Reflecteren Reflectie Reflecteren is innerlijk schouwen door nadenken

  • Slides: 13
Download presentation
Reflecteren

Reflecteren

Reflectie Reflecteren is ‘innerlijk schouwen’; door nadenken en navoelen de ervaringen op die manier

Reflectie Reflecteren is ‘innerlijk schouwen’; door nadenken en navoelen de ervaringen op die manier opnieuw te doorleven. Reflecteren door middel van STARR en het model van Korthagen:

Doel van reflecteren is kritisch nadenken over het eigen handelen. Bewustwording kan leiden tot

Doel van reflecteren is kritisch nadenken over het eigen handelen. Bewustwording kan leiden tot nieuw (professioneel) gedrag. Dit verloopt in vier fasen: • • Onbewust onbekwaam Bewust – bekwaam Onbewust - bekwaam

ONBEWUST Does BEKWAAM Shows how Knows

ONBEWUST Does BEKWAAM Shows how Knows

Reflectie m. b. v. STARR-methode

Reflectie m. b. v. STARR-methode

Situatie • • Wat was de situatie? Wat gebeurde er? Wie waren erbij betrokken?

Situatie • • Wat was de situatie? Wat gebeurde er? Wie waren erbij betrokken? Waar en wanneer speelde het zich af? Reflectie Taak • Hoe vond je dat je het deed? • Was je tevreden met het resultaat? • Wat zou je de volgende keer anders doen? • Wat heb je daarvoor nodig? • Welke competenties zijn belangrijk om in te zetten? Resultaat • • Wat kwam er uit? Hoe is het afgelopen? Wat was het effect? Hoe reageerden anderen? Algemeen • Wat was je taak? • Wat was je rol? • Wat werd er van je verwacht Persoonlijk • Wat wilde je bereiken? • Wat waren je verwachtingen? • Wat vond je dat je moest doen? Actie • • • Wat heb je precies gezegd/gedaan? Hoe was je aanpak? En toen? Hoe werd er gereageerd? Hoe reageerde jij?

Reflectie volgens Korthagen Volgens het STAR-model a. Wat was de concrete situatie? b. Wat

Reflectie volgens Korthagen Volgens het STAR-model a. Wat was de concrete situatie? b. Wat was mijn taak binnen deze situatie? c. Welke concrete acties heb ik in deze situatie ondernomen? d. Wat was het resultaat van deze acties?

Reflectie volgens Korthagen Terugblikken: wat gebeurde er concreet? a. Wat zag ik? b. Wat

Reflectie volgens Korthagen Terugblikken: wat gebeurde er concreet? a. Wat zag ik? b. Wat deed ik? c. Wat dacht ik? d. Wat voelde ik?

Reflectie volgens Korthagen Bewustwording van essentiële aspecten a. Wat betekent dit nu voor mij?

Reflectie volgens Korthagen Bewustwording van essentiële aspecten a. Wat betekent dit nu voor mij? b. Wat is het probleem (of de positieve ontdekking)? c. Wat heeft dat allemaal veroorzaakt? d. Waar heeft het mee te maken?

Reflectie volgens Korthagen Alternatieven a. Welke alternatieven zie ik? (oplossingen of manieren om gebruik

Reflectie volgens Korthagen Alternatieven a. Welke alternatieven zie ik? (oplossingen of manieren om gebruik te maken van mijn ontdekking) b. Welke voor- en nadelen hebben die? c. Wat neem ik me nu voor, voor de volgende keer?

Reflectie volgens Korthagen Uitproberen a. Wat wil ik bereiken? b. Waar wil ik op

Reflectie volgens Korthagen Uitproberen a. Wat wil ik bereiken? b. Waar wil ik op letten? c. Wat wil ik uitproberen en bereiken?

Reflectie volgens Korthagen Uitproberen is tegelijkertijd nieuw handelen en hiermee start de cyclus (opnieuw)

Reflectie volgens Korthagen Uitproberen is tegelijkertijd nieuw handelen en hiermee start de cyclus (opnieuw) op.

Reflectie volgens Korthagen

Reflectie volgens Korthagen