Financiering Hoger Onderwijs Commissie ad hoc Hoger Onderwijs


























- Slides: 26
Financiering Hoger Onderwijs Commissie ad hoc Hoger Onderwijs Maandag 3 mei 2010 1
Presentatie I. III. Enkele contextfactoren Mechaniek Uitdagingen door integratie 2
I. Contextfactoren 3
1995 -1999: Gestage groei Universiteiten 1994 -1995 1998 -1999 evolutie KUL 21. 608 21. 330 -1% UG 15. 986 19. 331 21% VUB 5. 704 6. 552 15% UA 6. 948 7. 626 10% UH 1. 947 1. 801 -7% 733 780 6% 52. 926 57. 420 8% KUB Totaal Hogescholen 1994 -1995 1998 -1999 evolutie "professioneel" 62. 266 72. 072 16% "academisch" 27. 537 27. 861 1% Totaal 89. 803 99. 933 11% Bron: statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs (basisopleidingen) 4
2000 -2004: Stabiliteit Universiteiten 1999 -2000 2003 -2004 evolutie KUL 20. 670 20. 676 0% UG 19. 536 20. 197 3% VUB 6. 691 6. 631 -1% UA 7. 510 6. 966 -7% UH 1. 907 2. 017 6% 426 352 -17% 56. 740 56. 839 0% KUB Totaal Hogescholen 1999 -2000 2003 -2004 evolutie "professioneel" 71. 849 74. 581 4% "academisch" 26. 687 25. 597 -4% Totaal 98. 536 100. 178 2% t. UL geteld bij UH 5
2005 -2009: Nieuwe dynamiek Universiteiten 2004 -2005 2008 -2009 evolutie KUL 21. 321 25. 588 20% UG 20. 101 24. 453 22% VUB 6. 500 7. 099 9% UA 6. 932 8. 719 26% UH 1. 333 1. 400 5% KUB 351 161 -54% t. UL 467 906 94% 56. 538 68. 325 21% Totaal Hogescholen 2004 -2005 2008 -2009 evolutie "professioneel" 75. 999 83. 180 9% "academisch" 25. 186 25. 641 2% 101. 185 108. 821 8% Totaal 6
n Hogescholen n Universiteiten ¨Gesloten ¨Stabiele enveloppe financiering: deels vast, deels variabel ¨Sterk stijgende ¨Extra middelen in studentenaantallen 2000 -2004 ¨CAO III: TBS 55+ overgangsstelsel ¨Arrest Arbitragehof UGent ¨Extra middelen in 1999 Problematiek indexering 7
Opbrengstenstructuur Hogescholen Bron: regeringscommissariaat Hogescholen 8
Opbrengstenstructuur Universiteiten Bron: geconsolideerd bij AHOVOS 9
II. Mechaniek 10
Bron: werkingsmiddelen 2010 Bedragen in miljoen euro • 4 gesloten budgetten • Academische diploma’s in de associatie • Verdeeld op basis van • Minimum schaal: 50 doctoraten (4 jaar) en (24%) financieringspunten: input + output + 1. 000 publicaties (10 jaar) • Doctoraten (40%) diploma + credit • Maximum schaal: 400 doctoraten en • Publicaties en citaties (30%) • Studentgedreven 10. 000 publicaties • Diversiteitcoëfficiënt (6%) • Gewogen per studiegebied • 50/50 verdeling: doctoraten en publicaties • Degressief verdeeld Sokkel onderzoek, inc. 5 mio. UGent Extra gewichten voor beperkt contingent • Minimum schaal : 90. 000 studiepunten studenten • Maximum schaal: 720. 000 studiepunten • Gemiddelde over voorbij 5 jaar • Degressief verdeeld 11
Gegarandeerd minimum (tot 2013) Vb. 2010, bedragen in 1. 000 euro onderwijs onderzoek instelling sokkel variabel totaal 2007 2010 n Bedrag “verevening” in 2010 is quasi voldoende om Groep-T 1. 338 9. 046 10. 384 11. 180 doelstelling te halen VUB 4. 971 30. 672 23. 348 19. 239 78. 230 81. 281 n Uitzondering: instellingen die geen onderwijssokkel n krijgen geen gegarandeerd minimumbedrag Let op: bepaalde bedragen vallen hierbuiten (bv academiseringsmiddelen) 12
Referentieperiode: opgenomen studiepunten 01/02 tot 05/06 kliksysteem 2011 2012 2013 2014 Prof. Ba + + + =? Ac. HS - - -? Univs. + + Eindresultaat : 50, 5 miljoen euro extra tot 2014 Alternatieve berekening 13
Besparing 2011 Onderwijs moet voor 2011 een bedrag besparen van 142 miljoen euro n Hoger Onderwijs moet 16, 1 miljoen (ongeveer 1, 27% van de effectieve werkingsmiddelen) n Geldt voor alle instellingen, dus inclusief “verevenden” n 14
III. Uitdagingen 15
Budgettaire effecten Huidige teksten (Green Paper, …) omvatten geen exacte bepalingen n Tekst maatschappelijk debat bevindt zich in eindfase n Bespreking parlementaire ad hoc commissie (resoluties? ) n Moet leiden tot criteria voor aanpassing financieringsdecreet 16
vervolg presentatie: persoonlijk kaderen en interpreteren van voorliggende voorstellen 17
Voorafgaande beslissingen Draagvlak voor hervorming gespreid over minimum 2 legislaturen (tot 2019? ) n Quid definitieve keuze inzake Hoger Kunstonderwijs? n Quid regionale institutionele wijzigingen? (vb. herschikking W&K, …) n 18
Versterking professionele bachelors – mogelijke opties n Gelijke waarde financieringspunten voor alle deelgebieden hoger onderwijs -> technisch moeilijk Professionele Bachelors 51, 83 € Academische Hogescholen 57, 71 € Hoger Kunstonderwijs 55, 54 € Universiteiten 53, 54 € Kost: 12, 5 miljoen euro n Toepassing 10% verhoging regeerakkoord? Kost: 37 miljoen euro n Green Paper: 30 miljoen euro 19
Versterking professionele bachelors (2) Verhoging ondersteuning financieringskanaal (projectmatig) wetenschappelijk onderzoek ( per student nu: 3, 33%) Kost tot 5%: 4, 5 miljoen euro n Relatie HBO 5 (expertisenetwerken? ) n Problematiek studieduurverlenging cf. Green Paper n 20
Academisering Gaat om middelen buiten de basisarchitectuur n fase 1: 13 miljoen euro n Fase 2: 2004 -2009: 15, 7 miljoen (deels Onderwijs, deels wetenschapsbeleid) n 21
Academisering n n Fase 3: 2009 -2019: absolute voorwaarde voor finalisering academisering Commissie Soete: raming 130 miljoen dus netto: 100 miljoen extra Andere methode van berekenen: gemiddelde waarde van variabel onderzoeksdeel relateren aan studentenaantal academische opleidingen Hogescholen : 70 miljoen dus netto: 40 miljoen extra (+ discussie mbt. 1 ste schijf academiseringsmiddelen) Green Paper: 30 miljoen euro 22
Puntengewichten n n Puntengewichten van hogescholen en universiteiten functioneren afzonderlijk Puntengewichten bij hogescholen variëren van 1 tot 1, 6 (m. u. v. kunstopleidingen) Puntengewichten bij universiteiten 1, 2 en 3 Indien oefening wordt gedaan: eerst discussie wijze van koppelen aan gewichten. Green Paper: 15 miljoen euro 23
Versterking (eerste) geldstroom universiteiten n n Probleem: aandeel ZAP personeel in totaal personeelsbestand is quasi ongewijzigd sinds 1992 Aandeel ZAP in totaal personeelsbestand gedaald van 20, 6% naar 13, 1% (Vlir statistiek) Hypothese: optrekken naar bv. 15% = +365 full time Bijkomend discussiepunt: verdelingsmechanisme 24
Brusselnorm n Waarom? Specificiteit van Brusselse context? b. Al dan niet geheel of gedeeltelijk gekoppeld aan rationalisatie? a. ¨ Toevoegen van middelen: Binnen systeem: hogere gewichten b. extra-comptabel a. ¨ Green paper: 3 miljoen euro 25
Hoger Kunstonderwijs Oorspronkelijk onderdeel van de component academisch hogescholen n Uiteindelijk: de facto afzonderlijk budget n Green Paper: 10 miljoen euro n 26