FRAILTY KWETSBAARHEID IN MEERDERE DIMENSIES Dr Hans Hobbelen
FRAILTY KWETSBAARHEID IN MEERDERE DIMENSIES Dr. Hans Hobbelen Lector healthy Lifestyle, Ageing and Health Care Met dank aan drs. Renske van Abbema, drs. Steven Bunt en drs. Nienke de Vries juni 2015
Leerdoelen Na afronding van deze cursus kunt u: het begrip veroudering definiëren multimorbiditeit duiden het begrip kwetsbaarheid definiëren de twee voornaamste theoretische modellen van frailty beschrijven de verschillende factoren die een rol spelen bij kwetsbaarheid benoemen en toelichten aangeven hoe de fysieke factoren te meten zijn en inzicht verkregen kan worden in een mogelijke rol van ook psychische en sociale factoren. beschrijven op welke manier kwetsbaarheid in de fysiotherapiepraktijk kan worden gemeten de mogelijkheden benoemen om kwetsbaarheid te beïnvloeden, o. a. d. m. v. beweeginterventies juni 2015
Inleiding Filmmaker Jeroen Wolf ging in oktober 2011 de Amsterdamse straten op en stelde mensen één simpele vraag: ‘Hoe oud bent u? ’ https: //www. youtube. com/watch? v=RDEST 6 UGNv 4 juni 2015
DEEL 1 INZICHT IN VEROUDERING juni 2015
Bevolkingsprognose 2010 -2060 Sterkere vergrijzing, langere levensduur (Van Campen, Sociaal Cultureel Planbureau, 2011) juni 2015
Dubbele vergrijzing Leeftijdsopbouw van de bevolking van 65 jaar en ouder 2010 -2030 1200000 1000000 800000 600000 400000 200000 0 2015 85 of ouder 80 - 84 (Van Campen, Sociaal Cultureel Planbureau, 2011) 2020 75 - 79 2025 70 - 74 2030 65 - 69 juni 2015
Toenemende levensverwachting van 1840 - 2007 (Christensen et al 2009) juni 2015
Oud worden ‘Every man desires to live long, but no man would be old. ’ (Jonathan Swift, Thoughts on Various Subjects, 1711) Het is mooi om ouder te worden …. juni 2015
Oud zijn … maar niet om oud te zijn. juni 2015
Veroudering Proces waarin het aanpassingsvermogen van ons organisme afneemt Morbiditeit en multimorbiditeit Fysiologische reserves van basis- Homeostase capaciteit functies en organen bijvoorbeeld Bijvoorbeeld: verlies spiermassa afname basaal metabolisme (Spirduso et al 2006; Topinkova et al 2008) juni 2015
Veroudering; hoe? Programmed theories Stochastic theories Combineren Error theory Time clock theory Wear and tear theory Stress theory Immune theory Cross-linking theory Evolutionary theory Free radical theory juni 2015
Wat is veroudering? (1) ‘Progressief, algemene vermindering van functies en processen in het lichaam die leiden tot een afname van weerstand tegen gevaren vanuit de omgeving. Dit resulteert in ziekte en uiteindelijk tot de dood. ’ (Kirkwood 2005) Organismen zijn geprogrammeerd voor survival! juni 2015
The ageing process Age-related frailty, disability and disease Inflamma tion Healthy lifestyle anti-inflammatory Accumulation of cellular defects Healthy nutricion Random molecular damage Poor nutrition Stress Environment (Kirkwood 2005 ) juni 2015
Systeemdenken The Cellular Stress Network. Highlighted nodes are Reverse Causal Reasoning (RCR) hypotheses, predicted to have increased or decreased abundance or activity, in the indicated cell stress data sets. (Schlage 2011) juni 2015
Systems biology of ageing and longevity Healthy stem cell or neuron Injury through damage x x Cell suicide activated Cell devides with damage Apoptosis x x x Injury through damage Healthy deviding cell (Kirkwood 2011) x x Cell tries to repair itself x x x x x x x x Abnormal (cancer) cells multiply x x x x x Contributes to ageing x x More mutations accumulate Cell devides with damage Damaged cell deleted Fails senescence x Damages cell permanently arrested Contributes to ageing succeeds juni 2015
En u …? Hoe oud wil u worden? A. 65 jaar B. 85 jaar C. 100 jaar D. 150 jaar E. 250 jaar juni 2015
DEEL 2 MULTIMORBIDITEIT juni 2015
Definities (1) Multi-morbiditeit= Co-morbiditeit= het optreden van meer dan één (chronische) ziekte in één individu tijdens een bepaalde periode het hebben van meer dan één ziekte tegelijkertijd maar het wordt gezien als een extra aandoening bij mensen die al een ziekte hebben (een zogenoemde index-ziekte) (RIVM, Nationaal Kompas Volksgezondheid, Dikke van Dale) juni 2015
Definities (2) Chronische ziekte = Geriatrisch = irreversibele aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel en met een relatief lange ziekteduur medische zorg voor oudere mens (RIVM, Nationaal Kompas Volksgezondheid, Dikke van Dale) juni 2015
Ouderdom en ziekte Prevalence of selected chronic conditions, expressed in percentages, as a function of age for the US population (20022003 dataset). All forms of cancer and heart disease are featured. (CDC/NCHS, National Vital Statistics System, Mortality Data) juni 2015
Chronische aandoeningen (1) (CPB, Economische verkenningen, maart 2010 ) juni 2015
Chronische aandoeningen (2) 37% van de 55 plussers heeft twee of meer chronische ziekten 70% van de mensen met een chronische ziekte heeft ten minste ook één andere ziekte (Van Oostrom et al 2011) juni 2015
Prevalentie multimorbiditeit (Fortin et al 2012) juni 2015
Prevalentie multimorbiditeit in de eerste lijn (Fortin et al 2012) juni 2015
Percentages chronische aandoeningen 37% van de 55 plussers heeft twee of meer chronische ziekten 70% van de mensen met een chronische ziekte heeft ten minste ook één andere ziekte (Van Oostrom et al 2011) juni 2015
Is er een patroon zichtbaar? Prevelence (P) co-occuring chronic diseases (%)¹ and the seks and age adjusted odds ratio (OR) for clustering for patients of 55 years and older² , LINH 2002 - 2008 Coronary heart disease Osteoarthritis COPD P OR P Diabetes mellitus 3, 6 1, 9*3 2, 8 1, 1* 2, 5 1, 3* Coronary heart disease Osteoarthritis COPD Chronic neck or back disorder Cancer Stroke Depression Chronic neck or back disorder Cancer OR P 2, 1 1, 3* 2, 5 1, 3* 1, 9 1, 1 2, 2 1, 6* 2, 3 1, 6* 1, 8 1, 7 1, 2* 2, 8 2, 0* 1, 5 1, 4* Stroke Depression Heart failure Anxiety disorder OR P OR 1, 9 1, 6* 1, 4 1, 2* 2, 2 1, 7* 0, 5 1, 1 1, 2* 1, 5 1, 3* 1, 3 1, 5* 2, 8 3, 7* 0, 4 1, 5* 1, 7 1, 1* 1, 2 1, 0* 1, 4* 1, 6 1, 3* 0, 4 1, 1 1, 4 1, 3* 1, 0 1, 7* 1, 9 3, 4* 0, 4 1, 7* 1, 4 1, 2* 1, 0 1, 3* 1, 2 1, 5* 0, 9 1, 2* 0, 5 1. 4* 0, 9 1, 0 0, 9 1, 4* 1, 2 1, 3* 0, 3 1, 4* 0, 8 1, 6 1, 2 1, 5* 0, 2 1, 3* 0, 7 1, 5* 0, 8 5, 9* 0, 2 1, 5* Heart failure (Van Oostrom et al 2011) juni 2015
Is er een patroon zichtbaar? N = 123. 224 (65+) Lijst met 46 chronische ziekten 15. 180 mogelijke combinaties van drie aandoeningen 62% had drie of meer aandoeningen 15. 024 (99%) van deze combinaties gevonden in deze populatie (Van den Bussche 2012) juni 2015
Multimorbiditeit (Van Oostrom et al 2011) juni 2015
DEEL 3 KWETSBAARHEID: DEFINITIE EN THEORETISCHE MODELLEN juni 2015
Behoud van functionele capaciteiten Frailty (WHO 1997) juni 2015
Kwetsbaarheid bij events (Clegg et al 2013) juni 2015
Verondersteld werkingsmechanisme (Clegg et al 2013) juni 2015
Kwetsbare ouderen We hebben allemaal een beeld bij de term kwetsbare ouderen ! CPB en SCP schrijven in 2011: nu 2, 5 miljoen 65+ 700. 000 kwetsbaar in 2020, 3, 4 miljoen 65+ ± 1. 000 kwetsbaar (Van Campen (SCP) 2011) 26 -2 -2021 Sociale Kwetsbaarheid, Gent 09052014, Steven Bunt Msc juni 2015
Definitie kwetsbaarheid De term ‘kwetsbaar’ is nog niet eenduidig gedefinieerd. Er zijn in grote lijnen twee modellen: 1. biomedisch model (Fried) 2. accumulation of deficits model (Mitnitski) juni 2015
Frailty-modellen Medisch syndroom Risicofactorenbenadering hypothesegestuurd variabel ontstaansmechanisme en pathofysiologisch proces een beperkt aantal factoren bepalen gezamenlijk een specifiek fysiologisch proces dat ten grondslag ligt aan kwetsbaarheid onbeperkt aantal bepalende factoren, of deficits medisch syndroom: optelsom van een beperkt aantal vooraf gedefinieerde symptomen hangt samen met een verhoogde mortaliteit geriatrisch syndroom: opeenstapeling van effecten en beperkingen in verschillende domeinen resulteren in negatieve uitkomsten (Bergman 2008) juni 2015
Definitie kwetsbaarheid van Fried Frailty is een biologisch syndroom van een verminderde reserve en weerstand tegen stressoren, dat het resultaat is van dalingen van diverse fysiologische systemen, en dat kwetsbaarheid voor ongewenste uitkomsten veroorzaakt. (Fried et al 2001) juni 2015
Kwetsbaarheid als medisch syndroom (Fried et al 2001) juni 2015
Definitie ‘Kwetsbare ouderen’ Kwetsbaarheid bij ouderen is een proces van het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in het functioneren dat de kans vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten (functiebeperkingen, opname, overlijden). (Van Campen (SCP) 2011) juni 2015
Risk Factor Approach juni 2015
Accumulation of deficits (Deborah Lekan SOJNR 2009) juni 2015
En u …? Met welk model werkt u ? A. Biomedisch model van Fried B. Stapelingsmodel van Mitnitski C. Anders, namelijk … juni 2015
DEEL 4 FACTOREN DIE EEN ROL SPELEN BIJ HET ONTSTAAN VAN KWETSBAARHEID juni 2015
Relatie kwetsbaarheid, comorbiditeit en beperkingen Disability > 1 ADL (n = 67) 5, 7% (n = 21) (n = 196) 21, 5% (n = 79) Comorbidity (n = 2131) 46, 2% (n = 170) Frailty 26, 6% (n = 98) (Fried et al. 2004) juni 2015
Risk Factor Approach Interactie tussen factoren! Fysieke factoren (o. a. spierkracht, mobiliteit, lichamelijke activiteit, voedingsstatus) Psycho- sociale factoren (sociale steun, stemming, eenzaamheid Frailty is multidimensionaal: biomedischpsychosociaal model Persoonlijke factoren (leeftijd, geslacht, opleiding) Frailty is dynamisch Gezondheids- toestand (comorbiditeit/ multimorbiditeit, medicijn gebruik Omgevings-factoren diverse aangrijpingspunten (woonsituatie, financiële situatie) voor (fysio) therapie. Maar Cognitieve factoren (geheugen, oriëntatie, dementie) vooral interdisciplinair juni 2015
Lichamelijke kwetsbaarheid (1) (Gobbens et al 2010) juni 2015
Fysiologische reserve Hormonaal (↓IGF, ↓Testosteron, ↑Cortisol) Ontstekingsfactoren ↑ (Interleukin 6, C-reactive protein, Tumour necrosis factor α) Gevolgen (o. a. ): anorexia, catabolisme van skeletspieren en … Vetweefsel : afname spiermassa en kracht (Sarcopenie), gewichtsverlies juni 2015
Lichamelijke kwetsbaarheid (2) (Fried et al. 2001) juni 2015
Lichamelijke kwetsbaarheid (3) (Song et al 2010) juni 2015
Psychische kwetsbaarheid (1) (Gobbens et al 2010 ) juni 2015
Psychische kwetsbaarheid (2) Leeftijd grootste risicofactor op dementie Zenuwgeleiding vertraagd bij veroudering Achteruitgaan verstandelijke vermogens Mild Cognitive Impairment Verschillende vormen van dementie juni 2015
Dementie (1) (Grand et al 2011) 51 juni 2015
Dementie (2) (Ramakers et al 2010) juni 2015
Last in - first out Neurale circuits die later in de groei zich ontwikkelen zijn kwetsbaarder dan circuits die vroeg in de ontwikkeling al klaar zijn. Verschillende vormen van dementie hebben effect op verschillende circuits ‘Higher level gait disturbances’ zeer nauw verbonden met cognitief functioneren met name aandacht en planning (Mulder en Hochstenbach, 2003) (Scherder et al 2010) 53 juni 2015
Fysieke kwetsbaarheid en dementie Physical frailty in old age is associated with Alzheimer disease pathology in older persons with and without dementia. (Buchman et al 2008) The degree of motor impairment in lower extremity in MCI is related to the risk of AD (Aggerwal et al 2006) Lower levels of physical performance were associated with an increased risk of dementia and AD. (Wang et al 2006) 54 juni 2015
Blijf bewegen !! ‘The study suggests that poor physical function may precede the onset of dementia and AD and higher levels of physical function may be associated with a delayed onset. ’ (Wang et al 2006) 55 juni 2015
Motorische stoornissen als voorspellers voor dementie (Biomarker Model Jack 2010/2013) juni 2015
Sociale kwetsbaarheid (1) (Gobbens et al 2010 ) juni 2015
Sociale kwetsbaarheid (2) ‘Bewegen heeft een doel, bewegen vindt nooit plaats in een vacuüm maar altijd in een omgeving’ ‘De mens is een sociale probleemoplosser die streeft naar het optimaliseren van de relatie met de omgeving’ (Mulder 2009) 26 -2 -2021 juni 2015
Frailty en inkomen (Philip et al 2013) juni 2015
Frailty en scholing (Philip et al 2013) juni 2015
Sociale omgeving en gezondheid (1) Ervaren ontbreken van sociale steun / ervaren sociale isolatie: • verhoogde sympathische tonus en activering van de hypothalamus -hypofyse-bijnier, • verminderde controle op ontstekingsreacties • verminderde immuniteit, • verminderde ‘gezonde’ slaap Deze effecten • verminderde genexpressie de leiden gezamenlijk glucocorticoide responses reguleert tot hogere morbiditeit en mortaliteit bij ouderen (Uchino, Cacioppo, Kiecolt-Glaser 1996; Cacioppo et al 2011) 26 -2 -2021 juni 2015
Sociale omgeving en gezondheid (2) (Emotionele of materiële) steun leidt tot minder ziekte • ‘Het gaat om potentiële of waargenomen steun. ’ (Uchino 2009) • chronische aandoeningen, zoals hart Verminderde ervaren steun - en vaatproblemen leidt tot negatieve • hormonale stoornissen gezondheidseffecten • problemen van het immuunsysteem Soicale 26 -2 -2021 Kwetsbaarheid, Gent 09052014, Steven Bunt Msc juni 2015
Sociale omgeving en gezondheid (3 ) Social isolation and adult mortality : the role of chronic inflammation and sexdifferences (VS, n = 6700, gemiddeld 40 jaar, 18 jaar follow-up) (Yang et al 2013) Meer eenzaamheid geefteen verhoogde kans op overlijden 26 -2 -2021 Soicale Kwetsbaarheid, Gent 09052014, Steven Bunt Msc Variabelen • wel/niet getrouwd • wel/niet contacten met vrienden en familie • wel/niet kerkbezoek • wel/niet lid van verenigingen juni 2015
Sociale omgeving en gezondheid (4) 148 studies, n = 308849 90% Noord-Amerika en. Europa gem. 7, 5 jaar gevolgd Kans op overlijden is kleiner als mensen over meer sociale relaties beschikken (let op: ook na correctie op gezondheidstoestand) • omvang sociaal netwerk • mate van sociale participatie • waargenomen sociale steun • eenzaamheidsgevoelens Soicale 26 -2 -2021 Kwetsbaarheid, Gent 09052014, Steven Bunt Msc (Holt-Lunstad et al 2010) Sociale relaties vergelijkbare risicofactorop overlijden als roken en overmatig alcoholgebruik Sociale relaties heeft grotere invloed op overlijden dan fysieke inactiviteit en obesitas juni 2015
Sociale omgeving en gezondheid (5) Maakt het uit in wat voor buurt je woont? Studie onder n = 64. 000 Nederlanders • ‘Gunstige sociale buurtomgeving’ (hoeveel mensen kent u in de buurt, gaat u vriendelijk met elkaar om, hangt er een vriendelijke en sociale sfeer in de buurt) • Eigen beoordeling gezondheid Soicale 26 -2 -2021 Kwetsbaarheid, Gent 09052014, Steven Bunt Msc Ja, dat maakt uit. Uitkomst: Meer dan gemiddeld gunstiger sociale buurtomgeving geeft 6% kans op goede of zeer goede gezondheid NB 1: na correctie voor persoonskenmerken als opleiding, inkomen; gemiddelde SES van de buurt; en staat onderhoud van woningen NB 2: Platteland is gunstiger dan de stad!) juni 2015
Sociale productiefunctie theorie (SPF) Basale behoeften en drijfveren Hoogste niveau Algemene basale behoeften (doelen) (Steverink 2009) Algemeen subjectief welbevinden Sociaal welbevinden Fysiek welbevinden Specifieke basale behoeften (doelen) Comfort Stimulatie Affectie Gedrags- bevestiging Status Hulpbronnen (voorbeelden) Eten, gezondheidszorg veilige en prettige woning Fysieke en mentale activiteiten, hobby’s Partner, (klein)kind eren, huisdier Horen bij een groep met gedeelde normen en en waarden Unieke talenten of vaardighede n; uitblinken in iets juni 2015
Sociale omgeving en gezondheid (6) Dus: er zijn directe effecten van de sociale omgeving op gezondheid ‘De mens is een sociale probleemoplosser die streeft naar het optimaliseren van de relatie met de omgeving’ Dat geldt bij uitstek ook voor de oudere mens! Soicale 26 -2 -2021 Kwetsbaarheid, Gent 09052014, Steven Bunt Msc juni 2015
Managing the decline Door professionals: (Von Faber et al 2001) Door ouderen: Leiden Longitudinal 85+ study n = 599 juni 2015
Resilience-veerkacht Profiel van veerkrachtige ouderen (Van Abbema et al 2015) • interne bronnen zoals persoonlijkheid, positiviteit, levenservaring volhardendheid • externe bronnen zoals sociale ondersteuning, familieband en relaties • hierbij hoort ook de infrastructuur van ondersteuning juni 2015
Veerkracht Zowel bij diverse interne bronnen als externe bronnen zijn verschillende interventies mogelijk (Van Abbema et al 2015) De Groningen Ageing Resilience Scale (GARS) kan hierbij inzicht verschaffen waarop ingezet moet worden juni 2015
DEEL 5 HET METEN VAN KWETSBAARHEID juni 2015
Het meten van Frailty Outcome instruments to measure frailty: a systematic review (De Vries et al 2013) • In totaal 20 frailty instrumenten gevonden in deze review • Grote verschillen in prevalentie; 5%-55% • Er is slechts beperkt onderzoek naar klinimetrie • Vooral ontwikkeld als prognostisch instrument juni 2015
Enkele voorbeelden Fried criteria: fysiek domein Groninger Frailty Indicator (GFI): fysiek, cognitief, psychologisch en sociaal domein Tilburg Frailty Indicator (TFI) Frailty Index: fysiek, cognitief, psychologisch en sociaal domein juni 2015
Fried-criteria • 3 of meer van de 5 factoren: frail • 2 van de 5 factoren: pre-frail (Fried et al 2001) juni 2015
Fried Criteria (3) Criterium Ongewild gewichtsverlies Laag uithoudingsvermogen/ vermoeidheid Operationalisatie Meer dan 4 kg (10 pound) ongewild gewichtsverlies in het afgelopen jaar Zelf- rapportage Er worden twee stellingen voorgelegd: • Alles kostte me moeite • Ik kon niet op gang komen Vraag die vervolgens gesteld wordt: ‘Hoe vaak voelde u zich in de afgelopen week zo? ’ • • 0 = zelden of nooit (< 1 dag) 1 = soms (1 -2 dagen) 2 = redelijk vaak (3 -4 dagen) 3 = meestal (>4 dagen) Wanneer het antwoord 2 of 3 is, wordt dit criterium positief gescoord juni 2015
Fried criteria (3) Criterium Operationalisatie (Spier)zwakte Knijpkracht Traagheid Loopsnelheid 15 feet (4, 57 m) Lage mate van lichamelijke activiteit Hoeveelheid lichamelijke activiteit per week berekend in Kcal: Mannen: positieve score als: BMI ≤ 24 → knijpkracht ≤ 29 BMI 24, 1 -26 → knijpkracht ≤ 30 kg BMI 26, 1 -28 → knijpkracht ≤ 30 kg BMI > 28 → knijpkracht ≤ 32 kg Mannen: positieve score als: Lengte ≤ 173 → loopsnelheid ≥ 7 sec Lengte > 173 → loopsnelheid ≥ 6 sec Mannen: positieve score als: < 383 Kcal per week Vrouwen: positieve score als: BMI ≤ 23 → knijpkracht ≤ 17 kg BMI 23, 1 -26 → knijpkracht ≤ 17, 3 kg BMI 26, 1 -29 → knijpkracht ≤ 18 kg BMI > 29 → knijpkracht ≤ 21 kg Vrouwen: positieve score als: Lengte ≤ 159 → loopsnelheid ≥ 7 sec Lengte > 159 cm→ loopsnelheid ≥ 6 sec Vrouwen: positieve score als: < 270 Kcal per week juni 2015
Groningen Frailty Indicator (GFI) (1) GFI • De Groningen Frailty Indicator (GFI) is eenvoudiger vragenlijst, waarin de dimensies fysieke en psychosociale kwetsbaarheid worden gemeten • nullen en enen optellen totaalscore van minimaal 0 en maximaal 15 Totaalscore • NB: de scoring van vraag 10 wijkt af. (Steverink et al 2001) juni 2015
Theoretisch uitgangspunt TFI Meer dan vier items positief of zijnde beperkt : frail juni 2015
Tilburg Frailty Indicator (TFI) Vragenlijst bestaande uit twee onderdelen • determinanten van fragiliteit • componenten van fragiliteit Zelfrapportage Score maximaal 15 punten, bij 5 punten kwetsbaar (Gobbens et al 2010) juni 2015
Evaluative Frailty Index for Physical activity (EFIP) Method of deficit accumulation (Rockwood, Mitnitski) Hoe meer deficits, hoe kwetsbaarder • minimaal 30 -40 items • deficits kunnen variëren (mits voldaan voorwaarden); eigenschappen blijven hetzelfde • meerdere dimensies, verhoudingen zelf te bepalen. Score tussen 0, 001, 00 • doel: evaluatievan een (beweeg) interventie! Methode • schriftelijke Delphi procedure • 3 rondes • 50 experts • Start: 57 items Resultaat • totaal 50 items • 20 items: fysiek domein • 8 items: psychologisch domein • 7 items: sociaal domein • 15 items: algehele gezondheidstoestand (De Vries et al 2013) juni 2015
Gebruik en interpretatie van de EFIP In eerste instantie niet bedoeld om te categoriseren Continuum ‘fit – frail’ Normwaardes gebruikt in de literatuur: > 0. 2 -0. 25 = kwetsbaar, Plafondscore rond 0. 7 Kost veel tijd Levert veel info op: totaalbeeld patiënt; aangrijpingspunten behande-ling; multi-disciplinaire samenwerking Kan als evaluatief instrument worden gebruikt juni 2015
Verschillen - overeenkomsten juni 2015
DEEL 6 BEWEEGINTERVENTIES juni 2015
Kwetsbare ouderen in de eerste lijn (Van Abbema, 2012) Hoeveel ouderen binnen de eerstelijns Fysiotherapie zijn kwetsbaar? Op basis van de GFI-score ≥ 4: 60% matig tot zeer kwets 26 -2 -2021 (Van Abbema 2012) Op basis van de gemiddelde loopsnelheid 0. 90 m/s: 64% verhoogd kwetsbaar juni 2015
Doelen van bestaande interventies Beoogde doelen van fysiotherapeuten voor beweeginterventies bij ouderen 1 Bevorderen beweeggedrag 2 Spierkracht- en uithoudingsvermogen verbeteren 3 Plezier in bewegen 4 Conditie verbeteren 5 ADL-vaardigheden verbeteren (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Beweegstandaard Kwetsbare ouderen KNGF 2015 In navolging van andere beweegstandaarden KNGF Niet gericht op één ziektebeeld maar het complexe, dynamische beeld van kwetsbaarheid (Van Abbema, Weening, De Vries , Hobbelen, De Greef) Intakeprocedure gericht op in kaart brengen aangrijpingspunten juni 2015
Intake procedure Titel 26 -2 -2021 presentatie aanpassen 87 (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) juni 2015
Fysieke fitheidstesten (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Doel intake Waar liggen de aangrijpingspunten voor de behandeling? Stel samen concrete haalbare doelen voor de interventie? Wat zijn de mogelijkheden van deze patiënt? Ga ik individueel behandelen (eventueel in de ‘thuissituatie’)of kan deze persoon deelnemen aan een groepsinterventie? Kan ik andere disciplines betrekken bij de behandeling van deze oudere? Hoe kwetsbaar is deze patiënt? (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Uitgangspunten van een beweegprogramma Doel Er wordt, waar mogelijk, tot het niveau van de beweegnormen gestreefd naar het ontwikkelen en in stand houden van een actieve leefstijl en het verhogen van de fitheid. Actieve levensstijl Beweegnorm Verhogen fitheid (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Evidentie 26 -2 -2021 (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) juni 2015
Een beweegprogramma Wat is er bekend uit onderzoek? Ervaring en mogelijkheden fysiotherapeut Kwetsbare ouderen: zeer heterogene groep Circuittraining + persoonlijk beweegplan (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Een beweeginterventie Globale adviezen • Duur: • Frequentie: • Type training: +/- 12 weken (bij voorkeur 2 x per jaar) 2 x per week Circuittraining met individuele intensiteit en accenten Persoonlijk beweegplan (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Componenten beweeginterventie (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Trainingsprincipes Overload Het lichaam moet zwaarder belast worden dan normaal. Intensiteit opbouwen, hoe kwetsbaarder je patiënt, hoe rustiger de opbouw. Supercompensatie De juiste overload en hersteltijd leiden tot een toename van de belastbaarheid Specifiek De oefeningen moeten gericht zijn op de vaardigheid die je samen met je patiënt wil verbeteren Individueel: De trainingsprikkel in afgestemd op de mate van kwetsbaarheid en de doelen van je patiënt. Reversibel: Als iemand stopt met trainen zullen de trainingseffecten uiteindelijk verdwijnen (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Trainingsprincipes (Research 26 -2 -2021 and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) juni 2015
Persoonlijk beweegplan Het beweegplan wordt afgestemd op de deelnemer en zijn/ haar voorkeuren en mogelijkheden in de thuissituatie • Integreren bewegen in dagelijks leven • Behouden actieve leefstijl • Streven naar beweegnorm (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) 26 -2 -2021 juni 2015
Aandachtspunten 26 -2 -2021 (Research and Innovation Group in Health Care and Nursing, Hanzehogeschool Groningen) juni 2015
DEEL 7 TEN SLOTTE juni 2015
Conclusies (1) Kwetsbaarheid komt veel voor. Kwetsbaarheid is complex. Kwetsbaarheid beïnvloedt het behandelbeloop en –resultaat en daarmee de (klinische) beslissingen die moeten worden genomen. Kwetsbaarheid heeft een grote voorspellende waarde t. a. v. ongewenste gezondheidsuitkomsten, waaronder een hoger risico op overlijden. juni 2015
Conclusies (2) Mobiliteit (waaronder loopsnelheid), spierkracht en lichamelijke (in)activiteit spelen een belangrijke rol bij kwetsbaarheid. Het risico op ongewenste uitkomsten wordt groter bij bestaande disability. Psychische/cognitieve problemen dragen bij aan kwetsbaarheid. Het effect van sociale componenten op kwetsbaarheid wordt onderschat. Sociale participatie en persoonlijke doelen centraal van groot belang! Veerkracht stimuleren. juni 2015
Hartelijk dank voor uw aandacht ! juni 2015
- Slides: 102