Stromingen in de psychologie Cognitieve stromingen Toepassing leerstijlen

















- Slides: 17
Stromingen in de psychologie Cognitieve stromingen Toepassing leerstijlen Constructivisme Piaget en Vygotsky 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 1
Inleiding stromingen in de psychologie • http: //www. xmind. net/m/d. UKk/ 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 2
Constructivisme http: //nieuw. stibco. nl/mogelijkheden/sociaal-constructivisme De theorie van het constructivisme van Piaget gaat ervan uit dat kinderen tot ontdekkingen komen omtrent gesproken en geschreven taal door actief met hun wereld bezig te zijn. Door nieuwe informatie te integreren en op te slaan in het geheugen breiden zij hun taal- en kennissysteem uit. Ieder kind doet dit op zijn eigen wijze. 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 3
Het sociaal constructivisme: leren als sociaal proces Het sociaal constructivisme is een moderne leertheorie die ervan uitgaat dat mensen zelf betekenis verlenen aan hun omgeving en dat sociale processen hierbij een prominente rol spelen. Kennis wordt door ieder mens op een eigen wijze geconstrueerd, waarbij men sterk wordt beïnvloed door de reacties en opvattingen in de sociale omgeving. In de vertaling van het sociaal constructivisme naar de dagelijkse les- of opvoedingspraktijk vormt 'leren als een sociaal proces' het uitgangspunt. Voor de leesbaarheid van de tekst praten we hier over begeleiders en kinderen. Hiermee worden alle leersituaties bedoeld zoals die te vinden is bij docenten-leerlingen, ouders-kinderen, begeleiders-cliënten etc. . 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 4
Leren is een “werkwoord” In de constructivistische opvatting moeten de kinderen de informatie zo ordenen dat die voor hen relevant en bruikbaar is. Het aandeel van de begeleider dient te bestaan uit het scheppen van optimale omstandigheden voor het leerproces. De begeleider stimuleert, biedt een heldere structuur en gaat na of de kinderen de aangeboden informatie ook werkelijk opgenomen hebben. 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 5
Bij het vormgeven van taken en lessen zijn er vijf peilers: • het kind moet actief zijn: hij moet iets doen om de leerstof te verwerken; • het kind moet constructief zijn: hij moet de nieuwe kennis zelf construeren, d. w. z. uitdiepen en verbinden met de aanwezige voorkennis. Op deze manier ontstaat nieuwe kennis; • het kind moet doelgericht met de kennis omgaan: het leren levert succeservaringen op als kinderen een (bereikbaar) doel voor ogen hebben; • de kinderen moeten samen (coöperatief) bezig zijn met het verwerven en verwerken van kennis en het ontwikkelen vaardigheden. Leren is een sociaal proces. Elkaar uitleg geven blijkt de resultaten te verbeteren; • het kind moet zijn leerproces zelf kunnen reguleren. Sturing kunnen geven aan het eigen leerproces motiveert 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 6
Sociaal constructivisme als antwoord op: • Het zappende kind- De beperkte leesvaardigheid van het kind • Dat de school één van de middelen is om te leren • Het fragmentarische onderwijs, met weinig transfer mogelijkheden • Het ‘need system’ van de mens • De afnemende schoolprestaties • De (ernstige) sociaal- emotionele problematieken 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 7
Sociaal constructivisme heeft aandacht voor: • Kennis verwerving- Aanleren vaardigheden • Attitude wijziging: samen, construeren, actief, doelgericht, zelfregulerend 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 8
Krachtige kenmerken van het Sociaal constructivisme • • • Het kind heeft invloed op het eigen leerproces Er wordt aangesloten bij eerder verworven kennis (voorkennis) Nieuwe kennis is betekenisvol De motivatie vergroot, omdat de kinderen actief betrokken bij het proces betrokken zijn Men sluit aan bij het ontwikkelingsniveau en tempo van het kind Kennis wordt gereedschap en is in andere contexten te gebruiken (transfer) Het kind ontwikkelt betekenisvolle competenties Er wordt een hoger leerrendement gehaald Het kind ontwikkelt zelfreflectie De begeleider is be-geleider, geen stuurder De inzet van begeleiders is betekenisvol 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 9
Sociaal constructivisme als oplossing? • Het Sociaal constructivisme gaat ervan uit dat veel wat lerenden leren, actief door henzelf wordt geconstrueerd. • Een kind koppelt nieuwe kennis aan bestaande voorkennis. • Kennis en vaardigheden worden daarbij gebonden aan ervaringen in een specifieke context. • Vervolgens wordt die kennis dan weer toegepast in andere contexten. • Het Sociaal constructivisme gaat ervan uit dat mensen het niveau van begrijpen op die manier steeds verder verfijnen. • In de loop van dit proces ondergaat kennis dus een Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en aantal fasen. 7 -10 -2020 10 pedagogiek
De zone van de naaste ontwikkeling (van Vygotsky) is de 'crux' van het sociaal constructivisme. Vygotsky en zijn sociale cognitie is een belangrijke theorie onder het sociaal constructivisme 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 11
Ieder kind is uniek en leert op zijn eigen wijze. 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 12
Dromer q. Zorg voor verschillende meningen over een probleem: dat stimuleert q. Geef het kind tijd en ruimte om ervaringen te verwerken en gevoelens te uiten. q. Het kind leert het best als de leerkracht de leerstof met voorbeelden (visueel) uitlegt q. Leg geen tijdslimiet op dromers, daar hebben ze een hekel aan q. Moedig dromers aan: dan leren ze beter en liever 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 13
Denker q Kind wil weten waarom hij/zij iets moet leren. q Een denker heeft orde en rust nodig in de klas. q Groepswerken is niet aan hem/haar besteed q Geef het kind om zelf het wie/wat/waarom te ontdekken q Bemoei je niet teveel met hem/haar q Het kind heeft uitdagingen (complexe vraagstukken) nodig: altijd dezelfde stof gaat vervelen 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 14
Beslisser q Help het kind een duidelijke rode draad te herkennen in de leerstof q. Geef het kind de kans om met eigen oplossingen te experimenteren q. Laat het kind zelf een probleem oplossen, maar geef hem aanwijzingen en raad q. Het kind leert het best als je hem/haar voorbeelden uit de praktijk geeft q. Maak het kind duidelijk dat wat hij/zij nu leert, pas later van pas komt 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 15
Doener q Sfeer en menselijk contact zijn belangrijk. q Doe veel samen met het kind. q Kind leert het best via groepswerk, taakjes en projecten. q Kind heeft uitdagingen, spanningsvolle situaties nodig, die om snelle keuzes vragen. q Soms gaat het kind zonder nadenken aan het werk. q Evalueer een taak achteraf: het kind zal veel leren uit deze adviezen. q Help het kind hoofd- en bijzaken te onderscheiden. 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 16
De leerstijlentest Wil je weten welke leerstijl jij hebt? Doe de onderstaande test http: //vo. upnet. nl/index 2. php? main=tests&page=test_kolb 1 Uitgebreide informatie over leerstijlen, klik op: http: //www. ilifehack. nl/leerstijlentest/ 7 -10 -2020 Thema 2 Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 17

















