Semantisatieverhaal Weet je wat voor filmpje ik dit

  • Slides: 23
Download presentation
Semantisatieverhaal: Weet je wat voor filmpje ik dit weekend zag? Ik zag een filmpje

Semantisatieverhaal: Weet je wat voor filmpje ik dit weekend zag? Ik zag een filmpje over een hele bijzondere auto. Kijk maar even mee (klik op link en kijk van 1. 40 – 2. 15). Ik wil wel zo’n auto hoor! Dan kan ik heel makkelijk de weg van mijn huis naar school afleggen, ik kan de weg dan heel makkelijk tot het einde volgen. Ik denk dat ik dan ook veel tijdwinst heb. De tijd die je wint, omdat iets korter duurt dan normaal. Ik denk dat ik met een vliegende auto veel sneller op school ben. Ik denk dat heel aangenaam is, dat heel prettig is, om in zo’n auto te vliegen. Ik hou wel van vliegen. Een vriend van mij heeft hoogtevrees. Hij vindt hoogtes heel eng. Hij durft zelfs niet op een stoel te gaan staan. Als hij iets uit de bovenste kastjes van de keuken moet hebben, dan moet iemand anders hem dat aanreiken, aangeven. Zo’n vliegende auto is niet voor hem weggelegd. Dat is niet mogelijk voor hem. Hij wil graag alles in de hand houden, hij wil alles onder controle hebben. Hij loopt liever naar zijn werk. Dan kan hij alles zelf in de hand houden. Maar zo´n vliegende auto lijkt mij echt heel fijn. Als de omstandigheden goed zijn, als de situatie goed is, dan kan je rustig naar school vliegen en onderweg naar beneden kijken. Ik wil wel een keer een poging doen om met zo´n auto naar school te vliegen. Ik wil dat wel een keer proberen. Gewoon, als experiment, als proef. Om te kijken hoe snel ik dan op school kan zijn. Misschien kan ik wel een nieuw record neerzetten. Een record van de snelste tijd van mijn huis naar de school. Misschien haal ik wel een wereldrecord. Denken jullie dat mijn tijd geldt als ik ga vliegen? Telt dan mee? Of moet je voor een record over de weg rijden? Dan geldt mijn tijd niet, denk ik. Lijkt het jullie aangenaam, zo’n vliegende auto?

Gerarda Das Mariët Koster Mandy Routledge Francis Vrielink Week 42 – 15 oktober 2019

Gerarda Das Mariët Koster Mandy Routledge Francis Vrielink Week 42 – 15 oktober 2019 Niveau B

https: //www. youtube. com/watch? v=x 0 DM 3 wr. Eveg#t=1 m 40 s

https: //www. youtube. com/watch? v=x 0 DM 3 wr. Eveg#t=1 m 40 s

afleggen

afleggen

de tijdwinst

de tijdwinst

aangenaam

aangenaam

aanreiken

aanreiken

iets is niet voor iemand weggelegd

iets is niet voor iemand weggelegd

iets in de hand houden

iets in de hand houden

de omstandigheid

de omstandigheid

de poging

de poging

het experiment

het experiment

gelden

gelden

Op de woordmuur:

Op de woordmuur:

Met een vliegende auto kan ik makkelijk de weg van huis naar school afleggen

Met een vliegende auto kan ik makkelijk de weg van huis naar school afleggen = tot het eind volgen

aangenaam onaangenaam = prettig = vervelend In deze stoel zit ik heel onaangenaam. Ik

aangenaam onaangenaam = prettig = vervelend In deze stoel zit ik heel onaangenaam. Ik denk dat ik aangenaam kan zitten in deze auto.

iets in de hand houden = iets onder controle hebben iets uit handen geven

iets in de hand houden = iets onder controle hebben iets uit handen geven = iets aan een ander overlaten Als je loopt, kan je alles zelf in de hand houden. In de bus geef je de controle uit handen.

de tijdwinst het tijdverlies = de tijd die je wint, omdat iets korter duurt

de tijdwinst het tijdverlies = de tijd die je wint, omdat iets korter duurt = de tijd die je verliest, omdat iets langer duurt Een vliegende auto kan een hoop tijdwinst opleveren. De auto was kapot en dat betekende veel tijdverlies.

het weer de wind de omstandigheid = de situatie Als de omstandigheden goed zijn,

het weer de wind de omstandigheid = de situatie Als de omstandigheden goed zijn, kan je rustig naar school vliegen. het geluid de route

het experiment = de proef Als experiment wil ik wel een keer proberen om

het experiment = de proef Als experiment wil ik wel een keer proberen om met een vliegende auto naar school te gaan.

gelden = meetellen Denken jullie dat mijn tijd geldt als ik ga vliegen? aanreiken

gelden = meetellen Denken jullie dat mijn tijd geldt als ik ga vliegen? aanreiken = aangeven Als mijn vriend iets uit het bovenste kastje nodig heeft, moet iemand hem dat aanreiken.

iets is niet voor iemand weggelegd = iets is niet mogelijk voor iemand Een

iets is niet voor iemand weggelegd = iets is niet mogelijk voor iemand Een vriend van mij heeft hoogtevrees. Een vliegende auto is niet voor hem weggelegd.

de poging = de keer dat je iets probeert Ik wil wel een poging

de poging = de keer dat je iets probeert Ik wil wel een poging doen om in zo’n auto naar school te vliegen.