Hoofdstuk 6 Paragraaf 6 Esters Esters Een ester





















































- Slides: 53
Hoofdstuk 6 Paragraaf 6 Esters
Esters Een ester ontstaat uit: . . Carbonzuur + alcohol. . . ester + H 2 O. . . . . De reactie naar rechts heet: veresteren. . . De reactie naar links heet: hydrolyse. . .
Ethaanzuur met ethanol Ethaanzuur = Ethanol = . . Voor de komende uitleg wordt ethaanzuur als volgt weergegeven: En ethanol schrijven we: . .
Ethaanzuur met ethanol (nog even niet invullen)
Ethaanzuur met ethanol (nog even niet invullen) Binding wordt gemaakt Water wordt afgesplitst Bindingen worden verbroken
Ethaanzuur met ethanol (nog even niet invullen)
Ethaanzuur met ethanol (nog even niet invullen) Ester Binding wordt gemaakt
Ethaanzuur met ethanol Samengevat (nog niet invullen): Ethaanzuur + ethanol + + H 2 O Ester + water
Samengevat (nu wel invullen): De kenmerkende groep van een ester is: . .
Geef de structuurformule van het ester dat ontstaat uit: Nog even wachten met invullen. Propaanzuur + methanol Het methanol is hier niet handig getekend TIP: teken de reagerende groepen naar elkaar toe:
Geef de structuurformule van het ester dat ontstaat uit: Propaanzuur + methanol
Geef de structuurformule van het ester dat ontstaat uit: Nu invullen Propaanzuur + methanol Dus: + Ester: + H 2 O
Naamgeving van de esters Eenvoudige esters zijn de alkylalkanoaten. . . De kenmerkende groep van een ester is: Afkomstig van carbonzuur. . . . Afkomstig van. . . alcohol
Voorbeeld ethaanzuur. . . . De naam is dan: . . . . methanol methylethanoaat. . . De naam van een ester wordt vaak omschreven De ester van ethaanzuur. . . . en. . . . methanol
En nu zelf aan de slag:
Geef de structuurformule van het ester dat ontstaat uit: Methylpropaanzuur + ethanol methylpropaanzuur ethanol
Geef de structuurformule van het ester dat ontstaat uit: Ethaanzuur + 2 -methylpropaan-1 -ol ethaanzuur 2 -methylpropaan-1 -ol
Geef de structuurformule van het ester dat ontstaat uit: Propaanzuur + 2 -methylpropaan-2 -ol propaanzuur 2 -methylpropaan-2 -ol
Geef de structuurformules en de namen van de beginstoffen waaruit het volgende ester is ontstaan: Ethanol Propaanzuur
Geef de structuurformules en de namen van de beginstoffen waaruit het volgende ester is ontstaan: Ethaanzuur butaan-2 -ol
Geef de naam van het volgende ester: ethaanzuur. . . . methanol. . . Wat was het alcohol? Wat was het carbonzuur? De naam is dan: methylethanoaat. . . .
Geef de naam van het volgende ester: propaanzuur. . . . . propaan-1 -ol. . . . . Wat was het alcohol? Wat was het carbonzuur? propylpropanoaat De naam is dan: . . . .
Geef de naam van het volgende ester: propaanzuur. . . . . 2 -propanol. . . . Wat was het alcohol? Wat was het carbonzuur? De naam is dan: . . . . isopropylpropanoaat
Er bestaan twee soorten oliën en vetten 1. Smeerolie en smeervet Deze bestaan uit grote alkanen. . . Daar gaan we het nu niet over hebben 2. Consumptie oliën en vetten Bijvoorbeeld: boter, . . olijfolie
Een vet of olie kan je met een algemene structuurformule weergeven: Waarin R 1, R 2 en R 3 lange. . . koolstof staarten zijn
Een vet (olie) is een ester en ontstaat uit: propaan-1, 2, 3 -triol: (glycerol) en een vetzuur Een vetzuur is een carbonzuur. . . . met meer dan 10. . koolstofatomen
Een alkaanzuur heeft algemene formule: Bijvoorbeeld butaanzuur: tel maar na:
Er zijn ook onverzadigde carbonzuren Bijvoorbeeld: propeenzuur. . . . . but-3 -eenzuur. . . De algemene formule van een alkeenzuur is: . . Cn. H 2 n-1 COOH
Wat zal de algemene formule van een alkaandieenzuur zijn? Voorbeeld: penta-2, 4 -dieenzuur. . . . De algemene formule van een alkaandieenzuur is: C. . . . . n. H 2 n-3 COOH
Samengevat: De algemene formule van een Alkaanzuur: C. . . . . n. H 2 n+1 COOH Alkeenzuur: C. . . . . n. H 2 n-1 COOH Alkadieenzuur: . . Cn. H 2 n-3 COOH Dus: per C=C 2 H-atomen minder. . . zijn er. .
Veel voorkomende vetzuren: Zie tabel 67 G 2 Palmitinezuur: . . C 15 H 31 COOH Stearinezuur: . . C 17 H 35 COOH Oliezuur: C 17 H 33 COOH. . . . . Linolzuur: C. . . . . 17 H 31 COOH Linoleenzuur: . . C 17 H 29 COOH Arachidonzuur: . . C 19 H 31 COOH
Hoeveel C=C bevat Stearinezuur: C 17 H 35 COOH ? geen. . . . Stearinezuur is dus een verzadigd. . . vetzuur
Hoeveel C=C bevat Oliezuur: C 17 H 33 COOH ? . . . 1 Oliezuur is dus een enkelvoudig. . . . onverzadigd vetzuur
Hoeveel C=C bevat Linolzuur: C 17 H 31 COOH ? . . . 2 Linolzuur is dus een meervoudig. . . . onverzadigd vetzuur
Hoeveel C=C bevat Arachidonzuur: C 19 H 31 COOH ? 4. . . Arachidonzuur is dus een meervoudig. . . . onverzadigd vetzuur Zie tabel 67 G 2
Hoe ontstaat een vet (olie) ? Een vet (olie) ontstaat uit: . . . glycerol en vetzuren. . .
Voorbeeld (even wachten met invullen) + + + glycerol stearinezuur Het stearinezuur is hier niet handig getekend:
Voorbeeld (even wachten met invullen) + + +
Voorbeeld + (nu wel invullen) + 3 H 2 O
De algemene structuurformule van een vet: Als R = Cn. H 2 n+1 : verzadigd. . . vet Als R = Cn. H 2 n-1 : enkelvoudig. . . . onverzadigd vet Als R = Cn. H 2 n-3 : meervoudig. . . . onverzadigd vet
Welke van de volgende structuurformules geeft de formule van een vet juist weer? A. C. B. GOED
Een vet of olie is een. . . tri-ester vetzuren van. . . glycerol en. . . Zijn de vetzuren verzadigd. . . . dan is het een vast vet. . . . Zijn de vetzuren onverzadigd dan is het een vloeibare. . . . . olie
Oliën die veel Omega-3 vetzuren bevatten schijnen gezond te zijn Een voorbeeld van een Omega-3 vetzuur is: Eicosapentaeenzuur: C 19 H 29 COOH. . . . . Komt veel in vis en visolie voor
Geef de vergelijking van het ontstaan van het olie uit: 1 molecuul glycerol: en drie moleculen eicosapentaeenzuur: C 19 H 29 COOH
+ + 3 H 2 O
Wanneer 1 molecuul glycerol met twee moleculen linolzuur reageert kunnen er twee isomeren ontstaan Geef de structuurformules van deze twee isomeren Glycerol: Linolzuur:
Een vet (vast): verzadigde. . . . vetzuren Een olie (vloeibaar): . . onverzadigde vetzuren Een olie kan je omzetten in een vet door het te laten reageren met: . . . H 2 Dit heet: . . . . vetharding
Hoeveel mol waterstof is nodig voor de vetharding van 1 mol onderstaande olie? . . . 2 H-atomen tekort. . . 6 H-atomen tekort. . . 8 H-atomen tekort Dus: . . 8 mol H 2
De hydrolyse van een vet + water. . . . glycerol. . . +. . . . . carbonzuren
De hydrolyse van een vet Nog even niet invullen
Dus: (nu wel invullen) 3 H 2 O +. . . 3