Het zenuwstelsel Doelstellingen het zenuwstelsel Je kunt De




























- Slides: 28
Het zenuwstelsel
Doelstellingen het zenuwstelsel. Je kunt: De twee soorten weefsel benoemen. De bouw van een zenuwcel beschrijven. Het verschil tussen witte en grijze stof uitleggen. Een indeling van het zenuwstelsel geven. De onderdelen van het centrale zenuwstelsel benoemen. De bloedvoorziening van de hersenen in grote lijnen weergeven. Uitleggen wat men onder liquor verstaat en wat de functie ervan is. De indeling van de hersenschors in grote lijnen weergeven. De verloop en functie van de piramidebanen beschrijven. De rol van het extrapiradimale systeem uitleggen. De belangrijkste functies van de hersenstam noemen. De bouw van het ruggenmerg beschrijven. De indeling en de functie van het perifere zenuwstelsel beschrijven. Het verloop van een impuls van een receptor (gevoelszenuwcel) naar de hersenschors beschrijven. Een aantal functies van het zenuwstelsel noemen. De werking van een reflex uitleggen.
Zenuwweefsel is weefsel waaruit het zenuwstelsel is samengesteld. Het bestaat uit zenuwcellen (neuronen) die de impulsen geleiden, en gliacellen die de geleiding ondersteunen en de zenuwcellen van voeding voorzien. http: //www. brainmatters. nl/terms/gliacellen/
Prikkels zijn: invloeden uit het milieu. Voorbeelden van prikkels zijn: geluid geur, licht, warmte, kou, druk, tast, opgeloste stoffen (smaak). Een impuls is een elektrisch signaal dat door een zenuw wordt vervoerd. Zintuigcellen zetten prikkels om in impulsen. Zinuigcellen reageren maar op 1 soort prikkel. Dit n oem je de adequate prikkel. Voor het oog is dat licht, voor het oor is dat geluid.
Er bestaan dus 3 soorten zenuwcellen. Gevoelszenuwcellen – de impuls gaat naar het CZS. Bewegingszenuwcellen – de impuls gaat weg van het CZS Schakelzenuwcellen – verbinden de zenuwcellen (liggen in zijn geheel in CZS ) Er bestaan dus 3 soorten zenuwen. Gevoelszenuwen – bevatten uitlopers van gevoelszenuwcellen bewegingszenuwen – bevatten uitlopers van bewegingszenuwcellen gemengde zenuwen – bevatten uitlopers van gevoels- en bewegingszenuwcellen
bindweefsellaag Zenuw Cellichaam van een zenuwcel Uitloper met een isolerend laagje In een zenuw zitten duizenden uitlopers
Er bestaan dus 3 soorten zenuwcellen. Gevoelszenuwcellen – de impuls gaat naar het CZS. Bewegingszenuwcellen – de impuls gaat weg van het CZS Schakelzenuwcellen – verbinden de zenuwcellen (liggen in zijn geheel in CZS )
Het hersenvocht, ook wel hersenruggenmergsvocht, liquor cerebrospinalis of verkort liquor genoemd, is de waterige vloeistof die zich in en om de hersenen en het ruggenmerg bevindt. De hoofdfunctie hiervan is schokdemping en bescherming van hersenen en ruggenmerg. Een nevenfunctie is transport van voedingstoffen en afvoer van afvalstoffen.
Functies van de grote hersenen: 1) Verwerken van impulsen uit zintuigen (bewustwording van o. a. waarnemingen) 2) Regelen van bewuste bewegingen (motorisch centrum) 3) Geheugen Functie van de kleine hersenen : Coördineren van (bewuste) bewegingen
Witte stof Grijze stof Uitlopers van schakelcellen schakelcel Gevoelszenuwcel gevoelszenuw bewegingszenuw ruggenmergzenuw bewegingszenuwcel
gevoelszenuwcel huidzintuig bewegingszenuwcel uitloper spier schakelcellen Centraal zenuwstelsel
Grote hersenen Kleine hersenen hersenstam hersenzenuwen ruggenmergzenuwen
Animale en vegetatieve (autonome) zenuwstelsel. Animaal: Aansturen van bewuste bewegingen (dwarsgestreepte/skeletspieren) en regelen reflexen. Centra liggen in de grote hersenen. Vegetatief: Onbewuste dingen zoals hartslag, bloeddruk, spijsvertering, nieren, ademhaling, Centra liggen in de hersenstam. Sturen gladde spieren aan (bijv, in spijsverteringskanaal), klieren en hart. Heeft invloed op het hormoonstelsel.