Hoofdstuk 4 Grammatica zinsdelen Lijdend voorwerp Wat is









- Slides: 9
Hoofdstuk 4 Grammatica zinsdelen Lijdend voorwerp
Wat is het lijdend voorwerp? • Het lijdend voorwerp is een persoon die iets overkomt of een voorwerp dat iets ondergaat in een zin. Ik heb gisteren een koekje gegeten. • Je kunt het lijdend voorwerp vervangen door iets of iemand. Ik heb gisteren iets gegeten • Het lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel (in, op, naast, boven, enz. ).
Hoe vind je het lijdend voorwerp? • Zoek eerst het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp. • Stel de vraag: Wat / Wie + werkwoordelijk gezegde + onderwerp? Het antwoord op deze vraag is het lijdend voorwerp. • Niet in elke zin staat een lijdend voorwerp.
wg → ow → lv Voorbeeld: Joshua maakt trouw iedere dag zijn huiswerk. Joshua maakte trouw iedere dag zijn huiswerk. pv = maakt wg = maakt Zinsdelen: Joshua / maakt / trouw / iedere dag / zijn huiswerk.
wg → ow → lv Voorbeeld (vervolg): Joshua maakt trouw iedere dag zijn huiswerk. Wie / Wat maakt? onderwerp = Joshua Wie / Wat maakt Joshua? lijdend voorwerp = zijn huiswerk (hetgene dat gemaakt wordt) Controle: Joshua maakt trouw iedere dag iets.
Wat is het lijdend voorwerp? Carlo Boszhard presenteert verschillende tv-programma’s. • Persoonsvorm presenteert • Onderwerp Carlo Boszhard • Gezegde presenteert • Wie of wat presenteert Carlo Boszhard? • Lijdend voorwerp verschillende tv-programma’s (hetgene dat gepresenteerd wordt)
Wat is het lijdend voorwerp? Veel Nederlanders kunnen Duits spreken. • Persoonsvorm kunnen • Onderwerp Veel Nederlanders • Gezegde kunnen spreken • Wie of wat kunnen veel Nederlanders spreken? • Lijdend voorwerp Duits (hetgene dat veel Nederlanders kunnen spreken)
Benoem de zinsdelen Vanavond gaan wij feesten! pv = ow = gez = lv = gaan wij gaan feesten -- Het zinsdeel ‘vanavond’ geeft antwoord op de vraag ‘wanneer’ en is dus een ander zinsdeel.
Benoem de zinsdelen De tennisbal is in de vijver gevallen. pv = ow = gez = lv = is De tennisbal is gevallen -- Het zinsdeel ‘in de vijver’ geeft antwoord op de vraag ‘waar’ en is dus een ander zinsdeel. Daarnaast begint het zinsdeel ‘in de vijver’ met een voorzetsel.