Naam van het land Jouw naam De leerkracht

  • Slides: 10
Download presentation
Naam van het land Jouw naam De leerkracht Je klas

Naam van het land Jouw naam De leerkracht Je klas

Waar bevindt zich (je land) • Op welk continent ligt je land en welke

Waar bevindt zich (je land) • Op welk continent ligt je land en welke buurlanden heeft je land.

Wat zijn de geografische kenmerken van (je land) • Noem belangrijke rivieren, meren, zeeën,

Wat zijn de geografische kenmerken van (je land) • Noem belangrijke rivieren, meren, zeeën, bergketens en andere geografische kenmerken die in of dichtbij je land worden aangetroffen.

Het klimaat van (je land) • Wat zijn de typische weerpatronen in je land

Het klimaat van (je land) • Wat zijn de typische weerpatronen in je land tijdens een jaar.

De flora en fauna van (je land) • Beschrijf welke dieren en planten in

De flora en fauna van (je land) • Beschrijf welke dieren en planten in je land worden aangetroffen.

De geschiedenis van (je land) • Maak een tijdlijn van de belangrijke historische gebeurtenissen

De geschiedenis van (je land) • Maak een tijdlijn van de belangrijke historische gebeurtenissen in je land. Naam van gebeurteni s 1 Naam van gebeurte nis 2 Naam van gebeurten is 3 Naam van gebeurten is 4 Naam van gebeurten is 5 Naam van gebeurten is 6 Naam van gebeurten is 7 Naam van gebeurten is 8 1 e jaartal 2 e jaartal 3 e jaartal 4 e jaartal 5 e jaartal 6 e jaartal 7 e jaartal 8 e jaartal Beschrijvin g van gebeurtenis Beschrijvi ng van gebeurten is Beschrijvin g van gebeurteni s Beschrijvin g van gebeurteni s

Gebruiken en tradities • Vertel iets over de belangrijkste gebruiken en tradities van je

Gebruiken en tradities • Vertel iets over de belangrijkste gebruiken en tradities van je land. Vertel iets over de feestdagen en wat die inhouden.

De regering van (je land) • Vertel hoe wetten tot stand komen en worden

De regering van (je land) • Vertel hoe wetten tot stand komen en worden gewijzigd in je land. Vertel hoe mensen worden verkozen om het land te besturen.

Economie van (je land) • Welke producten en diensten worden er in je land

Economie van (je land) • Welke producten en diensten worden er in je land geleverd? Hoe verdienen de meeste mensen de kost?

Het toerisme in (je land) • Vertel iets over de toeristische attracties in je

Het toerisme in (je land) • Vertel iets over de toeristische attracties in je land die mensen uit andere landen zouden willen bezoeken.