Toekomst mobiliteit Hoe ga jij in 2030 naar
Toekomst mobiliteit Hoe ga jij in 2030 naar school? BVL versie juni 2019
Een les over toekomst mobiliteit. Onderdelen: 1. Inleiding. 2. Hoe denk jij dat wij in de toekomst gaan reizen? 3. Wat denken de deskundigen over toekomst mobiliteit? 4. Teken / ontwerpopdracht. 5. Afronding les en maken van afspraken.
Definitie mobiliteit; waar hebben we het eigenlijk over? – Woord is afkomstig van het Engelse mobility of het Franse mobilité, van het Latijnse 'mobilitas' of van mobiel met het achtervoegsel –iteit. – Mobiliteit = het mobiel zijn, beweeglijkheid. – Bij verkeer en vervoer bedoelen we hier meestal de mogelijkheid om korte en lange afstanden met de auto, openbaar vervoer, fiets enzovoorts af te leggen. – In Nederland levert de mobiliteit problemen op door bijvoorbeeld te volle treinen en de vele files op de autowegen.
1. Inleiding: waarom NU al nadenken over toekomst mobiliteit? – Mobiliteit verandert in hoog tempo. – De overheid moet zich goed voorbereiden op deze veranderingen. – Oplossingen van nu zijn misschien in de toekomst overbodig. – Technische oplossingen in de toekomst mogen soms niet worden ingevoerd, daar moeten regels en wetten voor worden aangepast. En dat kost veel tijd.
2. Hoe denk jij dat wij in de toekomst gaan reizen? Denk aan het jaar 2030…. hoe oud ben je dan? – Hoe ziet dan de mobiliteit eruit? – Voor scholieren in de toekomst: • • Hoe gaan leerlingen dan naar school? Moeten ze nog wel voor alle lessen naar school? – Voor alle weggebruikers: • • • Hoe reizen mensen, hoe gaan ze naar hun werk? Welke nieuwe technieken zijn dan heel normaal? Is duurzaamheid dan de standaard?
3. Hoe denken deskundigen erover?
Klik hier voor filmpje toekomst mobiliteit (3. 17 min)
3: in 2030 …. wordt de fiets meer gebruikt – Meer mensen nemen de fiets naar werk en school. – Door e-bikes en speed pedelecs kan je grotere – – afstanden afleggen in minder tijd. Er zijn snelfietsroutes naar en tussen steden aangelegd. Met de fiets geen last van files, fietsen is goedkoper dan autorijden, is gezond. Op steeds meer plekken staan leen/huurfietsen. Technische hulpmiddelen op de fiets maken fietsen veiliger en makkelijker.
3: in 2030 …. rijden er meer elektrische auto’s - In 2014 hadden we 30. 000 elektrische auto’s. In 2016 95. 000. De regering wil in 2020 al 200. 000 elektrische wagens op de weg hebben. En 1 miljoen in 2025. Vervuilende auto’s worden duurder of zelfs verboden. Er zijn overal laadpunten.
3: in 2030 …. zijn auto’s slimmer en gaan met elkaar communiceren - Auto’s nemen taken van de bestuurder over. Meer zelfrijdende – slimme -auto’s. Auto’s communiceren met elkaar: minder ongelukken, minder files en de reistijd kan je anders benutten (bv al werken). - Niet alleen autofabrikanten hebben zelfrijdende auto’s, ook bedrijven als Google, Apple en Microsoft bieden die aan. – -
3: in 2030 …. is er meer mobiliteit op afroep: met een verschuiving van bezit naar gebruik. – Mensen gaan steeds minder zelf bezitten en steeds meer lenen. Vroeger kocht je een CD of DVD, nu stream je muziek of films (deeleconomie). – (Zelfrijdende elektrische) auto’s worden ook vaker gedeeld.
3: in 2030 …. sluit het openbaar vervoer (ov) meer aan bij de vraag van gebruikers. - De vraag welke mobiliteit het beste past bij welke vervoersvraag wordt steeds belangrijker. - Mobiliteitsdiensten spelen in op deze vraag en worden steeds normaler Naast bus en trein meer (ov) fietsen en (deel) auto’s. Klant bestelt en betaalt vervoer vaker via app. -
3: in 2030 …. is de logistiek anders georganiseerd – Steeds meer mensen kopen via internet. Pakketjes komen met drones of met elektrische bestelauto’s. – Vrachtvervoer over de weg gebeurt met (veel) langere vrachtwagens of vrachtwagens rijden als ‘een treintje’. En vervoer steeds vaker ‘s nachts. - Zo veel mogelijk vrachtvervoer gaat over water, per spoor, via buizen.
4. Teken / ontwerpopdracht Hoe zie jij de toekomst mobiliteit? • • Wat verwacht jij van de toekomst van ons verkeer en vervoer? Hoe gaan leerlingen in 2030 naar school, naar sport, vrienden of feestjes? Wat is in 2030 nodig om op een slimme manier van A naar B te komen? Teken / ontwerp jouw toekomstidee!
4. Hoe geef je het idee vorm? – Toekomstideeën kan je op allerlei manieren uitwerken. – Voorbeelden: een tekening of een ontwerp – Of zelfs een collage, een bouwwerk, een vlog, een rap, een ontwerp, een gedicht, een geschreven visie. – Klik hier voor een voorbeeld gemaakt door andere leerlingen (2. 22 minuten).
5. Maken van afspraken en afronding – Hoe gaan we de teken / ontwerpopdracht aan de slag (in de klas of thuis, in groepjes, met hele klas of individueel)? – Wanneer af? – Bespreken toekomstideeën: • • • Wat is het toekomstidee/wat stelt het voor? Lost het toekomstidee mobiliteitsproblemen op? Zo ja, welke problemen? Wat is er voor nodig om het toekomstidee te laten slagen?
Colofon Deze lesbrief over snelheid is ontwikkeld in opdracht van de provincie Noord-Brabant en mag door de school worden aangepast. Ontwikkeld door Ronald Soemers van Edusell
- Slides: 17