ECONOMIE INTEGRAAL Hoofdstuk 4 Volledige Mededinging Volledige Mededinging




























- Slides: 28
ECONOMIE INTEGRAAL Hoofdstuk 4 Volledige Mededinging
Volledige Mededinging (VM) ■ Hoe is het gedrag van vragers en aanbieders op een markt met volledige mededinging? ■ 4. 1 Wat zijn de kenmerken van een markt met VM? ■ 4. 2 Hoe komt de evenwichtsprijs tot stand, hoe kan die veranderen? ■ 4. 3 Welke evenwichten komen tot stand op korte en lange termijn? ■ 4. 4 Wat zijn de voor- en nadelen van een markt met VM?
Wat is een markt? ■ Een markt is een “plaats” waar vraag en aanbod samenkomen ■ Concrete markt: een fysieke of aanwijsbare (= virtuele) markt waarop kopers en verkopers producten verhandelen – Orderboek van Euronext − Groenteveiling – Airbnb. com − Visafslag ■ Abstracte markt: het geheel van factoren en omstandigheden dat de vraag naar en het aanbod van een product bepaalt: vraag en aanbod van één bepaald product – Huizenmarkt Arbeidsmarkt Markt van ruwe olie
Marktvormen ■ Er zijn verschillende marktvormen waarbij aanbieders meer of minder macht hebben – Bij iedere marktvorm zijn steeds veel vragers ■ Homogeen product: een identiek product, er is geen verschil tussen het ene en het andere product ■ Heterogeen product: een soortgelijk maar verschillend product, er is wel degelijk verschil tussen het ene en het andere product ■ Monopolie: één aanbieder ■ Oligopolie: weinig/een paar aanbieders met een homogeen of heterogeen product ■ Monopolistische concurrentie: veel aanbieders met een heterogeen product ■ Volledige mededinging: veel aanbieders met een homogeen product
Overzicht marktvormen
4. 2 EVENWICHTSPRIJS EN -HOEVEELHEID
Collectieve vraag Collectief aanbod ■ Collectieve vraag geeft de totale vraag weer bij de verschillende prijzen ■ Collectief aanbod geeft het totale aanbod weer bij de verschillende prijzen
Collectieve vraag en aanbod: aandelen Akzo
Het evenwicht ■ De evenwichtsprijs is de prijs waarbij de gevraagde hoeveelheid gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid ■ De evenwichtshoeveelheid is de verhandelde hoeveelheid waarbij de gevraagde hoeveelheid gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid
Het evenwicht met vergelijkingen ■ In het voorbeeld kan het gedrag van de kopers beschreven worden met de vergelijking: Qv = -17 P + 1300 ■ Het gedrag van de verkopers kan beschreven worden met de vergelijking: Qa = 19 P - 1256
Berekenen van het evenwicht ■ Het evenwicht kan berekend worden door de vraagvergelijking en de aanbodvergelijking aan elkaar gelijk te stellen, dus: Qa = Qv ■ Daarna de gevonden P invullen in Qa of Qv (moet dezelfde uitkomst geven) ■ 19 P – 1256 = – 17 P + 1300 De berekende P ingevuld in Qa ■ 19 P + 17 P = 1300 + 1256 Qa = 19 x 71 – 1256 ■ 36 P = 2556 Qa = 1349 – 1256 ■ P = 71 Qa = 93
Vraaglijn: verschuiven langs of van (zie ook hoofdstuk 2) ■ Verandert alleen de prijs van het aandeel, dan vindt een verschuiving LANGS de vraaglijn ■ De vraaglijn verschuift in zijn totaliteit als de kopers tegen iedere prijs meer/minder aandelen willen kopen ■ Redenen voor een verschuiving VAN: – Meer/minder vragers – Meer/minder inkomen – Meer/minder behoeften – Prijs van andere producten daalt/stijgt – Rente daalt/stijgt – Hogere/lagere koerswinst of dividend
Verschuiven van de vraaglijn: grafisch ■ Omdat de kopers 36 meer aandelen willen kopen bij iedere prijs, verschuift de vraaglijn naar rechts ■ Hierdoor stijgt de prijs tot € 72 en de verhandelde hoeveelheid tot 112 ■ Let op: de vraag stijgt met 36, niet de evenwichtshoeveelheid
Aanbodlijn: verschuiven langs of van (zie ook hoofdstuk 3) ■ Verandert alleen de prijs van het aandeel, dan vindt een verschuiving LANGS de aanbodlijn plaats ■ De aanbodlijn verschuift in zijn totaliteit als de verkopers tegen iedere prijs meer/minder aandelen willen verkopen ■ Redenen voor een verschuiving VAN: – Meer/minder aanbieders – Minder/meer inkomen – Prijs van andere producten stijgt/daalt – Rente stijgt/daalt – Lagere/hogere koerswinst of dividend
Verschuiven van de aanbodlijn: grafisch ■ Omdat de verkopers 36 meer aandelen willen verkopen bij iedere prijs, verschuift de aanbodlijn naar rechts ■ Hierdoor daalt de prijs tot € 70 en stijgt de verhandelde hoeveelheid tot 110 ■ Let op: het aanbod stijgt met 36, niet de evenwichtshoeveelheid Ω paragraaf 4. 2
4. 3 BEDRIJFSTAKEVENWI CHT
Marktevenwicht en bedrijfsevenwicht bij gelijkblijvende marginale kosten § Evenwichtsprijs is € 20 § Deze prijs is een gegeven voor iedere producent, want deze komt voor uit het marktevenwicht § MO > MK dus produceren tot de productiecapaciteit § Hierdoor is de aanbodlijn een verticale lijn
Toetreding en uittreding ■ Omdat er op deze markt veel winst wordt behaald, lokt dat nieuwe aanbieders; dit heet toetreding tot de markt ■ Het aantal aanbieders neemt toe en daarmee de aangeboden hoeveelheid; hierdoor daalt de evenwichtsprijs ■ Bij een lage evenwichtsprijs gaan ondernemingen verlies lijden en ze stoppen met de productie; dit heet uittreding uit de markt ■ Hierdoor daalt de aangeboden hoeveelheid en de evenwichtsprijs stijgt weer ■ Dit gaat zolang door totdat er een prijs tot stand komt waarbij de ondernemingen geen winst maken maar ook geen verlies lijden
Bedrijfstakevenwicht bij gelijkblijvende marginale kosten Het langetermijnevenwicht waarbij de laagst mogelijke marktprijs tot stand komt, vraag en aanbod in evenwicht is en ondernemingen kostendekkend produceren heet het bedrijfstakevenwicht
Marktevenwicht en bedrijfsevenwicht bij stijgende marginale kosten Totale markt § Evenwichtsprij s is € 80 § Bij deze prijs biedt de individuele aanbieder 40 eenheden aan (MO = MK) § TW = 40 x (80 – 55) = 1000 Individuele aanbieder
Marktevenwicht en bedrijfsevenwicht bij stijgende marginale kosten Totale markt § De winst van 1000 trekt aanbieders aan § Het aanbod neemt toe, de evenwichtsprij s daalt naar € 50 § De individuele aanbieder maakt nu geen winst en geen verlies Individuele aanbieder
Marktevenwicht en bedrijfsevenwicht bij stijgende marginale kosten § Onder dwang van de markt vallen de volgende bedrijfsdoelstellingen samen: 1) Winstmaximalisatie: MO = MK 2) Minimale kosten per stuk: MK = GTK 3) Geen winst – geen verlies: GO = GTK § Dit is het langetermijnevenwicht ofwel het bedrijfstakevenwicht: de laagst mogelijke marktprijs, vraag en aanbod is aan elkaar gelijk en er wordt kostendekkend geproduceerd Ω paragraaf 4. 3
4. 4 OPTIMALE WELVAART BIJ VOLLEDIGE MEDEDINGING
Maximale welvaart bij volledige mededinging ■ Op de markt van volkomen mededinging komt de evenwichtsprijs tot stand door het gedrag van alle vragers en alle aanbieders ■ De vragers met een hogere betalingsbereidheid dan de evenwichtsprijs hebben voordeel: het consumentensurplus ■ De aanbieders met een lagere aanbiedingsbereidheid dan de evenwichtsprijs hebben voordeel: het producentensurplus
Welvaart op een markt ■ De optelsom van consumentensurplus en producentensurplus is de welvaart op een markt ■ Het totale surplus is maximaal bij volledige mededinging ■ Dus bij volledige mededinging draagt de welvaart op een markt maximaal bij aan de welvaart van het hele land
Volledige mededinging ■ Consumentensurplus CS plus Producentensurplus PS is maximaal ■ Grootst mogelijke productieomvang bij de laagst mogelijke prijs ■ Geen toetreding of uittreding meer ■ Alleen efficiënte bedrijven overleven
Optimale allocatie ■ Stijgt de vraag naar een product dan stijgt de prijs ■ Er wordt meer winst gemaakt en dat lokt toetreding uit ■ Gevolg: grotere inzet voor productiefactoren ■ En omgekeerd bij vraagdaling ■ Op deze manier zorgt de markt van volledige mededinging voor een optimale inzet van productiefactoren: er is optimale allocatie ■ Bij optimale allocatie geldt daarom: ■ CS plus PS is maximaal: optimale welvaart ■ De grootst mogelijke hoeveelheid goederen wordt geproduceerd tegen de laagst mogelijke prijs ■ Productiemiddelen zijn volledig afgestemd op de behoeften van de markt
Tekortkomingen volledige mededinging ■ Collectieve goederen worden door de overheid geleverd en niet door de markt (b. v. rechtszekerheid en veiligheid) ■ Volledige mededinging kan leiden tot een ongewenste inkomensverdeling (b. v. extreem lage lonen) ■ Er wordt geen rekening gehouden met negatieve externe effecten (b. v. geluidsoverlast, milieuschade) ■ Trage aanpassing van de productie aan de veranderde vraag (b. v. extra koffiestruiken moeten eerst vier jaar groeien) ■ (Volledige mededinging komt in de praktijk amper voor: aanbieders beperken het aanbod, de overheid beperkt of stimuleert met wetgeving en andere instrumenten) Ω paragraaf 4. 4