Homeros stijlfiguren We onderscheiden 2 soorten stijlfiguren a






- Slides: 6
Homeros: stijlfiguren We onderscheiden 2 soorten stijlfiguren: a) naar vorm: positie in de zin b) naar inhoud: inhoud van woorden of verbanden tussen woorden a) naar vorm: 1) alliteratie 2) anafora 3) asyndeton (en polysyndeton) 4) chiasme 5) enjambement 6) hyperbaton b) naar inhoud: 7) antithese 8) apostrophe 9) climax 10) dramatische ironie 11) eufemisme 12) metafoor 13) metonymia 15) ringcompositie 14) pleonasme 16) vertellerscommentaar
a) naar vorm 1) de gemakkelijkste van alle: alliteratie. Omschrijving: als 2 of meer opeenvolgende (of dicht bij elkaar staande) woorden beginnen met de zelfde medeklinker (vaak versterkt door die medeklinker in andere woorden) vb I, 128 τριπλῃ τετραπλῃ τ᾽ ἀποτεισομεν XXII, 414 κυλινδομενος κατα κοπρον NB de σ duidt vaak op woede; κ, π, τ op felheid (pas uitleg aan de context!) 2) anafoor, ook heel gemakkelijk te herkennen: 2 zinnen of zinsdelen beginnen met (ongeveer) de zelfde woorden vb XXIV, 233 ἐκ δε. . . XXIV, 234 ἐκ δε. . . I, 152 Οὐ γαρ. . . I, 154 οὐ γαρ. . .
3) ook een eitje: a- en polysyndeton. Omschrijving: a- een opsomming zonder voegwoorden poly- een opsomming met (te) veel voegwoorden vb a- XVI, 802 βριθυ μεγα στιβαρον κεκορυθμενον poly- XVI, 809 ἐγχει θ᾽ ἱπποσυνῃ τε ποδεσσι τε καρπαλιμοισι 4) chiasme, mijn favoriet, maar moeilijk te vinden: de ABBA-formatie: de kruisgewijze plaatsing van grammaticaal en/of inhoudelijk gelijkwaardige tekstelementen vb XVI, 64/ 65 ὁ δ᾽ ἀνστησει ὅν ἑταιρον Πατροκλον· τον δε κτενεῖ ἐγχει φαιδιμος Ἑκτωρ (zelfs ABCCBA) XXIV, 503 Ἀλλ᾽ αἰδειο Θεους, Ἀχιλευ, αὐτον τ᾽ ἐλεησον
5) enjambement, zeer frequent: het doorlopen van de zin naar het begin van het volgende vers, meestal voor extra nadruk vb XVI, 833 νηπιε· XXII, 60 δυσμορον, XXIV, 555 λυσον, 6) hyperbaton, de meest waanzinnige onder de stijlfiguren: de uiteenplaatsing van twee samenhangende woorden of woordgroepen in een zin (meestal zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord gescheiden; ertussen staat een tekstelement dat niet de woordgroep behoort) (van ὑπερ en βαινω: over. . . heen gaan) vb VI, 349 Αὐταρ ἐπει ταδε γ᾽ ὡδε θεοι κακα τεκμηραντο VI, 358 ἀνθρωποισι πελωμεθ᾽ ἀοιδιμοι ἐσσομενοισι VI, 354 Ἀλλ᾽ ἀγε νυν εἰσελθε και ἑζεο τῳδ᾽ ἐπι διφρῳ (dus géén hyperbaton)






