Interne analyse De eigen organisatie Organisatiestructuur Sterk punt


















- Slides: 18
Interne analyse De eigen organisatie
Organisatiestructuur Sterk punt als: • flexibel • slagvaardig • goed in staat te luisteren Zwak punt als: • star en log • gaat niet met de tijd mee • kan niet goed luisteren 2 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Lijnfunctie Gezagsrelatie tussen een medewerker en één meerdere. 3 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Staffunctie • Ondersteunende of adviserende functie • Krijgt opdrachten, geeft geen orders (behalve als de manager van een stafafdeling medewerkers heeft) manager staffunctionaris chef afdeling 1 4 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel chef afdeling 2 chef afdeling 3
Lijnorganisatie Uitsluitend lijnrelaties voorbeeld: 5 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Lijn-staforganisatie • lijn én staffuncties voorbeeld: directie stafafdeling facilitaire zaken financiële zaken productie 6 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel inkoop marketing
Matrixorganisatie • Elke medewerker heeft 2 meerderen. voorbeeld: F-indeling gekruist met P-indeling 7 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Horizontale indeling • Interne differentiatie: F-indeling elke afdeling eigen taak, geen overlap • Interne specialisatie: hetzelfde werk wordt op verschillende afdelingen gedaan, specialisatie naar: • Product (P-indeling) • Marktsegment (M-indeling) • Gebied (G-indeling) 8 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Organisatiestructuur • Snel star: - pure lijnorganisatie met veel bestuurslagen (‘steile’ organisatie) • Minder star: - lijn-staforganisatie met veel stafafdelingen organisatie met weinig bestuurslagen - (‘platte’ organisatie) - matrixorganisatie 9 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Organisatiestructuur • Formele organisatie: functies, taken bevoegdheden, onderlinge relaties die formeel zijn vastgelegd • Informele organisatie: alle relaties en communicatie die niet formeel zijn vastgelegd (raakt aan organisatiecultuur) 10 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Organisatiecultuur • cultuur = aangeleerd gedrag waarden en normen informeel • mensen passen zich makkelijk aan • top-down: luisteren naar de baas • bottom-up: input werkvloer, discussie als dit goed gebeurt: meer flexibiliteit 11 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Kansen bottom-up cultuur • Werknemers betrekken bij doelstellingen • Acceptabele doelen (A van SMART) doelen gedragen door de werkvloer • Realistische doelen (R van SMART) werknemers weten wat haalbaar is 12 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Missie • wie zijn wij? (organisatiestructuur, cultuur, track record) • businessdefinitie, invullen Abell-model (behoeften, doelgroep, technologie) daarnaast ook: • betekenis voor belanghebbenden (stakeholders) • normen, (kern)waarden, overtuigingen • intenties en ambities: wat willen wij? 13 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Visie • Hoe ziet deze onderneming de toekomst: hoe ziet de omgeving er over x jaar uit? Voorbeeld: Google • Missie alle informatie van de wereld organiseren en toegankelijk maken • Visie we gaan van alles gebruiken om informatie te ordenen en nuttig te maken (bril, horloge, auto, thermostaat, oven, enzovoort…) 14 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Resultatenanalyse • Winst als totaalbedrag, als % omzet, rendement, winstmarge per artikel • Kosten lager kostenniveau dan concurrenten sterk punt • Solvabiliteit verhouding tussen eigen vermogen en geleend geld (‘vreemd’ vermogen) 15 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Personeelsanalyse • Klantvriendelijk? zie ook tevredenheidsonderzoek • Prestaties? arbeidsproductiviteit, ziekteverzuim, opleidingsniveau 16 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Productieanalyse • Efficiency: kosten vs. output • Kwaliteit • Op tijd leveren • Flexibiliteit bij afwijkende orders 17 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel
Waardeketen van Potter Model om concurrentievoordelen en –nadelen op te sporen 18 © Kees Benschop | Uitgeverij Sarphati, Meppel