ECONOMIE Paragraaf 3 1 Bronnen van inkomen Inkomen
ECONOMIE Paragraaf 3. 1 Bronnen van inkomen
Inkomen uit arbeid Soorten inkomsten: - salaris oftewel loon; - vakantiegeld (8% van jaarsalaris); - eindejaarsuitkering of dertiende maand; - prestatietoeslag of andere bonus - loon in natura (bijv. bedrijfskleding, auto van de zaak, telefoon, laptop enz. )
Loonschaal
Ondernemen = eigen bedrijf openen Geen loon/salaris, maar winst als inkomen!!!
Verschillen in inkomen Loon van iemand hangt af van de loonschaal. Een loonschaal heeft een aanvangsalaris (=startsalaris) en een maximumsalaris. Lonen verschillen door: opleiding, soort functie, ervaring, bijzondere kwaliteiten enz. Door verschillen in inkomens: § veranderen de prioriteiten (meer luxe) § verschilt de koopkracht (= meer goederen van hetzelfde kopen, bijv. tweede auto)
…. . vervolg De verschillen in inkomen: ◦ vormen de personele inkomensverdeling (= verdeling van inkomen over een groep mensen) ◦ worden weergegeven met de Lorenzcurve De overheid gebruikt het modaal inkomen (= meest voorkomende inkomen) om beleid te maken over de koopkracht.
Inkomen uit bezit
Soort bezitting: Soort inkomen: - Spaargeld Rente - Eigen bedrijf Winst - Huizen/kantoorpanden Huur - Grond Pacht - Aandelen Dividend = winstuitkering voor aandeelhouders
Nationaal inkomen Alle inkomens uit arbeid en bezit in een land bij elkaar opgeteld. Dus: lonen + rente + dividend + winst + pacht = NATIONAAL INKOMEN
Rente uitrekenen Bedrag : 100 x percentage = € …………
Rekentrainer paragraaf 1 Omrekenen van bedragen
- Slides: 11