Middeleeuwen Tijd van Monniken en Ridders 500 tot






















- Slides: 22
Middeleeuwen • Tijd van Monniken en Ridders 500 tot 1000
Middeleeuwen Einde van het Romeinse Rijk en de invallen van de Germanen
RIDDERS! • http: //www. schooltv. nl/beeldbank/clip/2 0050614_middeleeuwen 07
Middeleeuwen FRANKISCHE RIJK MEROVINGERS KAROLINGERS Clovis Pepijn Karel ______|_________|__________|________ 500 600 700 800 900 1000 De doop van Clovis
Middeleeuwen Frankische Rijk 800 http: //www. schooltv. nl/beeldbank/clip /20060508_kareldegrote 01
Middeleeuwen
Definities van feodaliteit • Feodaliteit = leenstelsel (= smalle definitie) • Leenstelsel = vazalliteit
• Opdracht leenstelsel:
Middeleeuwen kerstening
Middeleeuwen het klooster
Middeleeuwen Een vroeg middeleeuws domein
Paragraaf 5. 2 Kerstbomen en paaseieren.
Verspreiding van het Christendom • Groot deel Oud-Romeinse Rijk Christelijk. • Geloof werd verder verspreid door missionarissen. • Bonifatius en Willibrord waren de missionarissen voor Nederland.
Waarom is Bonifatius vermoord. • Hakte heilige bomen van de Germanen om. • Vertelde dat hun geloven niet bestonden. • Zij zouden in de hel komen. • Radbord verkoos de hel.
Bonifatius • http: //www. schooltv. nl/beeldbank/clip/2004 0130_bonifatius 01 • http: //www. schooltv. nl/beeldbank/clip/2004 0130_bonifatius 02
Vermenging van culturen. • Germanen wilde hun tradities en feesten houden. • De kerk gaf de tradities en feesten een nieuwe betekenis.
Voorbeelden • Kerstmis(geboorte van Jezus) en de midwinterfeesten • Kerstboom (teken van blijvende leven in de winter) • Pasen = paaseieren, teken van vruchtbaarheid.
De geestelijkheid • De kerk was zeer machtig: – Iedereen was zeer gelovig – Zij konden lezen en schrijven (Bijna iedereen was analfabeet). – De geestelijken hielpen vaak bij het bestuur. – De kerk bezat veel grond.
Monniken en nonnen • Leven afgezonderd van de samenleving.
Het klooster • http: //www. schooltv. nl/beeldbank/clip/2003 0623_klooster 01 • http: //www. schooltv. nl/beeldbank/clip/2003 0623_klooster 02
Opbouw van de Kerk
5. 4 en 5. 5