INTERVISIE PROGRAMMA VANDAAG Korte uitleg intervisie Uitleg incidentmethode


























- Slides: 26
INTERVISIE
PROGRAMMA VANDAAG Korte uitleg intervisie Uitleg incidentmethode
WAAROM INTERVISIE? ØAls Professional wordt van je verwacht dat je inzicht hebt in tussen: de relatie Ø professionele opvattingen over het beroep van leraar Ø persoonlijke opvattingen over het beroep van leraar en eigen handelen Ø eigen waarden en normen Ø eigen emoties
UITGANGSPUNTEN Ø 1. Centraal staat: jij als professional en jouw handelen. Het probleem dat wordt ingebracht is een aanleiding. Ø 2. In principe worden geen kant en klare oplossingen of oordelen gegeven. Ø 3. Gespreksleider bewaakt de fasering van de intervisie.
DOELSTELLINGEN INTERVISIE ØVergroten van inzicht in je eigen mogelijkheden en onmogelijkheden als Leraar G&W. (Dit doe je door middel van het bespreken van probleemsituaties die je ervaart in onderwijssituaties en begeleidingssituaties van leerlingen en groepen. ØBieden van een nieuw perspectief op / inzicht in een situatie ØProbleem kan verder of op een andere wijze worden aangepakt of benaderd ØLeren en professionaliseren met, door en van elkaar
KERNPROBLEMEN STAAN CENTRAAL Kernproblemen zijn: Økenmerkende en centrale beroepssituaties waarin een reactie gevraagd wordt op die situatie Øin principe niet oplosbaar (ze blijven altijd voorkomen) ØEen continue spanningsveld waarin je je als beroepsbeoefenaar bevindt en waarin je steeds opnieuw keuzes moeten maken
INTERACTIEVOORWAARDEN • echtheid • open staan voor elkaar • goed luisteren • vragen om verduidelijking • ik-taal • stil kunnen zijn (nadenken / bezinning) • elkaar uit laten praten • ook non-verbale signalen opvangen • inhoud van de intervisie bespreking blijft binnen de intervisiegroep
AANDACHT VOOR • contract • basisstructuur, doelgericht, systematisch • motivatie • veiligheid, onderling vertrouwen • geloof in eigen kunnen • herkenning • betrouwbaarheid, integriteit • gelijkwaardigheid • verantwoordelijkheid • tijd, ruimte, aantal deelnemers
AFSPRAKEN INTERVISIEGROEP Aantal deelnemers per intervisiegroep: minimaal 5, maximaal 8 Werkwijze: • Incidentmethode • Balintmethode Werkafspraken in groep Ø Ø Ø aanwezigheid inbreng verslaglegging planning evaluatie contactpersoon
TOT SLOT 1. Intervisie doe je voor jezelf 2. Je eigen kwaliteit en professionalisering is er mee gediend 3. Toon je enthousiasme en inzet voor een goed verloop van de intervisie en je groei als professional
BRUIKBARE METHODEN Incidentmethode Balintmethode Maar ook bijvoorbeeld: 5 stappen methode 10 stappen methode Roddelmethode Enz.
INCIDENTMETHODE 1. - Introductie en keuze van een praatpapier (15 min) 2. - Schetsen van de situatie door de inbrenger (5 min) 3. - Noteren van vragen om informatie door de deelnemers (5 min) 4. - Informatieronde: stellen van de vragen aan de inbrenger (10 min) 5. - Analyse van de situatie: deelnemers doen dit op papier (10 min) 6. - Standpuntbepalingen uitwisselen in de groep (15 min) 7. - Wat deed de inbrenger (5 min) 8. - Afsluitende discussie (15 min) 9. - Evaluatie (10 min)
INTRODUCTIE Van te voren afspraken maken over inbreng, wie wanneer een praatpapier enz. Hoe gaan jullie om met iemand die een acuut probleem heeft?
SCHETSEN VAN DE SITUATIE Korte schets van degene die het probleem inbrengt, zonder dat zij bespreekt hoe zij de situatie “opgelost” heeft
NOTEREN VRAGEN Noteer vragen schriftelijk door een ieder individueel. Dit maakt dat je niet “afgeleid” wordt door de vragen van een ander.
INFORMATIERONDE Stel de vragen aan de inbrenger. Stel feitelijke vragen, niet suggestief of oplossend. Een vraag persoon Geen discussie.
ANALYSE Ontrafelen wat er aan de hand is en de kern van het probleem helder wordt. Nog geen oplossingen en geen feitelijke vragen meer stellen aan inbrenger Aan het einde kan inbrenger kort reageren, aanvullen of corrigeren
STANDPUNTBEPALING Kort omschrijven individueel wat jouw analyse is en hoe jij het zou oplossen.
WAT DEED DE INBRENGER? De inbrenger vertelt kort wat zij in de situatie heeft gedaan.
DISCUSSIE EN EVALUATIE Iedereen geeft zijn analyse en oplossing Deze worden met elkaar besproken en bediscussieerd. Tot slot evalueren jullie de bijeenkomst
WELKE VRAGEN WEL? Vraag door bijvoorbeeld met: a. Wat bedoel je met…. b. Wie deed dat c. Wie in het bijzonder d. Wanneer e. Kun je een concreet voorbeeld geven van….
WELKE VRAGEN WEL? Vraag door op generalisaties bijvoorbeeld: a. Geldt dat voor het hele projectteam? b. Wil je zeggen dat je altijd…. . c. En later: wie dan wel of wanneer in het bijzonder?
WELKE VRAGEN WEL? Vraag om toelichting en concretisering bij vervormingen, bijvoorbeeld: a. “Ik heb met ze afgesproken dat…. ” Kan een vervorming zijn van: Ik heb ze opgedragen dat…. Of, ze hebben mij de taak/opdracht gegeven om…. . Vraag: Hoe heb je dat afgesproken?
WELKE VRAGEN WEL? Vraag naar weggelaten woorden of zinsdelen, bijvoorbeeld: a. “Kritiek incasseren is moeilijk voor me. ” Vraag: van wie en over wat? b. “Het is verkeerd om……. ” Vraag: wie vindt het voor wie verkeerd om?
ANDERE AANDACHTSPUNTEN Laat de probleeminbrenger de keuze met welk probleem of deelaspect hij/zij het eerste wil doorgaan. Laat de probleeminbrenger het werk zoveel mogelijk zelf doen. Gebruik bij voorkeur voornaamwoorden als: wat, wiens, welk, waar, wanneer, waartoe. Wees zuinig met hoe-vragen en vermijd waarom-vragen.
ANDERE AANDACHTSPUNTEN Maak je eigen gedachten of waarnemingen expliciet. Bijvoorbeeld: “Ik heb de indruk dat onderwerp X een zijspoor is. Wat is voor jou het belang van onderwerp X voor je probleem Y? Schenk aandacht aan je waarnemingen van non-verbale signalen (stemvolume, toon, gebaren, steeds naar de grond kijken). Als zulke signalen meer de aandacht vragen dan de inhoud van het gesprek, dan is het goed om die signalen aandacht te geven.