Inhalatieanesthesie in de praktijk Controleren anesthesieapparaat Filmpjes ECC























- Slides: 23
Inhalatie-anesthesie in de praktijk
Controleren anesthesie-apparaat • Filmpjes ECC: – Anesthesie-apparaat controleren – Anesthesiesysteem kiezen
Controleren anesthesie-apparaat 1. Controle gasfles(sen): – Zit er genoeg in? (manometer) – Drukmeter op 0? 2. Controle verdamper: – Indien nodig bijvullen 3. Controle flow-meters 4. Controle bypass
Controleren anesthesie-apparaat 5. Kiezen anesthesie-systeem, tube en ademballon – Afhankelijk van. . . . ? 6. Controle cuff 7. Controle lekkage: – Overdrukventiel dicht + ballon vullen mag niet leeglopen – NB: overdrukventiel daarna weer half open! 8. Controle sodalime (kleur!)
Bewakingsapparatuur • Filmpje ECC: – Klaarleggen bewakingsapparatuur
Bewaking (monitoring) tijdens anesthesie Zonder apparatuur • • Ademhaling: frequentie, diepte, type Pols: frequentie, kracht, regelmaat Slijmvliezen: kleur, CRT, vochtigheid Temperatuur
Bewaking (monitoring) tijdens anesthesie • Apparatuur: – Capnograaf – ECG – Thermometer – Saturatiemeter/Pulse-oxymeter – Bloeddrukmeting • Apparatuur kan falen bij twijfel/problemen altijd zelf meten!
Monitoring Capnograaf • Bewaking van ademhaling: – CO 2 gehalte bij in- en uitademing – Effectiviteit gaswisseling – Teugvolume – Ademfrequentie • Normaal: Et CO 2 tussen 4, 0 en 6, 5% • Vorm capnogram
Monitoring Capnograaf
Monitoring Capnograaf
Monitoring ECG • = Electro Cardio Gram • Meet elektrisch signaal van het hart • Zegt niets over effectiviteit hartslag en perifere circulatie! • Let op: – Frequentie – Regelmaat – Vorm ECG
Monitoring ECG
Monitoring ECG
Monitoring ECG
Monitoring Temperatuur • Temperatuur regulatie verstoord • Eenvoudig te meten: – Rectaal thermometer – Temperatuursonde rectaal/oesophagus • Voorkomen is beter dan genezen!
Monitoring Pulse-oxymeter • Perifere circulatie: – Polsfrequentie – Amplitude van signaal (bloeddruk) • Saturatie: – Afhankelijk van weefseldoorbloeding – Normaal: > 95% • Betrouwbaarheid?
Monitoring Pulse-oxymeter
Monitoring Pulse-oxymeter
Monitoring Bloeddrukmeting • Non-invasieve methode • Bloeddruk: – Systolisch – Diastolisch – Mean – Normaalwaarden vergelijkbaar met mens (ras afhankelijk)
Klaar maken patiënt • • • Pre-anesthetisch onderzoek Premedicatie (welk middel? ) Braunule (+ infuus) Inductie (welk middel? ) Intuberen (stappenplan? ) Aansluiten op anesthesiesysteem (zuurstof open!)
Bewaken en regelen anesthesie • Filmpje ECC: – Bewaken en regelen anesthesie
Beëindigen van de anesthesie • • • Einde operatie: iso dichtdraaien Na 10 min zuurstof dicht en afkoppelen Controleer of dier zelf ademt Tube verwijderen zodra dier slikt Eerst cuff leeg!!! • • O 2 fles dichtdraaien Slang afkoppelen en schoonmaken Tube reinigen Alles opbergen
Beademing • Handmatig (ademballon) of machinaal • Op geleide van: – Volume (10 -15 ml/kg) – Druk • Wanneer? – Niet voldoende diep ademen – CO 2 te hoog oplopen – Mogelijke hypoxie in de weefsels • Zonder intubatie: mond-op-neus-beademing