Tussen 1300 en 1500: • Aanzien van de kerk vermindert • Mens wordt zelfbewuster door rijkdom en macht. Mens werkt aan ontplooiing: HUMANISME • Steden krijgen meer invloed: stichten universiteiten. • Wetenschap komt tot bloei. • Ontdekkingsreizen
Ontstaan van Renaissance in Italië: • Geografische ligging ideaal voor handel. Men komt in aanraking met andere culturen. • Men leeft op resten van de klassieke oudheid • Door stadstaatjes flinke concurrentie.
Inspiratiebronnen • Aandacht voor de mens en natuur: kennis anatomie en perspectief • Herontdekking van klassieke idealen: evenwicht, harmonie, symmetrie, compositie, gulden snede.
Santa Maria del Fiore, Florence
Koepelconstructie, Brunelleschi
Santa Maria della Carceri, Prato
lantaarn Lantaarn: Centraalbouw Opengewerkte bekroning van koepel of toren. Meestal achthoekig van vorm.
Vierkant grondvlak pendentief Vierkant wordt cirkel
tamboer pendentief Tamboer: cilindrische onderbouw van een koepel.
Tempietto, Bramante
Reconstructie Tempietto met idee voor omgeving
Cirkelvormig plein omgeven door zuilen en vier kleine kapellen
Villa Rotonda, Palladio
tympaan fries zuil basement Ionisch kapiteel
San Lorenzo, Medici kapel, Florence, Michelangelo
Kenmerken architectuur Renaissance • Gebouwen krijgen wiskundige vormen. • Leesbaar. • Alles houdt verband met elkaar. • Centraalbouw vaak toegepast. • Klassieke elementen als rondboog, zuil, tympaan en pilasters. • Gebouwen opgenomen in omgeving.