • snel op te schrijven, weinig rekenwerk

Voordelen en nadelen centrummaten voordeel nadeel modus • snel op te schrijven, weinig rekenwerk • de enige centrummaat die bij kwalitatieve gegevens te gebruiken is • geeft weinig informatie • is niet altijd aanwezig • een kleine verandering kan een geheel andere modus opleveren mediaan • niet gevoelig voor uitschieters • weinig rekenwerk • alleen de volgorde van de waarnemingsgetallen is van belang, niet de grootte van de waarnemingsgetallen gemiddelde • alle gegevens worden gebruikt • gevoelig voor uitschieters • iedereen kent deze centrummaat

om het gemiddelde te berekenen moet je eerst de klassenmiddens berekenen opgave 31 de

om het gemiddelde te berekenen moet je eerst de klassenmiddens berekenen opgave 31 de klasse met de grootste frequentie is de modale klasse a klassenmiddens zijn aantal 1800, 2200, 2600, 3000 en 3400 branduren voer in lijst 1 { 1800, 2200, 2600, 3000, 3400 } en lijst 2 { 85, 75, 63, 58, 19 } 1600 -<2000 optie 1 Var-Stats L 1, L 2 of 1 VAR 2000 -<2400 gemiddelde ≈ 2401 uur 2400 -<2800 b GR mediaan = 2200 2800 -<3200 dus de mediaan ligt in de klasse 2000 -< 2400 3200 -<3600 c de modale klasse is 1600 -< 2000 d 300 waarnemingsgetallen 150 e en 151 e getal 150 – 85 = 65 e getal en 151 – 85 = 66 e getal in klasse 2000 -< 2400 er zitten 75 getallen in deze klasse 2000 + (65, 5 : 75) × 400 ≈ 2349, dat is dus meer dan 2200 frequentie 85 75 63 58 19

Hoe teken je een boxplot? 1 bepaal de mediaan 2 bepaal het eerste kwartiel

Hoe teken je een boxplot? 1 bepaal de mediaan 2 bepaal het eerste kwartiel (mediaan van de “ 1 e” helft) en het derde kwartiel (mediaan van de “ 2 e” helft) 3 teken een getallenlijn en zet het kleinste en grootste waarnemingsgetal, de mediaan en de beide kwartielen boven de getallenlijn 4 teken de boxplot

voorbeeld de volgende score’s zijn gehaald bij een test 23 – 43 – 24

voorbeeld de volgende score’s zijn gehaald bij een test 23 – 43 – 24 - 34 - 13 - 32 - 44 - 53 - 17 - 28 – 30 – 22 – 19 schrijf de getallen van klein naar groot op 13 – 17 – 19 – 22 – 23 – 24 – 28 – 30 – 32 – 34 – 43 – 44 – 53 teken een getallenlijn kleinste waarnemingsgetal = 13 grootste waarnemingsgetal = 53 mediaan = 28 1 e kwartiel (Q 1) = (19 + 22) : 2 = 20, 5 3 e kwartiel (Q 3) = (34 + 43) : 2 = 37, 5 10 15 20 25 tussen 2 verticale streepjes altijd 25% van de waarnemingsgetallen 30 35 40 45 in de box 50% 50 55

Boxplot mbv de grafische rekenmachine 1 frequentie tabel maken stat edit 1 L 1

Boxplot mbv de grafische rekenmachine 1 frequentie tabel maken stat edit 1 L 1 (waarnemingsgetallen) L 2 (frequentie’s) invullen 2 boxplot berekenen stat calc 1 1 var stats L 1, L 2 (L 1, +2 2 nd 1, 2) 3 boxplot tekenen 2 nd stat plot 1 on type ‘ 5 e’ graph

100 De relatieve cumulatieve frequentiepolygoon kun je goed gebruiken om een boxplot te tekenen.

100 De relatieve cumulatieve frequentiepolygoon kun je goed gebruiken om een boxplot te tekenen. relatieve cumulatieve frequentie ∙ 75 ∙ 50 0% kleinste getal = 3 25% 1 e kwartiel (Q 1) = 10 50% mediaan = 13 75% 3 e kwartiel (Q 3) = 20 100% grootste getal = 24 ∙ 25 ∙ ∙ 3 0 5 10 10 1315 20 5 10 20 25 24 boxplot 0 15 25

Spreidingsmaten • vaak wordt naast een centrummaat een zogenaamde spreidingsmaat berekend om aan te

Spreidingsmaten • vaak wordt naast een centrummaat een zogenaamde spreidingsmaat berekend om aan te geven hoever de data in een verdeling uitelkaar liggen • spreidingsbreedte : verschil tussen het grootste en kleinste getal • kwartielafstand : verschil tussen het 1 e en 3 e kwartiel (Q 3 – Q 1)

opgave 35 a bij elke klas is de mediaan 3 km. b nee, de

opgave 35 a bij elke klas is de mediaan 3 km. b nee, de mediaan is bij elke klas hetzelfde c in klas 4 A zit 50% tussen 1 en 5 km in klas 4 B zit 50% tussen 2 en 4 km d in klas 4 A is de spreiding het grootst in klas 4 C is de spreiding het kleinst

De standaardafwijking • de meest gebruikte spreidingsmaat is de standaardafwijking • om de standaardafwijking

De standaardafwijking • de meest gebruikte spreidingsmaat is de standaardafwijking • om de standaardafwijking te berekenen moet je eerst van elk waarnemingsgetal berekenen hoe ver het van het gemiddelde afligt • zo krijg je bij elk waarnemingsgetal x de deviatie d • d = x – x ( de afwijking van het gemiddelde ) • standaardafwijking σ = √gemiddelde van (x – x)2 • het berekenen van σ doe je met (TI) 1 -Var Stats L 1, L 2 σx of (Casio) 1 VAR xσn

opgave 43 gewicht freq. 4, 8 4, 9 5, 0 5, 1 5, 2

opgave 43 gewicht freq. 4, 8 4, 9 5, 0 5, 1 5, 2 5, 3 5, 4 2 4 10 18 12 3 1 a voer in lijst 1 = {4. 8, 4. 9, 5. 0, 5. 1, 5. 2, 5. 3, 5. 4} en lijst 2 = {2, 4, 10, 18, 12, 3, 1} optie 1 -Var Stats L 1, L 2 of 1 VAR geeft min. X = 4, 8 ; Q 1 = 5 ; Med = 5, 1 ; Q 3 = 5, 2 ; max. X = 5, 4 mediaan = 5, 1 kwartielafstand = Q 3 – Q 1 = 5, 2 – 5 = 0, 2 spreidingsbreedte = max. X – min. X = 5, 4 – 4, 8 = 0, 6 b schatting σ = 0, 3 2σ = 0, 6 2σ = spreidingsbreedte = 0, 6 dat kan niet c GR x ≈ 5, 09 en σ ≈ 0, 12 gemiddelde ≈ 5, 09 kg en de standaardafwijking ≈ 0, 12 kg

Notaties op de GR • • • x σ σx xσn n min. X

Notaties op de GR • • • x σ σx xσn n min. X max. X Q 1 Q 3 Med : het gemiddelde : de standaardafwijking (TI) : de standaardafwijking (Casio) : het totale aantal waarnemingen : het kleinste waarnemingsgetal : het grootste waarnemingsgetal : het eerste kwartiel : het derde kwartiel : de mediaan (het tweede kwartiel)