Paragraaf 2 Politieke stromingen 2 Politieke stromingen Deelvraag

  • Slides: 20
Download presentation
Paragraaf 2: Politieke stromingen

Paragraaf 2: Politieke stromingen

2. Politieke stromingen Deelvraag: • Welk uitgangspunt spreekt jou het meeste aan?

2. Politieke stromingen Deelvraag: • Welk uitgangspunt spreekt jou het meeste aan?

Overeenkomsten en verschillen tussen partijen Om politieke partijen te typeren worden vaak de volgende

Overeenkomsten en verschillen tussen partijen Om politieke partijen te typeren worden vaak de volgende begrippen gebruikt: + Ideologisch of pragmatisch + Conservatief, Progressief of Reactionair + Links of Rechts + wel/ niet Confessioneel (confessie is geloof)

Ideologie: “ Samenhangend geheel van ideeën over de gewenste inrichting van de samenleving”. Ideologie

Ideologie: “ Samenhangend geheel van ideeën over de gewenste inrichting van de samenleving”. Ideologie heeft betrekking op: - Waarden en normen; - De sociaal- economische verhoudingen; - De ideale machtsverdeling in de samenleving.

Hoofdvragen bij idelogieën • Welke waarden en normen staan centraal? • Wat is de

Hoofdvragen bij idelogieën • Welke waarden en normen staan centraal? • Wat is de gewenste rol van de overheid op sociaal – economisch gebied?

Ideologische stromingen Traditioneel kent Nederland drie hoofdstromingen: • Liberalisme • Socialisme • Christendemocratie

Ideologische stromingen Traditioneel kent Nederland drie hoofdstromingen: • Liberalisme • Socialisme • Christendemocratie

Liberalisme Belangrijkste kenmerken liberalisme: • • Persoonlijke vrijheid Economische vrijheid Passievere/ terughoudende rol overheid

Liberalisme Belangrijkste kenmerken liberalisme: • • Persoonlijke vrijheid Economische vrijheid Passievere/ terughoudende rol overheid Politieke vrijheid Vrijemarkteconomie komt niet in gevaar Mensen dragen zelf verantwoordelijkheid Uitkeringen blijven zo laag mogelijk • Typische liberale partij: VVD Partijen die ook liberale standpunten hebben: D 66, PVV, soms ook GL.

Socialisme - Ontstond in de 19 e eeuw als reactie op het liberalisme. Onderscheid

Socialisme - Ontstond in de 19 e eeuw als reactie op het liberalisme. Onderscheid tussen: • Communisten: wilden dat arbeiders door een revolutie alle macht zouden overnemen. • Sociaaldemocraten: wilden via verkiezingen in de regering komen en dan hervormingen doorvoeren.

Socialisme Belangrijkste kenmerken socialisme: • Vóór gelijkwaardigheid van mensen; • Vóór economische gelijkheid; •

Socialisme Belangrijkste kenmerken socialisme: • Vóór gelijkwaardigheid van mensen; • Vóór economische gelijkheid; • Eerlijke verdeling van kennis, inkomen en macht; • Kritiek op de vrije markteconomie en de marktwerking • Actieve rol van de overheid; (sociaal economisch terrein) • Opkomen voor de ‘zwakkeren in de samenleving’.

Socialistische en sociaaldemocratische partijen • • SP (socialistisch) Groen. Links (sociaaldemocratisch) Partij voor de

Socialistische en sociaaldemocratische partijen • • SP (socialistisch) Groen. Links (sociaaldemocratisch) Partij voor de Dieren (sociaaldemocratisch) Pvd. A (sociaal – democratisch)

Confessionalisme: baseert zich op het geloof. - In NL vooral het christendom; - Ontstaan

Confessionalisme: baseert zich op het geloof. - In NL vooral het christendom; - Ontstaan het einde van de 19 e eeuw; - Bijbel staat centraal.

Confessionalisme Belangrijkste kenmerken confessionalisme: • Christelijke waarden (naastenliefde, harmonieuze samenwerking) • Overheid is rentmeester

Confessionalisme Belangrijkste kenmerken confessionalisme: • Christelijke waarden (naastenliefde, harmonieuze samenwerking) • Overheid is rentmeester van de aarde; • ‘Gespreide verantwoordelijkheid’; • Maatschappelijk middenveld erg belangrijk (welzijnsinstellingen, schoolbesturen, vakbonden, ontwikkelingsorganisaties etc. ) • Zorgzame samenleving. • Zitten op sociaal- economisch gebied tussen sociaaldemocraten en liberalen.

Confessionalisme Voorbeelden van confessionele partijen: - CDA - Christen. Unie (CU) - SGP (streng

Confessionalisme Voorbeelden van confessionele partijen: - CDA - Christen. Unie (CU) - SGP (streng orthodox)

Progressief versus conservatief • Progressief: ‘vooruitstrevend’, voor (grondige) veranderingen • Conservatief: ‘behoudend’, benadrukken datgene

Progressief versus conservatief • Progressief: ‘vooruitstrevend’, voor (grondige) veranderingen • Conservatief: ‘behoudend’, benadrukken datgene wat al bereikt is. • Reactionair: ‘terughandelend’, terugdraaien van wet- en regelgeving naar de oorspronkelijke situatie.

Politiek Links • Overheid moet sterk/ actief optreden op het gebied van economie, uitkeringen,

Politiek Links • Overheid moet sterk/ actief optreden op het gebied van economie, uitkeringen, onderwijs, gezondheidszorg en milieu; • Overheid moet ‘zwakkeren in de samenleving ’beschermen; • (meer) Gelijkheid/ Gelijkwaardigheid • Spreiding van kennis macht en inkomen • Ecologie voor economie Voorbeelden van linkse partijen: SP, GL, Pvd. A,

Politiek Rechts • Pleit voor een passieve (re)/ terughoudende overheid op sociaal economisch terrein

Politiek Rechts • Pleit voor een passieve (re)/ terughoudende overheid op sociaal economisch terrein • Eigen verantwoordelijkheid van het individu • Ongelijkheid tussen mensen is onvermijdelijk en soms zelfs nuttig • Overheid is ACTIEF beschermer van individuele rechten en orde en rust. • Economie voor ecologie Voorbeelden van Rechtse partijen: VVD, PVV

Politieke Midden • Hoort bij de christendemocratische partijen, die voor de overheid een ‘aanvullende’

Politieke Midden • Hoort bij de christendemocratische partijen, die voor de overheid een ‘aanvullende’ rol zien; • Burgers zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor zichzelf en voor elkaar; ↓ • Lukt dat niet, dan heeft de overheid de taak om bij te springen; Conclusie: Het politieke midden benadrukt dus de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers en overheid. Voorbeeld van een partij in het politieke midden: CDA

Pragmatisme: ‘Partijen die geen vaste uitgangspunten of principes hebben’. Bijvoorbeeld: D 66

Pragmatisme: ‘Partijen die geen vaste uitgangspunten of principes hebben’. Bijvoorbeeld: D 66