Hoofdstuk 5 Grammatica zinsdelen Meewerkend voorwerp met voor Noordhoff Uitgevers bv 2013 2 vmbo-t/havo 2 E
Bekijk de zin. De boze man gaf een klap aan de brutale jongen. Wat is het meewerkend voorwerp? Aan de brutale jongen Hoe heb je het meewerkend voorwerp gevonden? Aan wie + wg + ow + lv
Het meewerkend voorwerp begint vaak met aan. Soms kun je aan in de zin erbij zetten of aan weglaten. Janet gaf een compliment aan Arjen. ‘aan’ weglaten: Pierre gaf aan zijn vriendin een gouden ring. ‘aan’ toevoegen: Ik vertelde mijn beste vriendin een geheim.
Het meewerkend voorwerp begint niet altijd met aan. Voorbeeld: Mijn vriend zette een kopje thee voor mij. Wat is het meewerkend voorwerp? Voor mij. Hoe vind je het meewerkend voorwerp in deze zin? Voor wie + wg + ow + lv
Het meewerkend voorwerp kan ook beginnen met voor. Let op: je kunt voor niet makkelijk weglaten. Bekijk de zinnen. Wat is het meewerkend voorwerp? 1. Ik zal voor jou een boterham smeren. 2. De koningin gaf een lintje aan de burgemeester. 3. Jacob vertelde zijn moeder een goede mop. 4. Speciaal voor haar vriend zong Lisanne een mooi lied.
Oefenen! 1. Schrijf 2 zinnen op met daarin een meewerkend voorwerp dat begint met aan. 2. Schrijf 2 zinnen op met daarin een meewerkend voorwerp dat begint met voor. 3. Let goed op dat je niet steeds dezelfde werkwoorden gebruikt! 4. Laat de zinnen aan je buurman of buurvrouw lezen. Kan hij/zij het meewerkend voorwerp vinden?