H 1 Democratisering van Nederland 1848 1919 Hoe

















- Slides: 17
H. 1 Democratisering van Nederland 1848 -1919 Hoe kreeg in Nederland de koning minder macht en het volk meer macht?
§ 1 Koning en parlement ● ● ● Wat was machtsverhouding tussen koning en parlement voor 1848? Wat veranderde er met de grondwet van 1848? Hoe werd het parlement echt de baas in Nederland?
1. 1 machtsverhoudingen voor 1848 1813 NL = monarchie (koning Willem I) 1815 Grondwet constitutionele monarchie *macht van de koning wordt beperkt door een grondwet absolute monarchie *macht van de koning= onbeperkt Maar Willem I had best veel macht: - Ministers dienaren van koning - Parlement weinig macht - Koning benoemt leden Eerste Kamer - Leden Provinciale Staten benoemen leden Tweede Kamer
Belgen ontevreden…. aantekening Tot 1839 hoorde ook Belgie bij ons koninkrijk. In 1830 komt Belgie in opstand tegen koning Willem I. Zij willen niet meer bij koninkrijk Nederland horen omdat ze het bestuur oneerlijk vonden. - Er zaten meer Nederlandse vertegenwoordigers in het parlement dan Belgische vertegenwoordigers - Belgie moest ook meebetalen aan schulden van Nederland, maar had zelf weinig schulden. Koning Willem I wilde Belgie niet kwijt maar moest de onafhankelijkheid van Belgie in 1839 toch accepteren. Nederland wordt een koninkrijk
1. 2 Veranderingen in de grondwet van 1848 De grondwet Liberalen wilden: - meer macht voor burgers, minder macht voor de koning - meer vrijheid en minder bemoeienis van overheid In veel Europese landen revoluties en veranderingen in bestuur. Uit angst voor revolutie in Nederland geeft koning toestemming verandering grondwet Thorbecke (leider van liberalen) nieuwe grondwet
Grondwet van 1848 bestuur van het land parlementaire democratie ministeriele verantwoordelijkheid Koning = onschendbaar censuskiesrechten van de burgers (klassieke) grondrechten
1. 3 Het parlement wordt echt de baas in Nederland 1815 Constitutionele monarchie Koninkrijk met grondwet die macht van koning beperkt. Maar grondwet in 1815 stelde nog niet veel voor en koning had veel macht… 1848 Parlementaire democratie Door nieuwe grondwet heeft koning minder macht en krijgt parlement meer macht. Burgers mogen het parlement kiezen Maarten van Rossum Willem I
Klassieke grondrechten - Vrijheid van godsdienst Vrijheid van meningsuiting Vrijheid van vereniging en vergadering Vrijheid van onderwijs Maarten van Rossum Willem II
Problemen om Luxemburgse kwestie 1866 -1867 ruzie tussen koning en parlement over Luxemburg Maarten van Rossum Willem III
begrippen paragraaf 1 grondwet constitutionele monarchie parlement Liberalen grondrechten onschendbaar ministeriele verantwoordelijkheid parlementaire democratie regering Luxemburgse kwestie
4. 3 Verdeelde macht Om machtsmisbruik te voorkomen is de politieke macht verdeeld -Parlement wetgevende macht : macht om wetten te maken of veranderen - Ministers uitvoerende macht : macht om wetten uit te voeren - Rechters rechterlijke macht : macht om mensen te straffen die zich niet aan de wet houden
bron 5 Burgers kiezen Provinciale Staten leden Provinciale Staten kiezen Eerste kamer = indirecte verkiezingen Burgers kiezen leden Tweede kamer = directe verkiezingen
Coalitie en oppositie
Taken van het parlement Goedkeuren van wetten - recht van amendement - recht van initiatief Controleren regering - recht van budget - recht van interpellatie - recht van enquete