Hoofdstuk 3 Spelling Hoofdletters Wat weet je nog

  • Slides: 7
Download presentation
Hoofdstuk 3 Spelling Hoofdletters

Hoofdstuk 3 Spelling Hoofdletters

Wat weet je nog? Lees de tekst. Zie jij welke woorden een hoofdletter moeten

Wat weet je nog? Lees de tekst. Zie jij welke woorden een hoofdletter moeten krijgen? ruben de vries woont in amsterdam. zijn moeder is geboren in zwitserland maar zijn vader is gewoon nederlands. ruben woont in de kerkstraat. op zaterdag vult hij vakken bij de albert heyn.

Hoofdletters Voornamen krijgen altijd een hoofdletter: Pieter, Achmed, Willemijn Achternamen krijgen altijd een hoofdletter:

Hoofdletters Voornamen krijgen altijd een hoofdletter: Pieter, Achmed, Willemijn Achternamen krijgen altijd een hoofdletter: Jansen, Alberts, Veldkamp Bij woordjes de of van der gebruik je geen hoofdletter: de Vries, van der Vlugt

Hoofdletters Aardrijkskundige namen krijgen altijd een hoofdletter: Engeland, Florence, de Alpen, de Rijn Woorden

Hoofdletters Aardrijkskundige namen krijgen altijd een hoofdletter: Engeland, Florence, de Alpen, de Rijn Woorden die afkomstig zijn van een aardrijkskundige naam krijgen altijd een hoofdletter: Duitse, West-Franse, Amsterdamse

Hoofdletters Straatnamen schrijf je altijd met een hoofdletter: Parkweg, Kalverstraat, Boslaan, Kloosterhof Producten (merknamen)

Hoofdletters Straatnamen schrijf je altijd met een hoofdletter: Parkweg, Kalverstraat, Boslaan, Kloosterhof Producten (merknamen) schrijf je altijd met een hoofdletter: Nike, Lays, Blackberry, Uggs Namen van bedrijven krijgen altijd een hoofdletter: Aldi, Media Markt, Blokker, Action

Hoofdletters Maar wanneer mag je geen hoofdletters gebruiken? - Bij dagen Bij maanden Bij

Hoofdletters Maar wanneer mag je geen hoofdletters gebruiken? - Bij dagen Bij maanden Bij seizoenen Bij windstreken (noorden, oosten, etc)

Oefenen! 1. Bedenk twee zinnen met daarin een voor- en een achternaam. 2. Bedenk

Oefenen! 1. Bedenk twee zinnen met daarin een voor- en een achternaam. 2. Bedenk één zin met daarin een voornaam en een aardrijkskundige naam. 3. Bedenk één zin met daarin een woord dat is afgeleid van een aardrijkskundige naam. 4. Bedenk één zin met daarin een straatnaam en een bedrijf. 5. Bedenk één zin met daarin een bedrijf, een dag en een maand.