Krachten 1 Optellen door constructie 2 Ontbinden van
Krachten 1. Optellen door constructie. 2. Ontbinden van een kracht. 3. Einde.
Krachten 1. Optellen door constructie. Ontbinden van een kracht. 3. Einde. 2.
1. Kies een schaal, bijv. 10 N 1 cm. 2. Teken de krachten op schaal. F 2 = 30 N 3 cm F 1 = 50 N 5 cm
3. Teken het parallellogram. 4. Teken de diagonaal. 5. Meet de diagonaal op: 4, 5 cm 45 N F 2 = 30 N 3 cm Fr = 45 N F 1 = 50 N 5 cm
m = 50 kg dus Fz = m. g 500 N ‘ 1 cm’ Er is dus ook 500 N omhoog. . . Parallellogram. . . F 2 F 1 Fz F 1 = 3, 5 cm = 1800 N F 2 = 4, 0 cm = 2000 N
F 2 = 3 cm 30 N 1. Kies 10 N 1 cm. 2. F 1 = 50 N 5 cm 3. Er is evenwicht dus ook 50 N omhoog! 4. Parallellogram. . . 5. Meet F 2 en F 3 op. . . F 3 = 4 cm 40 N F 1 = 50 N
Krachten 1. Optellen door constructie. Ontbinden van een kracht. 3. Einde. © Het Vlietland College Leiden 2.
1. Kies een x- en een y-as. 2. Teken de x- en y-componenten F 1 = 80 N y-as F 1 y F 2= 30 N F 3= 10 N = 30° F 1 x x-as
3. Bereken de componenten. sin 30° = F 1 y /80 F 1 y = 80. sin 30° = 40 N cos 30°= F 1 x /80 F 1 x = 80. cos 30° = 69 N F 1 = 80 N y-as F 1 y = 40 N F 2= 30 N F 2= 10 N = 30° F 1 x = 69 N x-as
4. Tel de x-componenten op: Frx = 69 – 30 = 39 N 5. Tel de y-componenten op: Fry = 40 – 10 = 30 N y-as F 1 = 80 N F 1 y = 40 N F 2= 30 N F 2= 10 N = 30° F 1 x = 69 N x-as
Krachten 1. Optellen door constructie. Ontbinden van een kracht. 3. Einde. 2.
- Slides: 11