Kleine wooneenheden voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen en asielzoekers












- Slides: 12
Kleine wooneenheden voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen en asielzoekers (Nederland) Lars Decock KATHO – IPSOC 1 Ba. SWc
Inhoud 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Inleiding Kleine wooneenheden Vluchtelingen en asielzoekers Asielbeleid en asielprocedure De opvang voor AMA’s De begeleiding Het besluit
Inleiding Het artikel gaat over: �Soort begeleide – kamerbewoningsprojecten �Problemen voor begeleiders �Mogelijkheden bieden tot onderkenning van psychosociale problemen �Het belang van intercollegiaal overleg
Kleine wooneenheden �Voor minderjarige vluchtelingen of asielzoekers tussen vijftien en achttien jaar zijn er zogenaamde kleine wooneenheden voorzien. �Kleine wooneenheden = een vorm van begeleide kamerbewoning voor 4 à 5 bewoners per eenheid
Vluchtelingen en asielzoekers �DEF. Volgens het vluchtelingenverdrag van Genève: * ‘Elke persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en die bescherming van dat land niet kan, of uit hoofde van boven bedoelde vrees, niet wil inroepen’ * Vluchtelingenverdrag van Genève (1951, art. 1 A)
�Er zijn totaal 18, 2 miljoen vluchtelingen in de wereld �Het begrip vluchteling is echter verwarrend Þ Mensen die uit hun land van herkomst vluchten, worden vluchtelingen genoemd. Maar dat betekent niet dat zij in het land van opvang ook als zodanig worden erkend. Wanneer de erkenning in het land van opvang formeel is, wordt de term vluchteling veranderd in asielzoeker. �De asielzoekers komen uit landen waar oorlog is, of waar sprake is van politieke onrust. De meest voorkomende herkomstlanden waren in 1994: Bosnië Hercegovina, Iran, Somalië en Klein-Joegoslavië �Het aantal asielzoekers blijft groeien en dat is ook zo voor de minderjarige asielzoekers onder hen.
Asielbeleid en asielprocedure �Alleenstaande minderjarige asielzoekers kunnen niet zelfstandig een asielverzoek indienen. �De vreemdelingencirculaire (1994) maakt het jongeren vanaf 12 jaar wel mogelijk een rechtsgeldig asielverzoek in te dienen. �Voor jongere kinderen moet de wettelijke vertegenwoordiger dat doen. �Asielverzoeken van zowel volwassen als minderjarige vluchtelingen worden getoetst aan het Verdrag van Genève.
De opvang voor AMA’s (alleenstaande minderjarige asielzoekers) �De aparte opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers ging op 1 augustus 1990 van start in het voormalige internaat Valentijn te Nunspeet. �Het idee van de kleine wooneenheden, dat De Opbouw in 1989 naar voren bracht als oplossing voor de uitplaatsingsproblemen, is gebaseerd op ervaringen van De Opbouw met de opvang van Vietnamese AMA’s in de jaren tachtig
De begeleiding � Per dag wordt per wooneenheid twee en een half tot acht uur begeleid. De gemiddelde begeleidingstijd bedraagt 4 uur. � De inhoud van de begeleiding is heel praktisch gericht. In de begeleiding streven ze de volgende 5 hoofddoelen na: 1. zelfstandigheid 2. integratie 3. scholing 4. toekomstplanning 5. maatschappij-oriëntatie � Met volgende problemen kregen de begeleiders te kampen: 1. gebrek aan achtergrondinformatie over nieuwe bewoners 2. gebrek aan vervolghuisvesting voor vertrekkende bewoners 3. gebrek aan toekomstperspectief van de jongeren 4. psychosociale problemen van de bewoners 5. problemen met de taal …
Het besluit �In Nederland wordt, binnen de beperkingen van een klein budget en onder druk van forse toename van het aantal AMA’s op adequate wijze op te vangen �De kleine wooneenheden bieden de bewoners geen hulpverlening maar begeleiding. De begeleiding is voornamelijk gericht op zakelijke, niet-intrapsychische doelen zoals zelfstandigheid, integratie en scholing �Verder blijkt uit het onderhavige onderzoek dat men in bijna alle wooneenheden te maken heeft met psychosociale problemen bij bewoners
�In de startperiode van de kleine wooneenheden is gekozen voor een grote marge van vrijheid voor residentiële instellingen wat betreft de invulling van de taken met betrekking tot de dagelijkse begeleiding in de wooneenheden. �Uit het onderzoek komt naar voren dat er bij de wooneenheden behoefte is aan meer informatie over nieuwe bewoners. Er zou meer duidelijkheid moeten komen over de informatie die een kleine wooneenheid wel en niet mag verwachten bij de komst van een nieuwe bewoner. �Bij de doorverwijzing van jongeren naar de wooneenheden is een van de zaken waarover moet worden beslist de samenstelling van de groep �Meer onderling overleg is in algemene zin zeker aan te bevelen
EINDE