Ouderen en activiteiten De geriatrische zorgvrager 1 Draaglast























- Slides: 23
Ouderen en activiteiten De geriatrische zorgvrager 1
Draaglast en draagkracht • Draagkracht en draaglast moeten in evenwicht zijn om goed te kunnen functioneren • Als de draaglast groter is dan de draagkracht kan dit problemen geven • Draagkracht neemt af door ontwikkelingen op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied 2
Het belang van activiteiten • Onderdeel van de basiszorg; • Basiszorg die erop gericht is de zorgvrager zo goed mogelijk te laten functioneren met zijn/haar beperkingen; • De zorgverlener zal de zorgvrager zo veel mogelijk stimuleren om activiteiten zelf uit te voeren. 3
De menselijke behoeften van Maslow: • Basisbehoeften: • • Behoefte aan veiligheid en zekerheid: • • Onderzoeken, willen begrijpen; Esthetische behoeften: • • Waardering, zelfrespect; Kennisbehoeften: • • Intimiteit, acceptatie; Behoefte aan achting en respect: • • Safe en veilig willen voelen; Behoefte aan liefde en geborgenheid: • • Lucht, water, voeding, uitscheiding rust en temperatuur; Schoonheid, goedheid, orde; Zelfverwerkelijking; 4
Piramide van Maslow 5
Basisbehoeften zijn: • • • Eten en drinken; Seks; Slapen; Persoonlijke hygiëne; Zelfstandigheid; Veiligheid. 6
Activiteiten gericht op de basisbehoeften • • • ADL (de algemene dagelijkse levensverrichtingen); HDL (huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen; BDL (bijzondere dagelijkse levensverrichtingen); Seksuele activiteiten; Activiteiten dienen als ontspanning; 7
Activiteiten gericht op behoeften op hoger niveau: • Geluk van mensen 1. 2. Ontplooiing en ontwikkeling: * Praatgroep; * Dansavond; * Wandelgroep Ontspanning: 8
9
10
11
12
13
14
Nut van de activiteiten: • • • De gezondheid in stand houden; Het dag- nachtritme te structureren; De tijd door te brengen; Plezier; Contacten; Ontwikkeling; 15
Ouderen en groepen: • Opname in een groep: • • Wenfase; (kennismaking) Aanpassingsfase; (afstemmen) Kritieke fase; (balans) Acceptatiefase; (plaats “veroverd”) 16
Groepen begeleiden: • Duidelijke structuur; • Persoonlijke wensen, verwachtingen en eigenschappen van de verschillende groepsleden zijn bekend en worden geaccepteerd; • De groepsleden zijn tevreden over de mate van inspraak die ze hebben op de dagelijkse gang van zaken; • De groepsleden kunnen zich vinden in de rollen en invloedsverdeling binnen de groep 17
Vervolg: • Er bestaat een open communicatie tussen de groepsleden; • Er is sprake van een bepaald onderling vertrouwen; • De zorgverleners en de zorgvragers zijn goed op elkaar afgestemd 18
Activiteiten organiseren: • • Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4: Analyseren; Plannen; Realiseren; Evalueren; 19
Stap 1: Analyseren van de beginsituatie • Leeftijd en sekse; • De gevolgen van een ziektebeeld op deelname aan activiteiten; • De nog in tact gebleven mogelijkheden; • De maximale gevraagde inzet bij een bepaalde activiteit; • Levensloop, beleving van de belangstelling voor een bepaalde activiteit; • De mogelijkheden om deel te nemen aan een activiteit; 20
Stap 2: Plannen • • • Wat is het doel van de activiteit? Hoe wordt dit doel door de activiteit behaald? Uit welke activiteiten kunnen we kiezen gezien de beginsituatie? Hoe zullen de deelnemers zich tijdens de activiteit gedragen? Wie organiseert de activiteit? Wie begeleidt de activiteit? Welke materialen en ruimten worden gebruikt? Wanneer vindt de activiteit plaats? Wat moet er voor die tijd allemaal gebeuren? Wanneer moeten de deeltaken klaar zijn (tijdspad)? 21
Stap 3: Realiseren • • Algemene inleiding; (welkom) Inleiding activiteit; (hoe en wat) Uitvoering activiteit; Afronding; (ervaringen) 22
Stap 4: Evalueren • • Wat ging anders dan verwacht? Wat had beter gekund? Waar liepen de deelnemers tegenaan? Was de activiteit geschikt voor de deelnemers? Hoe verliep de begeleiding? Wat moet de volgende keer anders? Wat vonden de deelnemers van de activiteit? Is het doel behaald? 23