Hoofdstuk 2 Spelling Infinitief en voltooid deelwoord Wat

  • Slides: 9
Download presentation
Hoofdstuk 2 Spelling Infinitief en voltooid deelwoord

Hoofdstuk 2 Spelling Infinitief en voltooid deelwoord

Wat weet je nog? Wijs in de volgende zinnen de werkwoorden aan: Pieter heeft

Wat weet je nog? Wijs in de volgende zinnen de werkwoorden aan: Pieter heeft de hele dag in de regen gelopen. Zij rijden vaak te hard. Mijn oom is gisteren van de trap gevallen.

Verschillende soorten werkwoorden Er bestaan verschillende soorten werkwoorden. In dit hoofdstuk leer je: -

Verschillende soorten werkwoorden Er bestaan verschillende soorten werkwoorden. In dit hoofdstuk leer je: - De infinitief - Het voltooid deelwoord

De infinitief is het hele werkwoord. Deze vorm van het werkwoord kom je in

De infinitief is het hele werkwoord. Deze vorm van het werkwoord kom je in het woordenboek tegen. Bijvoorbeeld: - Zwemmen Lopen Eten Zoenen Wat valt je op aan deze werkwoorden? Deze werkwoorden eindigen allemaal op -en

Het voltooid deelwoord Deze vorm van het werkwoord begint vaak met ge-, maar dat

Het voltooid deelwoord Deze vorm van het werkwoord begint vaak met ge-, maar dat hoeft niet altijd. Bij deze werkwoorden zie je altijd een vorm van hebben, zijn of worden staan. Bijvoorbeeld: Ik heb gekozen Zij is gevallen Hij wordt geslagen Zie je de voltooid deelwoorden?

Het voltooid deelwoord Soms heeft het voltooid deelwoord geen ge-. Bijvoorbeeld: Ik heb het

Het voltooid deelwoord Soms heeft het voltooid deelwoord geen ge-. Bijvoorbeeld: Ik heb het verdiend. Wij zijn gisteren vertrokken.

Een d of een t? Bij een voltooid deelwoord moet je soms goed nadenken

Een d of een t? Bij een voltooid deelwoord moet je soms goed nadenken of je het met een d of een t schrijft. Maak het woord langer om te zien hoe je het woord schrijft. Je zegt verdiende, dus je schrijft heeft verdiend Je zegt geboekte, dus je schrijft heeft geboekt Je zegt gerepareerde, dus je schrijft heeft gerepareerd

Oefenen! Benoem de infinitieven in de volgende zinnen: 1. Marieke heeft gezwommen en is

Oefenen! Benoem de infinitieven in de volgende zinnen: 1. Marieke heeft gezwommen en is nu aan het wandelen. 2. Herman en Pien vinden smartphones maar onzin. 3. Katten slapen de hele dag maar willen ook weleens eten.

Oefenen! Benoem de voltooid deelwoorden in de volgende zinnen: 1. 2. 3. 4. Gelukkig

Oefenen! Benoem de voltooid deelwoorden in de volgende zinnen: 1. 2. 3. 4. Gelukkig heb ik mijn vermiste hond gevonden! Wat een troep, wat is hier gebeurd? Heb je iets aan je haar veranderd? Het probleem wordt binnenkort opgelost.