INSPECTIEPROTOCOL EPC residentieel 23 november 2016 9 december
INSPECTIEPROTOCOL EPC residentieel 23 november 2016 9 december 2016
Inleiding Aanpassingen • Op basis van enquête en ronde tafel met deskundigen • Kengetal kan wijzigen 16/12/2016 ter beschikking: • Inspectieprotocol • Software (in leeromgeving) • Presentaties onder voorwaarden Afspraken rond vragen • Enkel inhoudelijke vragen, geen ‘waarom’ vragen • Beperkt tot inhoud van de opleiding
VERZAMELEN VAN INVOERGEGEVENS Elke Van Der Linden │3
Randvoorwaarden Plaatsbezoek verplicht! Basisprincipe: zo gedetailleerd mogelijk invoer binnen werkwijze IP Onbekend => als aan- of aanwezigheid niet kan vastgesteld/aangetoond Merk en type => (getalswaarden van) producteigenschappen in de specifieke bronnen opzoeken Enkel gebouwgebonden materialen en installaties Visuele vaststellingen (zien) Andere vaststellingen (horen, ruiken of voelen) enkel als deze uitdrukkelijk vermeld zijn │4
Werkwijze Hiërarchie: vaststelling > bewijsstuk > aanname Uitzonderingen worden uitdrukkelijk vermeld in IP Invoergegeven onbekend: Onbekend of energetisch minst gunstige waarde Tegenspraak tss vaststelling en bewijsstuk Vaststelling primeert bewijsstuk vervalt voor de materiaallaag of het deel van de installatie met tegenspraak Tegenspraak tussen bewijsstukken Meest recente bewijsstuk primeert
Werkwijze Bij twijfel Energetisch minst gunstige waarde Als materiaal of deel van installatie vermoed wordt, Maar niet kan worden vastgesteld of aangetoond Optie (dus niet verplicht): destructief onderzoek ED informeert over de mogelijkheid, voordelen, risico, … van destructief onderzoek Hoe vaststellen? Ter plaatse Ontegensprekelijke foto’s genomen tijdens de uitvoering van de werken: overzichts- én detailfoto’s │6
BEWIJSSTUKKEN Elke Van Der Linden │7
Algemene voorwaarden bewijsstukken Adres (of kadastrale nummer), auteur en datum Uitzonderingen: Gewijzigde huisnummer, straatnaam of kadastraal nummer Naam van residentie Lotnummer Plan Verblijfsadres van eigenaar of bouwheer op het ogenblik de werken werden uitgevoerd Ontegensprekelijk aan te tonen: Vaststelling of bewijsstuk Officiële documenten van de gemeente, kadaster of notaris. Ook email of brief van de gemeente met informatie uit officieel document bijvoorbeeld verkavelingsplan, kadastrale legger, ….
Algemene voorwaarden bewijsstukken Link tss materiaal/installatie en plaats van uitvoering zijnde: aankoopbon met uitsluitend vermelding isolatie => niet aanvaard de vermelding van de plaats in het bewijsstuk zoals isolatie in het hellend dak, dakisolatie, spouwmuurisolatie, vloerisolatie, … ; het merk en het type van het materiaal visuele vaststellingen zoals de vaststelling van het materiaal of boorgaten voor het inblazen van spouwmuurisolatie; de grootteorde van de in het bewijsstuk vermelde oppervlakte en de werkelijke oppervlakte.
Algemene bewijsstukken Plannen voor het aanvragen van een stedenbouwkundige vergunning opgemaakt en ondertekend door de architect De door de vergunning verlenende overheid (gemeente/provincie/gewest) goedgekeurde plannen van een stedenbouwkundige vergunning Uitvoeringsplannen en/of uitvoeringsdetails opgemaakt door de architect of werfleider As-builtplannen opgemaakt door een architect of aannemer
Algemene bewijsstukken Lastenboeken, meetstaten of aanbestedingsplannen van architect of aannemer Enkel als onderdeel van een aannemingsovereenkomst Verwijzing nr lastenboek, meetstaat of aanbestedingsplan of Lastenboek, meetstaat of aanbestedingsplan => ondertekend door aannemer en bouwheer Aannemingsovereenkomsten Ondertekend door aannemer en bouwheer Offerten of bestelbonnen Enkel in combinatie met vaststelling of bewijsstuk dat het product is geplaatst
Algemene bewijsstukken Werfverslagen, vorderingsstaten of (voorlopige en definitieve) proces -verbalen Opgemaakt door architect of werfleider Facturen van bouwmaterialen of leveringsbonnen Facturen van aannemers In combinatie met: Formulier voor fiscale aftrek (ondertekend door aannemer) Subsidie- of premieaanvraagdossier bij de Vlaamse overheid of netbeheerder Verklaringen van overeenkomstigheid STS of ATG Voorbeeld: spouwmuur isolatie, gespoten PUR, … Opgemaakt en ondertekend door aannemer
Algemene bewijsstukken Foto’s genomen tijdens de uitvoering van de werken Detail => samenstelling van het schildeel of installatie Overzicht => link met wooneenheid EPB-aangiften Eerder opgemaakte energieprestatiecertificaten Technische documentatie met productinformatie Enkel in combinatie met vaststelling of bewijsstuk dat het product is geplaatst
Specifieke bewijsstukken Naast algemene ook specifieke bewijsstukken = bewijsstuk voor specifieke invoergegeven Alle bewijsstukken toetsen aan: Algemene voorwaarden Werkelijkheid (vaststellingen ter plaatse) Aanpassingen aan wooneenheid, software en/of inspectieprotocol
Niet aanvaarde bewijsstukken Mondelinge informatie Verklaring eigenaar, aannemer of architect Gegevens uit het isolatieformulier Ontwerpplannen Ex post facto documenten of ex post facto informatie op bewijsstukken
Welke bewijsstukken voor welke invoergegevens? Geen tabellen meer Nu: ifv type invoergegevens 1. Getalswaarden van producteigenschappen 2. Kenmerken 3. Afmetingen 1. 2. 3. 4. 5. Geometrische gegevens, oriëntatie, helling en begrenzing Dikte materiaallaag Overige afmetingen en aantallen Referentiejaar Specifieke invoergegevens
Type invoergegevens: 1. getalswaarden van producteigenschappen = numerieke waarden gebouwschil/installaties Voorbeelden Gedeclareerde lambda of R-waarde van een isolatiemateriaal, G-waarde van de beglazing, Rendement 30% deellast en ketelinlaattemperatuur van een ketel Staving Strenge voorwaarden voor rechtstreekse invoer: Als merk en type (vaststelling of bewijsstuk) bekend is of markering op materiaal/installatie Verplicht om in de specifieke bewijsstukken/bronnen de producteigenschappen op te zoeken │17
Type invoergegevens: 2. kenmerken Voorbeelden Type type isolatiemateriaal, hoofdtype, type thermische massa, type regeling van de ketel, type afgifte, type ventilatie, type PV-panelen, … Aanwezigheid isolatielaag, zonwering, pompregeling, gewone of circulatieleidingen, tappunten SWW, isolatie voorraadvat, koeling, … Productie-eigenschappen zonder getalswaarden Merk en type, labels, … Staving: vaststellingen, algemene en specifieke bewijsstukken │18
Type invoergegeven: 3. afmetingen 1. Voor geometrische gegevens + oriëntatie, helling en begrenzing Voorbeelden Lengte, breedte, hoogte, diepte voor het bepalen van het beschermde volume, het aandeel verwarmd of gekoeld, bruikbare vloeroppervlakte, verliesoppervlakte, oriëntatie en helling, … Staving Vaststellingen en algemene bewijsstukken Bij gebrek aan informatie Verschalen adhv een bekende afmeting Afleiden op basis van satelliet- of straatbeelden: www. geopunt. be Bij twijfel: energetisch minst gunstige situatie │19
Type invoergegevens: 3. afmetingen 2. Dikte materiaallaag Voorbeeld isolatiedikte, dikte cellenbeton, dikte raamprofiel, glasspouwdikte Staving Vaststelling en algemene bewijsstukken Specifieke werkwijze/voorwaarden isolatiedikte In geval van samendrukbare materialen, isolatiedikte op plannen, foto’s genomen tijdens de werken, … zie deel gebouwschil │20
Type invoergegevens: 3. afmetingen 3. Overige afmetingen en aantallen Voorbeeld lengte van ongeïsoleerde leidingen buiten het beschermde volume, lengte van circulatieleidingen en gewone leidingen, volume voorraadvat, aantal equivalente wooneenheden Staving Vaststelling, algemene bewijsstukken en eventuele specifieke bewijsstukken │21
Type invoergegevens: 4. referentiejaar Referentiejaar bouw of renovatie = jaar van de stedenbouwkundige aanvraag Bepalend voor standaardaannamen isolatie bij ontbrekende gegevens Referentiejaar fabricage = jaar productie Bepalend voor type beglazing, profiel en voor standaardaannamen ketel of kachel bij ontbrekende gegevens Terugrekenen cfr tabel Staving Vaststelling, algemene en specifieke bewijsstukken │22
Type invoergegevens: 5. specifieke invoergegevens Specifieke invoergegevens = Uitsluitend specifieke bewijsstukken of niet alle algemene bewijsstukken Infiltratiedebiet = gemeten lekdebiet Staving Test nodig: luchtdichtheidsmeting Kan ook uit EPB-aangifte of energieprestatiecertificaat worden overgenomen │23
Projectdossier Vroeger: verspreid in IP Nu: gebundeld bij projectdossier 1. 2. 3. Aanstiplijst en bewijsstukken Fotografisch dossier Grafisch dossier 1. Aanstiplijst en bewijsstukken Analoog of digitaal kopieën Kopie moet aantonen dat voldaan is aan de voorwaarden IP Adres, … │24
Projectdossier 2. Fotografisch dossier Overzichtsfoto + detailfoto Uitzondering detailfoto: niet mogelijk of onveilig Welke informatie? -> zie inspectieprotocol 3. Grafisch dossier Voor beschermd volume (BV), bruikbare vloeroppervlakte (BR VL) verliesoppervlakte, opdeling verwarmingsinstallaties Horizontale doorsnede van alle verdiepingen Aanzichten van alle gevels Minstens een doorsnede Opsomming van de ruimten uitgesloten van BV │25
HET BESCHERMDE VOLUME Helene Zegers │26
Stappenplan: wat te toetsen? Wooneenheid, verwarmd of onverwarmd Woning, appartement, studio incl. niet-residentiële bestemming Collectief woongebouw, verwarmd of onverwarmd │27
│28
Stap 1: direct verwarmd DIRECT VERWARMD → IN BV Decentraal verwarmingstoestel Warmteafgiftesysteem uit volledige RV installatie enkel gebouw gebonden installaties volledig = opwekker + afgiftesysteem + distributieleidingen (+ regeling) voorbeeld: § een ketel is niet aangesloten op het tracé van radiatoren + distributieleidingen → de installatie is niet volledig → de ruimten met radiatoren zijn niet direct verwarmd │29
Stap 2: wind- en waterdicht WIND- EN WATERDICHT → STAP 3 NIET WIND- OF WATERDICHT → GEEN BV permanente openingen > 0, 5 m² met buitenomgeving = niet winddicht oneigenlijke opening = afsluiting ongeacht oppervlakte voorbeelden: § dakpannen op zolder zijn zichtbaar → niet winddicht § een kelder die regelmatig onder water staat, een zichtbaar vochtige vloer heeft en een dompelpomp huisvest → niet waterdicht │30
Stap 3: thermisch beschermd OPPERVLAKKEN ≥ 50% THERMISCH BESCHERMD → IN BV OPPERVLAKKEN < 50% THERMISCH BESCHERMD → STAP 4 Oppervlak geïsoleerd aanwezigheid isolatie onbekend = niet-geïsoleerd rieten dak muur, vloer, plat dak, plafond uit cellenbeton Beglazing dubbele beglazing of energetisch beter polycarbonaatplaten met minstens 4 wanden Oppervlak grenst aan BV of AVR muren op perceelsgrenzen: aannamen │31
Stap 3: thermisch beschermd voorbeeld: § in een zolder zijn zowel de zoldervloer als het hellend dak geïsoleerd. Het geïsoleerde schildeel met de grootste Riso-waarde, vormt de grens van het beschermde volume. Is er minstens één R-waarde onbekend, dan berekent de energiedeskundige de R-waarde(n) in de software. │32
Stap 4: beloopbaar VLOER BELOOPBAAR→ STAP 5 VLOER NIET BELOOPBAAR → GEEN BV voorbeeld: § een onverwarmde droge winddichte ruimte die niet voor de helft thermisch beschermd is en geen afwerkingslaag op de vloer (planken, MDF, OSB, platen, . . . ) heeft, behoort niet tot het beschermde volume. │33
Stap 5: indirect verwarmd - INDIRECT VERWARMD VIA NIET-PERMANENTE OPENING IN ONGEISOLEERD SCHILDEEL → IN BV UITZONDERING: KELDERS - INDIRECT VERWARMD VIA NIET-PERMANENTE OPENING IN GEISOLEERD SCHILDEEL - NIET DIRECT EN NIET INDIRECT VERWARMD - KELDERS → STAP 6 Indirect verwarmd = niet-permanente opening(en) met direct verwarmde ruimte(n) luiken, deuren, ramen, . . die men kan openen en sluiten isolatie schildeel onbekend = ongeïsoleerd schildeel gedeeltelijk geïsoleerd = ongeïsoleerd isolatie niet-permanente opening van geen belang │34
Stap 5: indirect verwarmd voorbeelden: § Een onverwarmde, wind- en waterdichte, ongeïsoleerde en beloopbare zolder die vanuit een direct verwarmde traphal toegankelijk is via een zolderluik en een uitschuifbare ladder behoort tot het BV. § Een onverwarmde, winddichte beloopbare zolder die vanuit een direct verwarmde traphal toegankelijk is via een zolderluik in een geïsoleerde zoldervloer en een uitschuifbare ladder moet verder getoetst worden aan stap 6. § § Een onverwarmde garage is via de binnendeur indirect verwarmd door de direct verwarmde traphal. De muur tussen de garage en de traphal is niet geïsoleerd. De garage behoort tot het beschermde volume. Een onverwarmde garage is via de binnendeur indirect verwarmd door de direct verwarmde traphal. De muur tussen de garage en de woning is geïsoleerd. De garage moet verder getoetst worden aan stap 6. │35
Stap 6: basisfuncties LEEFRUIMTEN, SLAAP-, BADKAMERS, KEUKENS, WC’s → IN BV INDIRECT VERWARMD VIA NIET-PERMANENTE OPENING IN GEÏSOLEERD SCHILDEEL + KELDERS: → GEEN BASISFUNCTIE = GEEN BV OVERIGE RUIMTEN → STAP 7 Meerdere ruimten met eenzelfde basisfuncties → allemaal in BV Ontbrekende basisfuncties → ruimten met geschikte inrichting opnemen aanwezige aansluitingen voor natte ruimten (watertoevoer en – afvoer) indicatieve oppervlakten voor kamer en leefruimte aanwezigheid van natuurlijke verlichting voor kamer en leefruimte │36
Stap 6: basisfuncties voorbeelden: § in een woning zonder verwarmingsinstallatie worden op basis van stap 6 de basisfuncties toegekend. Nadien wordt op basis van stappen 7 en 3 nagegaan welke ruimten nog aan het beschermde volume moeten en kunnen worden toegekend. § een (indirect verwarmde) kelder die nog niet op basis van de vorige stappen tot het beschermde volume behoort en geen basisfunctie huisvest, maakt geen deel uit van het beschermde volume. § een indirect verwarmde zolder of garage waarvan de niet-permanente opening tot de direct verwarmde ruimte in een geïsoleerd oppervlak gelegen is, werd op basis van de vorige stappen nog niet aan het beschermde volume toegewezen of er van uitgesloten. Als de zolder of garage geen basisfunctie huisvesten maken ze geen deel uit van het beschermde volume. │37
Stap 7: niet (in)direct verwarmd RUIMTE ONDERSTEUNT BEWOONBAARHEID → IN BV RUIMTE ONDERSTEUNT BEWOONBAARHEID NIET → GEEN BV Rechtstreeks toegankelijk vanuit BV Verlichting Vrije hoogte min. 180 cm op minstens één plaats Bijdragen tot bewoning wasplaats, bureau, hobbyruimte, werkplaats, vestiaire, dressing, circulatie, . . Interpretatie mogelijk → motivatie in projectdossier │38
Berekening Op basis van buitenafmetingen Aannamen muren 30 cm (grond, buiten) <> 20 cm (andere begrenzingen) vereenvoudiging muren: bij verschillende begrenzingen mag de grootste aanname aangehouden worden. vloeren, daken, plafonds: 30 cm │39
Berekening: vereenvoudiging │40
OPDELING VAN DE RUIMTEVERWARMINGSINSTALLATIES Helene Zegers │41
Stappenplan: wat te toetsen? ALLE ruimten van het BV │42
│43
Stap 1: RV installatie? ER IS GEEN RV INSTALLATIE → ‘geen RV aanwezig’ aanvinken enkel gebouw gebonden installaties ER IS EEN RV INSTALLATIE → STAP 2 │44
Stap 2: RV installatie volledig? RV INSTALLATIE(S) ONVOLLEDIG → type RV = ‘geen of onvolledig’ volledige RV = opwekker + afgiftesysteem + distributieleidingen (+ regeling) onvolledige RV = installatie van het type ‘geen of onvolledig’ invoeren MINSTENS ÉÉN VOLLEDIGE RV INSTALLATIE → STAP 3 │45
voorbeelden: § volledige maar defecte RV installatie: installatie functioneert vb. lekke distributieleiding, onderbreking van brandstof of elektriciteit, . . § niet correct geïnstalleerde onderdelen: installatie functioneert vb. niet conforme aansluitingen aan schoorstenen of rookgasafvoeren, één radiator niet aangesloten, . . │46
Stap 3: welke RV installaties zijn er? IDENTIFICEER PER RUIMTE DE OPWEKKINGS- EN AFGIFTESYSTEMEN EN GA NAAR STAP 4 opwekkingssysteem: één <> meerdere afgiftesysteem : één <> meerdere RUIMTEN ZONDER OPWEKKER EN/OF AFGIFTESYSTEEM → STAP 5 voorbeelden: § een woning met alleen losse, verplaatsbare verwarmingstoestellen wordt ingevoerd als een woning zonder ruimteverwarmingsinstallatie (zie stap 1) │47
Stap 4: cluster direct verwarmde ruimtes NEEM DIRECT VERWARMDE RUIMTEN MET EEN IDENTIEKE COMBINATIE VAN OPWEKKINGS- EN AFGIFTESYSTEMEN SAMEN EN GA NAAR STAP 5 voorbeeld: § alle decentrale installaties met dezelfde invoerparameters worden als één installatie beschouwd en samen genomen │48
Stap 5: indirect verwarmde ruimtes WIJS INDIRECT VERWARMDE RUIMTEN TOE AAN DE GEPASTE RUIMTECLUSTER EN GA NAAR STAP 6 niet-permanente openingen één ruimtecluster <> meerdere ruimteclusters prioriteiten: • via grootste oppervlakte niet-permanente opening(en) • via grootste oppervlakte ongeïsoleerd schildeel → aannamen stappenplan BV stappen 3 en 5 │49
Stap 6: niet (in)direct verwarmde ruimtes WIJS DE INDIRECT VERWARMDE RUIMTEN TOE AAN DE GEPASTE CLUSTER EN GA NAAR STAP 7 netto vloeroppervlakte ≤ 6 m² → voeg toe aan de ruimtecluster waarmee het grootste ongeïsoleerd scheidingsoppervlak wordt gedeeld → aannamen stappenplan BV stappen 3 en 5 netto vloeroppervlakte > 6 m² → groepeer ruimten als een aparte onverwarmde ruimtecluster │50
Stap 7: volumes van de ruimteclusters BEREKEN DE VOLUMES VAN DE RUIMTECLUSTERS buitenafmetingen cfr. berekening BV onverwarmde ruimtecluster → invoeren als ‘geen of onvolledig’ volledige installaties → stap 8 │51
Stap 8: verdeel de volumes BEPAAL DE VOLUMES VAN DE RUIMTECLUSTERS PER VOLLEDIGE VERWARMINGSINSTALLATIE EN GA NAAR STAP 9 één RV installatie in ruimtecluster → toewijzen twee RV installaties in ruimtecluster → volume berekenen via verdeelfracties, preferente installaties, prioritaire installaties (tabellen) meer dan twee RV installaties in ruimtecluster → werkwijze volgen voorbeelden │52
Stap 9: volumes per RV installatie TEL DE BEREKENDE VOLUMES PER VOLLEDIGE VERWARMINGSINSTALLATIE OP EN VOER IN ≤ vier RV installaties → invoeren cfr. stap 7: ‘geen of onvolledig’ is één van de vier > vier RV installaties → werkwijze en invoeren bijzondere installaties → werkwijze, aannames en invoer voorbeeld: § werkwijze bij sfeerverwarming, lucht/lucht warmtepomp, watervoerende kachel │53
Oefening HANDOUT │54
Installaties Ighor Van de Vyver (VITO) 29/11/2016 │55
Installaties Achtergrond: Ecodesign en Energielabel Ruimteverwarming (RV) Sanitair warm water (SWW) Overige installaties Ventilatie Koeling Zonneboilers Fotovoltaïsche (PV) panelen │56
Achtergrond - Ecodesign Richtlijn Europese regelgeving om de energie prestatie van producten (zoals huishoudapparaten) te verbeteren Verplichte eisen voor de energie-efficiëntie van deze producten Verschillende product-categorieën
Achtergrond - Energielabel Energieabel Richtlijn Verplichting om een energielabel te tonen Eisen voor de vorm en inhoud van dit label Ruimteverwarming Warm water productie Warm water opslag
Ruimteverwarming (RV) Energielabel RV Energielabel en toepassingsgebied Seizoensgebonden energie-efficiëntie Energie-klasse Labels RV Nieuwe labels Energy Star, Blaue Engel, Nordic Swann, energielabel Uitbreiding bestaande labels Overige aanpassingen Referentiejaar bouw en referentiejaar fabricage Rendement t. o. v. onderste/bovenste verbrandingswaarde Rendement collectieve installaties Warmtepompen
RV - Energielabel Energie-klasse A: condenserende ketel B tem. G: niet-condenserende ketel
RV - Energielabel
RV - Energielabel Verband Energie-klasse en energie-efficiëntie
RV - labels Uitbreiding: labels voor collectieve installaties Uitbreiding: labels voor hout-, pellet- en kolenketels en -kachels Nieuwe labels
RV - labels Kachel CE Blaue Engel Niet condenserend open Niet condenserend gesloten Overzicht: GAS Dec Condenserend Ind/ Col X X Energy Star x x X BGV x X x BGV-HR x x X HR+ x x X HR TOP Energielabel X X X
RV - labels X X Optimaz oud X Optimaz 2005 X Optimaz Elite Energielabel X X X Dec Kachel CE Energy Star Condenserend Overzicht: STOOKOLIE Niet condenserend Ind/ Col X
RV - labels Nordic Swann Kachel CE Blaue Engel Condenserend Overzicht: PELLETS Dec Niet condenserend Ind/ Col X X X X X
RV - labels CE Kachel Overzicht: KOLEN Condenserend Nordic Swann X X X Ind Dec Kachel CE Niet condenserend Overzicht: HOUT Dec Niet condenserend Ind/ Col X
RV – overige aanpassingen Referentiejaar fabricage van de ketel Referentiejaar fabricage bekend => referentiejaar fabricage Referentiejaar fabricage onbekend Label aanwezig: jaartal aanwezige label Labels afwezig: referentiejaar bouw woning
RV – overige aanpassingen Rendement individuele en collectieve installaties Onderste/bovenste verbrandingswaarde Rendement collectieve installaties Bij de regeling van de ketelwatertemperatuur voor collectieve installaties: opties ‘constant’ en ‘glijdend’ uitgebreid met ‘onbekend’. Checkbox ‘rendement bekend’ voor collectieve ketels op gas, stookolie, hout of pellets, conform de individuele installaties. Warmtepompen (individueel en collectief) Nieuwe types “bodem/lucht” en “water/lucht”
Sanitair Warm Water (SWW) Energielabel SWW – productie Energie-efficiëntie Energieklasse en capaciteitsprofiel Energielabel SWW – voorraadvaten Energielabel en toepassingsgebied Energieklasse en volume Nieuwe labels voorraadvaten Blaue Engel, Energy Star, NF Collectieve installaties
SWW - Energielabel Ecodesign SWW – productie Energieklasse (A tem. G) Capaciteitsprofiel (3 XS tem. XXL)
SWW - Energielabel Ecodesign SWW – productie Energie-efficiëntie ηwh
SWW - Energielabel Verband energie-klasse en energie-efficiëntie
SWW - Energielabel Ecodesign SWW – voorraadvaten Energieklasse (A+ tem. G) Volume (in liter) Klasse Opslagverlies [W] A+ A B C 5, 5 + 3, 16 x V 0, 4 8, 5 + 4, 25 x V 0, 4 12 + 5, 93 x V 0, 4 16, 66 + 8, 33 x V 0, 4 D 21 + 10, 33 x V 0, 4 E F G 26 + 13, 66 x V 0, 4 31 + 16, 66 x V 0, 4 -
SWW - Energielabel Toepassingsgebied energielabel Energie-labels voor “pakketten”, bvb. combi-boiler en combinatie met zonneboiler
SWW - labels Nieuwe labels voorraadvaten (energielabel kan ook ingegeven worden voor opwekkers)
SWW – Collectieve installaties Toestellen gekoppeld aan een collectieve RV-installatie: Collectief voorraadvat met externe warmtewisselaar
SWW – Collectieve installaties Toestellen gekoppeld aan een collectieve RV-installatie: Collectieve warmtewisselaar zonder voorraadvat
SWW – Collectieve installaties Toestellen gekoppeld aan een collectieve RV-installatie: Individuele satellietboiler met collectieve warmtetoevoer
SWW – Collectieve installaties Toestellen gekoppeld aan een collectieve RV-installatie: Individuele warmtewisselaar met collectieve warmtetoevoer
Overige installaties Ventilatie Geen wijzigingen Koeling Indien actieve koeling aanwezig is, moet het volume van het BV ingevoerd worden (in m³) Zonneboilers Mogelijk om zonneboilers in te voeren met verschillende oriëntaties PV-installaties Mogelijk om Wattpiek in te voeren ipv. oppervlakte en type Type paneel “onbekend” naast “amorf” en “kristallijn”
Gebouwschil en openingen Sigrid De Coninck │83
Gebouwschil Natte isolatie Stappenplan U-waarde gebouwschil Voorwaarden bij isolatiedikte Voorwaarden bij aanwezigheid isolatie/luchtlaag Hoofdtypes muren Aannamen
Natte isolatie Enkel isolatie droog blijft wordt in rekening gebracht. Isolatie door geen enkele waterdichting is afgeschermd tegen de regen en een vezelachtige structuur heeft (vb. minerale wol), wordt niet in rekening gebracht. Voorbeelden van isolatie die wel in rekening gebracht wordt: Dakisolatie zonderdak (rechtstreeks onder de dakpannen); Dakisolatie zonder dampscherm; XPS bij een omkeerdak (= isolatie op waterdichting met daarboven ballast). Voorbeelden van isolatie die niet in rekening gebracht wordt: Minerale wol die aan de buitengevel is bevestigd zonder buitenafwerking.
Stappenplan U-waarde gebouwschil
Stappenplan U-waarde gebouwschil STAP 1 STAP 2 STAP 3 STAP 4 STAP 5 STAP 6 STAP 7
Stappenplan U-waarde gebouwschil Stap 2 D: dikte isolatie bekend? Uitgaan veilige dikte bij samendrukbaar materiaal (vb. minerale wol): het materiaal samenduwen en na het loslaten de (dunste) dikte meten; Niet toegelaten om isolatiedikte te meten op een plan. Enkel dikte overnemen als deze expliciet wordt vermeld; O. b. v. detailfoto van uitvoering werken kan dikte afgeleid worden o. b. v. regel van drie (dikte van minstens andere materiaallaag moet hiervoor bekend zijn); Van isolatie met een variërende dikte (vb. afschot isolatie) wordt de dikte uitgemiddeld over het oppervlak ingevoerd.
Stappenplan U-waarde gebouwschil Stap 3 & 5: aanwezigheid isolerende laag/luchtlaag bekend? Voorwaarden bij plannen: Ontbreken van isolatie/luchtlaag op plan is onvoldoende om ‘isolatie/luchtlaag afwezig’ aan te duiden. Enkel voldoende als ook bij de opbouw van het schildeel geen isolatie/luchtlaag vermeld staat; Getekende isolatie op plan is onvoldoende om ‘isolatie aanwezig’ aan te duiden. Isolatie moet ook vermeld worden bij de beschrijving van de opbouw van het schildeel, in de legende, … op het plan; Als de inhoud van een op het plan getekende spouw, zijnde luchtlaag of isolatie, niet bekend is, moet uitgegaan worden van ‘isolatie/luchtlaag onbekend’. Stap 6: ‘spouw aanwezig’!
Stappenplan U-waarde gebouwschil Stap 7: hoofdtype schildeel: gevels Muurtype 1: niet in cellenbeton of niet in isolerende snelbouwsteen Hierin ook het vroegere ‘muurtype 2’ Muurtype 2: isolerende snelbouwsteen Buitenafwerking; Vermelding in bewijsstukken: de benaming ‘isolerende snelbouwstenen’ of; snelbouwstenen met een λ-waarde van maximaal 0, 350 W/(m. K) of een volumemassa van maximaal 1000 kg/m³.
Stappenplan U-waarde gebouwschil Stap 7: hoofdtype schildeel: gevels Muurtype 3: cellenbeton Buitenafwerking; Structuur in cellenbeton, geen eis in dikte; Massief hout => muurtype 1 Muurtype 4: cellenbeton van minstens 23 cm Buitenafwerking; Structuur in cellenbeton van minstens 23 cm.
Aannamen Dampscherm bij muur of dak aanwezig => isolatie ‘aanwezig’ Dampremmende folie en is te herkennen o. b. v. : visuele vaststelling van een kunststoffolie (polyethyleen, polyamide) met een dikte kleiner dan 1 mm of de aluminiumzijde of papierzijde van een isolatiemateriaal (vb. spijkerflensdeken). Het dampscherm mag niet verward worden met het onderdak, dat dampopen is of; bewijsstukken die aantonen dat folie dampremmend is (Sd-waarde > 5 m).
Aannamen Muren grenzend aan AOR of grond of muren op de perceelgrens => isolatie ‘afwezig’ grenzend aan een AOR waarbij de AOR in dezelfde bouwfase als het beschermde volume gerealiseerd werd, uitgezonderd zijdelingse daktippen; grenzend aan de grond; op de perceelgrens, uitgezonderd muren op de rooilijn.
Aannamen Elektrische verwarming => isolatie ‘aanwezig’ bij muren en daken Bijkomende decentrale toestellen (vb. houtkachel) zijn toegestaan; Bewijsstukken nodig van de plaatsing van bijkomende nietelektrische en niet-decentrale verwarming na de bouwfase van (een deel van) de wooneenheid.
Openingen Profielen: metaal met thermische onderbreking Stappenplan vensters Voorzetramen Zonwering Oneigenlijke openingen
Profielen Hoofdtype 2: metalen profiel met thermische onderbreking Nieuwe aanname: bij metalen profielen met een fabricagejaar vanaf 1997: O. b. v. bewijsstukken of beglazing met een fabricagejaar vanaf 1997, tenzij visuele inspectie of bewijsstukken aantonen dat enkel de beglazing op een later moment vervangen werd; Deze aanname geldt niet voor profielen van sectionaal/kantelpoorten.
Stappenplan U-waarde vensters Stap 1: U-waarde venster bekend? Stap 2: U-waarde beglazing bekend? Stap 2 A: aanduiding in de afstandshouder? Als in de afstandshouder één van volgende aanduidingen gevonden wordt, dan wordt dit aangevinkt: HR+ of; HR ++. Stap 2 B: U-waarde beglazing bekend? Stap 3: hoofdtype beglazing Hoofdtype 8: ook als HR of HR+ in de afstandshouder is aangeduid Hoofdtype 9: ook als HR++ in de afstandshouder is aangeduid
Stappenplan U-waarde vensters STAP 1 STAP 2 STAP 3
Voorzetramen Het aantal lagen glas van het voorzetraam wordt opgeteld bij het aantal in het oorspronkelijke raam als: de spouw tussen het voorzetraam en het oorspronkelijke raam niet breder is dan 30 mm en; Zo niet, energetisch beste raam de combinatie van de ramen een betere energieprestatie geeft dan een afzonderlijk raam en; Zo niet, energetisch beste raam de spouw niet geventileerd wordt. Zo niet, binnenste raam Energetisch beste profiel invullen.
Zonwering Manueel beweegbare zonwering: geen voorwaarde meer omtrent bediening
Oneigenlijke openingen In schildelen: Energetisch slechtste situatie: muurtype 1/daktype 1/vloertype 1, luchtlaag en isolatie afwezig. In profielen: Energetisch slechtste situatie voor beglazing: enkele beglazing, (metalen niet thermisch onderbroken profiel). Aanname vermelden in vrije invoerveld!
VOOR MEER INFORMATIE Vlaams Energieagentschap http: //www. energiesparen. be/epcresidentieel/docen ten T 02 553 46 00 energie@vlaanderen. be
- Slides: 101