Dialect? • Een definitie: • Versus regiolect • Versus taal
De Vlaamse dialecten
Een taal: eigenschappen a. Op zichzelf staande entiteiten a. Associatie met land a. Bredere functionaliteit d. Status
Criteria voor onderscheid • Onderlinge verstaanbaarheid (zuiver taalkundig argument) • Alleen externe factoren kunnen het onderscheid tussen talen en dialecten verantwoorden: a. Nationale grenzen b. Culturele verschillen c. Godsdienstige verschillen
Dialect: wie en wanneer? • Wie? a. Personen ouder dan 35 jaar b. Lokale verschillen • Wanneer? Beperkt tot bepaalde situaties • Attitude t. o. v. dialect - slechte reputatie
Streektaal • Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden a. Nedersaksisch b. Limburgs
De standaardtaal • Een definitie: • Of: het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein, dat wil zeggen in alle belangrijke sectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de admi nistratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media
Andere benamingen • Algemeen Nederlands (AN) • Standaardnederlands • standaardtaal
Kenmerken standaardtaal • Geschreven vorm • Gecodificeerd • Functioneel domein • Algemeen • Erkend als de norm
Wie bepaalt standaardtaal? • Spraakmakende gemeente • Normgevende regio
Pluricentrische visie • Oudere opvatting: 1. Nederlands 2. Belgische en Surinaamse Nederlands • Nieuwere opvatting: 3 standaardtalen voor het Nederlands