VCA VOL Hoofdstuk 11 Risicovolle arbeidsplaatsen risicos van
VCA VOL Hoofdstuk 11 Risicovolle arbeidsplaatsen risico’s van werkplekken en activiteiten 1
11. Risicovolle arbeidsplaatsen 11. 1 11. 2 11. 3 11. 4 11. 5 11. 6 11. 7 Werkplekken met een hoger risico Laswerkplek en lassen Explosiegevaarlijke zone Besloten ruimte Werkplekken op hoogte Slooplocatie Asbestlocatie 2
11. 1 Werkplekken met een hoger risico n arbeidsplaats of werkplek u u n n is elke plek die bedoeld is om te werken, óók elke plek waar wórdt gewerkt werkgever moet zorgen voor veilige werkplek risicovolle werkplekken: waarbij ongevallen regelmatig een dodelijke afloop hebben u u tijdens bouw, onderhoud of reparatie bij risicovolle werkzaamheden werken op hoogte besloten ruimten 3
11. 2 Laswerkplek en lassen laswerk komt veel voor met risico’s voor de lasser én zijn omgeving: n binnen n buiten n in werkplaatsen n direct aan installaties, constructies en pijpwerk 4
11. 2 Laswerkplek en lassen (2) gevaren bij elektrisch lassen n n n elektrocutie brand en explosie door hittevorming en vonken verbranding huid of hoornvlies door UV-straling verblinding door vrijkomende straling longaandoeningen of vergiftiging door lasrook lichamelijke klachten door verkeerde werkhouding 5
11. 2 Laswerkplek en lassen (3) gevaren bij autogeen lassen / snijden n cilinder met zuurstof onder druk n zuurstof is brandbevorderend en oxiderend n cilinder met acetyleen of propaan u u u beide gassen zijn brandbaar en kunnen explosieve mengsels met lucht vormen bij gebruik van acetyleen vlamterugslag, door de slang naar de cilinder propaan is zwaarder dan lucht blijft hangen in putten, uitgravingen en kelders kan daar explosieve mengsels met lucht vormen 6
11. 2 Laswerkplek en lassen (4) veiligheidsmaatregelen bij lassen n werkvergunningensysteem ventilatie en/of afzuiging van lasrook persoonlijke bescherming: u u u n laskap luchtgeventileerde laskap lasschort laskleding veiligheidsschoenen lasgordijnen voor bescherming tegen UV- en infraroodstraling blusmiddelen onder handbereik 7
11. 2 Laswerkplek en lassen (5) veiligheidsmaatregelen bij lassen veiligheidsmaatregelen bij autogeen lassen, snijden en branden met zuurstof en acetyleen/propaan: n acetyleenfles rechtop opslaan u n of onder een hoek van ten minste 30° bij gebruik propaan u u maatregelen treffen m. b. t. ventilatie en/of continu gas meten vlamdover tussen acetyleenfles en brander n terugstroombegrenzers op gas- en zuurstofslang van brander n slangbreukbeveiliging n 8
11. 3 Explosiegevaarlijke zone n n in deze zones is een explosief mengsel mogelijk maatregelen ter voorkoming van ontsteking, bijvoorbeeld: u u u explosieveilige verlichting en -schakelaars gebruik van speciaal gereedschap pneumatisch in plaats van elektrisch gereedschap 9
11. 3 Explosiegevaarlijke zone (2) zone-indeling zone’s worden aangeduid naar aard explosieve product en de kans op aanwezigheid veel regelmatig zelden stofvorm gas zone O zone 1 zone 20 zone 21 zone 22 (damp) vaste stof (poederwolk) 10
11. 3 Explosiegevaarlijke zone (3) aandachtspunten betreden Ex-zone: n opgeleide medewerkers n schriftelijke toestemming voor uitvoeringstaak n schriftelijke werkinstructie aanwezig n voorgeschreven PBM toegepast n werkzaamheden, arbeidsmiddelen en voorzorgsmaatregelen volgens de werkvergunning 11
11. 3 Explosiegevaarlijke zone (4) explosiemetingen n bij uitvoeren en beoordelen metingen letten op: u u plaats van de (verwachte) bron windrichting dichtheid van betreffende stof afstand tot de bron 12
11. 4 Besloten ruimte n kenmerken: u u u nauw klein nat glad weinig bewegingsruimte niet bedoeld voor verblijf van personen nauwelijks natuurlijke ventilatie toegankelijkheid is lastig slechte vluchtmogelijkheden slecht verlicht struikelgevaar door leidingen en kabels op onverwachte plaatsen 13
11. 4 Besloten ruimte (2) voorbeelden: n opslagreservoirs n tanks n riolen n leidingen n liftschachten n kruipruimten n ook: u u u las- of soldeertentjes bij diepe uitgraving diepere gaten of sleuven in/met vervuilde grond pijpleidingen 14
11. 4 Besloten ruimte (3) risico’s van een besloten ruimte n verstikking door zuurstoftekort u u u verdringing van de zuurstof door bijv. methaan of inerte gassen als stikstof, argon en helium in riolen en gierkelders door lasbranders of roesten biologische en bacteriologische reacties gebrek aan ventilatie bij te weinig zuurstof: bewusteloosheid of dood meten is weten, gissen is missen 15
11. 4 Besloten ruimte (4) risico’s van een besloten ruimte (2) n zuurstoftekort is te voorkomen u u door de ruimte mechanisch te beluchten (met een ventilator verse lucht inblazen) door onafhankelijke adembescherming toe te passen n lucht bevat normaal 21% zuurstof; het minimum zuurstofgehalte in een besloten ruimte is 19% n in besloten ruimten is een filtermasker voor adembescherming niet toegestaan u geeft geen bescherming tegen zuurstoftekort 16
11. 4 Besloten ruimte (5) risico’s van een besloten ruimte (3) n brand- en/of explosiegevaar u u door te weinig ventilatie, waardoor de onderste explosiegrens (LEL) snel wordt bereikt brandbare stoffen kunnen ook in materialen aanwezig zijn, of vrijkomen bij verwijdering van roestlagen ontsteking kan plaatsvinden door open vuur of vonken bij meer dan 21% zuurstof in de lucht: groot brand- en explosiegevaar bij aanwezigheid brandbare stof (vaste stof, vloeistof, damp of gas). u extra zuurstof door lekken uit leidingen of flessen u daarom flessen buiten de (besloten) ruimte u slangbreukbeveiliging u bij pauzes enz. altijd slangen verwijderen u 17
11. 4 Besloten ruimte (6) risico’s van een besloten ruimte (4) n elektrocutie u u n door slechte ventilatie in de besloten ruimte is de lichaamstemperatuur hoger er is meer vochtigheid, waardoor er meer geleiding is daarom elektrische apparatuur spanningsvrij maken bij geleidende wanden: veilige spanning toepassen vergiftiging u u bij bepaalde dosis giftige stof in ons lichaam door het beperkte luchtvolume en de beperkte ventilatie wordt snel een gevaarlijke concentratie boven de veilige grens bereikt 18
11. 4 Besloten ruimte (7) veiligheidsmaatregelen vooraf n eisen alvorens een besloten ruimte te betreden: u u u u waarschuwingsborden tegen onbevoegden leidingen afgeblind of losgekoppeld adequate luchtverversing zuurstofpercentage >19% concentratie gasmengsel <10% van de LEL concentratie giftige stoffen of dampen < grenswaarde risicoverhogende componenten veiligstellen en vergrendelen 19
11. 4 Besloten ruimte (8) veiligstellen en vergrendelen n risicoverhogende apparaten, machines en machineonderdelen worden door een deskundige buiten bedrijf gesteld, zodat geen delen onder spanning kunnen komen te staan of onbedoeld kunnen gaan bewegen u elektrisch veiligstellen: 1. 2. 3. elektrische voeding spanningsloos maken schakelaars vergrendelen risicogebieden aangeven (signaleren) 20
11. 4 Besloten ruimte (9) leidingen afblinden n aanbrengen van een scheiding in een leiding, zodat geen vloeistof kan doorstromen u u een steekflens is een afscheidingsplaat die in de leiding wordt aangebracht, zodat geen vloeistof kan doorstromen naar tanks, vaten of installaties steekflenzen worden toegepast: bij schoonmaken, repareren, spoelen, gasvrij maken en uitstomen van leidingen, tanks en installaties u bij vervangen van apparatuur u bij werken in besloten ruimte om deze te isoleren van gevaarlijke producten u 21
11. 4 Besloten ruimte (10) toegang tot een besloten ruimte n vergunning verlenen voor toegang: u u u ruimte schoon en droog alle maatregelen getroffen geldige werkvergunning of een schriftelijke vrijgave betreders zijn ten minste 18 jaar permanente observatie/toezicht u mangatwacht of veiligheidswacht 22
11. 4 Besloten ruimte (11) metingen uitvoeren n explosiemetingen, zuurstofgehalte en concentratie van giftige stoffen u u u deskundig persoon vertrouw nooit op je neus… op meerdere plaatsen meten regelmatig (periodiek) herhalen of continu meten bijv. met meetapparaat dat altijd aanstaat 23
11. 4 Besloten ruimte (12) toezicht bij besloten ruimte met gevaar voor verstikking, bedwelming, brand en explosie of vergiftiging n uitgevoerd door veiligheidswacht: u u u blijft altijd buiten de besloten ruimte oefent permanent toezicht uit mag alleen weg als er een vervanger is houdt contact met de personen binnen zorgt voor het alarmeren van hulpverlening controleert ook de ventilatie een veiligheidswacht moet aantoonbaar deskundig zijn 24
11. 4 Besloten ruimte (13) veilig werken in een besloten ruimte het werk wordt optimaal voorbereid en de verblijfsduur in de ruimte is zo kort mogelijk verdere aandachtpunten: n ventilatie n persoonlijke bescherming n gebruik van gassen n las- en snijwerkzaamheden n verfwerk 25
11. 4 Besloten ruimte (14) veilig werken in een besloten ruimte (2) n ventilatie u natuurlijke ventilatie bijv. in riolen vooraf u riooldeksels verwijderen u u mechanische ventilatie ventilatoren u plaatselijke afzuiging u 26
11. 4 Besloten ruimte (15) veilig werken in een besloten ruimte (3) n persoonlijke bescherming u persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) onafhankelijke adembescherming (geen filtermaskers) u gevaarlijke gassen/dampen boven de grenswaarde u te laag zuurstofpercentage u gehoorbescherming u reddingslijn u tenzij deze extra gevaar oplevert u extra PBM u voor zover nodig en u niet risicoverhogend u 27
11. 4 Besloten ruimte (16) veilig werken in een besloten ruimte (4) n gebruik van gassen u u u n vooraf slangen controleren op lekken gasflessen buiten de ruimte plaatsen tijdens pauzes en einde werkzaamheden branders en slangen buiten de ruimte las- en snijwerkzaamheden u u alle brandbare stoffen weg of afgedekt blusmiddelen binnen handbereik zorg voor plaatselijke afzuiging bij elektrisch lassen: veilige spanning 28
11. 4 Besloten ruimte (17) veilig werken in een besloten ruimte (5) n aanbrengen van verf u u u onafhankelijke adembescherming hele ruimte ventileren alle apparatuur geaard i. v. m. statische elektriciteit ventilatie tot enige dagen na het schilderen i. v. m. verhardingsproces van de verf: ruimte niet afsluiten (zuurstof wordt verbruikt) u na het verven enige tijd kans op zuurstoftekort u 29
11. 5 Werkplek op hoogte veiligheidsmaatregelen op basis van wet- en regelgeving toepassen bij: n werken op meer dan 2, 5 meter n werken boven een gevaarlijk punt, (bewegende delen of wateroppervlak) n gevaar van vallende voorwerpen n maatregelen o. a. u u u veilige steiger, bordes of werkvloer doelmatige hekwerken, leuningen knieregel en kantplank vangnetten vloeropeningen dichtleggen PBM 30
11. 5 Werkplek op hoogte (2) werken op daken n bij schuine daken u loopplanken als de dakbedekking niet sterk genoeg is u bij verplaatsing op het hellend vlak u u bij grote openingen en aan randen hellend vlak vangnetten u of harnasgordel u n platte daken op minder dan 4 meter dakrand u u n dakrandbeveiliging of. . vangnetten aanbrengen. evt. harnasgordel 31
11. 5 Werkplek op hoogte (3) locatie met wand- en/of vloeropeningen n gevaren bij het werken bij wand- en vloeropeningen u u n iemand valt er doorheen iemand wordt getroffen door een vallend voorwerp veiligheidsmaatregelen u u u openingen afdekken met draagkrachtig materiaal aanbrengen van leuningen of hekwerk als beveiliging niet mogelijk is: PBM 32
11. 5 Werkplek op hoogte (4) ladders n alléén gebruiken voor lichte werkzaamheden als u u u inzet van een steiger (stelling) of hoogwerker technisch of economisch niet haalbaar is ladder is goedgekeurd en voorzien van keuringssticker stahoogte minder is dan 7, 5 meter statijd korter is dan 4 uur reikwijdte maximaal een armlengte is krachtuitoefening minder dan 100 N (10 kg) is boven windkracht 6 ladders niet gebruiken 33
11. 5 Werkplek op hoogte (5) ladders (2) u u u zorg voor een stevige ondergrond ladder niet achterstevoren of ondersteboven plaatsen ladder opstellen onder ca. 75 graden borgen tegen wegzakken of uitglijden minimaal 1 meter uitsteken boven toegang tot ladder vrijhouden van obstakels blokkeer deur of doorgang achter de ladder sporten en ladderschoenen schoonhouden niet beklimmen met gladde of vervuilde zolen beklim de ladder met het gezicht naar de ladder toe metalen ladders > 2 meter van onder spanning staande delen 34
11. 5 Werkplek op hoogte (6) steigers u u u stabiliteitsberekening instructies voor op- of ombouw opbouwen en veranderingen door vakkundige bouwers bevoegde toezichthouder aanwezig vóór ingebruikname een steigerkaart invullen maximaal toelaatbare belasting u dat hij betreden mag worden u tot wanneer de keuring geldig is u u u alleen opgeleide mensen mogen op steigers werken niets aan de constructie van de steiger veranderen geen materiaal of gereedschap op de steiger laten geen trap of ladder op de steiger 35
11. 5 Werkplek op hoogte (7) hangsteigers n veiligheidsmaatregelen: u u u gebruikers krijgen vóóraf instructie eerst testen voor gebruik omgeving onder de steiger afzetten harnasgordel dragen gehaakt aan een speciaal punt niet gebruiksklaar en onbeheerd achterlaten als de bediening niet op de hangsteiger zelf is: u u de bediener mag niet weggaan wanneer er personen in de hangsteiger zijn bij geen of beperkt oogcontact tussen bediener en personen in de hangsteiger: u hulpmiddelen voor communicatie gebruiken 36
11. 5 Werkplek op hoogte (8) rolsteigers n veiligheidsmaatregelen: u u u u alle wielen blokkeren voor het beklimmen rolsteiger van binnenuit beklimmen materiaal en gereedschap naar boven hijsen werkvloer opgeruimd houden niet op de schoren staan ondergrond moet vlak en hard zijn rolsteiger niet verplaatsen met iemand op de rolsteiger zorg dat de steunen en uithouders niet kunnen verschuiven tijdens het verplaatsen 37
11. 5 Werkplek op hoogte (9) werkbakken voor personen n werkbakken voor personen moeten met een viersprong worden opgehangen aan de kraan u u ze moeten gekeurd zijn aan de buitenzijde staat informatie over: t t t u toelaatbare werklast eigen massa toelaatbaar aantal personen veiligheidsmaatregelen: t t t kraanmachinist en personen in de werkbak moeten elkaar kunnen zien mondelinge communicatie personen in de werkbak moeten harnasgordels dragen verbonden met bevestigingspunt in de bak 38
11. 5 Werkplek op hoogte (10) hoogwerkers n zelfrijdende hoogwerkers n op een aanhangwagen, vrachtwagen of bestelauto. n een schaarlift is een hoogwerker met een schaarconstructie n hoogwerkers zijn veiliger dan ladders, maar… er zijn ook gevaren, zoals u u omvallen van de hoogwerker door verkeerde plaatsing of een aanrijding bekneld raken tussen object en platform uit het bakje vallen het raken van stroomvoerende leidingen 39
11. 5 Werkplek op hoogte (11) hoogwerkers (2) n op of bij de hoogwerker moeten aanwezig zijn: u u keuringssticker, geldig keuringsbewijs plaat met maximum belasting gebruikershandleiding en bedieningsinstructie veiligheidsmaatregelen: gebruik in horizontale positie en op vlakke ondergrond u alleen rijden met ingeschoven steunen en arm omlaag u niet gebruiken voor hijsen en ook niet als personenlift u valbeveiliging die aan de bak is vastgemaakt u u de bediener moet aantoonbaar deskundigheid zijn 40
11. 6 Slooplocatie n gevaren bij sloopwerkzaamheden: u u u u instabiliteit bij het sloopfront vallend sloopmateriaal verstappen en struikelen uitstekende constructiedelen vrijkomen van gevaarlijke stoffen lawaai werken op hoogte instorting 41
11. 6 Slooplocatie (2) n veiligheidsmaatregelen: u u rekening houden met de draagkracht van de overblijvende constructie zonder specifiek plan niet boven of onder elkaar werken stortkokers gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen: helm, veiligheidsschoenen, brandveilige overall u adembescherming u gehoorbescherming u valbeveiliging u u concentratie van gevaarlijke stoffen inventariseren 42
11. 7 Asbestlocatie gezondheidsgevaren van asbest, met name op de lange termijn: u asbestose (kortademigheid) u longkanker u mesothelioom (long-/buikvlieskanker) 43
11. 7 Asbestlocatie (2) asbest is door specifieke eigenschappen erg veel toegepast bij/als: u u u u u warmte-isolatie afdichtingen van flenzen en lagers brandwerende bekleding elektrische isolatie remvoeringen branddekens, isolerende handschoenen rioolbuizen dak- en wandplaten vloerbedekking ……… enz. , enz. 44
11. 7 Asbestlocatie (3) wettelijke bepalingen asbest: n n n elk bedrijf moet een inventarisatie maken van aanwezig asbest bewerken en verwerken van asbest is verboden asbesthoudend afval apart inzamelen en afvoeren labels aanbrengen waar contact met asbest mogelijk is bij aantreffen asbest: u u werk direct stilleggen monster laten onderzoeken door erkend asbestlaboratorium NB: pakkingen (afdichtingen) die zonder breken verwijderd kunnen worden, mogen door iedereen worden weggenomen 45
11. 7 Asbestlocatie (4) n verwijderen van asbest en keramische vezels: u u u fixeermiddel gebruiken materiaal niet breken, zagen of verspanen medewerkers dragen wegwerpoverall P 3 -stofmasker gebruiken alles inpakken en voorzichtig behandelen 46
- Slides: 46