ECGonderwijs Ritme en geleidingsstoornissen MaartApril 2008 Even ecgtje

  • Slides: 81
Download presentation
ECG-onderwijs: Ritme- en geleidingsstoornissen Maart/April 2008

ECG-onderwijs: Ritme- en geleidingsstoornissen Maart/April 2008

Even ecg-tje maken……

Even ecg-tje maken……

Het geleidingssysteem

Het geleidingssysteem

Het geleidingssysteem § § § § Sinusknoop Depolarisatie en contractie atria AV knoop Bundel

Het geleidingssysteem § § § § Sinusknoop Depolarisatie en contractie atria AV knoop Bundel van His L + R bundeltak Purkinjevezels Depolarisatie en contractie ventrikels

Elektrische geleiding

Elektrische geleiding

Beoordeling van het ECG 1. Ritme 2. Frequentie 3. Hartas 4. Geleidingsintervallen 5. Morfologie

Beoordeling van het ECG 1. Ritme 2. Frequentie 3. Hartas 4. Geleidingsintervallen 5. Morfologie P-top 6. Morfologie QRScomplex 7. STT-segment

Ritme Normaal sinusritme Zoek de P-top!

Ritme Normaal sinusritme Zoek de P-top!

Frequentie 300 0, 04 sec 150 100 75 60 50

Frequentie 300 0, 04 sec 150 100 75 60 50

Frequentie § 60 -100 bpm

Frequentie § 60 -100 bpm

Hartas § Middeling van alle ontladingen in het hart. Normaal tussen -30 en +90

Hartas § Middeling van alle ontladingen in het hart. Normaal tussen -30 en +90 (LV wand is dikker dan RV wand) § Positieve depolarisatiegolf beweegt naar positieve elektrode en geeft positieve uitslag op het ECG

Hartas

Hartas

Hartas

Hartas

Hartas

Hartas

Hartas In afleiding I, III: § § +++ of ++- = intermediair -++ of

Hartas In afleiding I, III: § § +++ of ++- = intermediair -++ of --+ = rechteras +-- = linkeras --- = extreme as

Linkeras

Linkeras

Geleidingstijden § PQ tijd = 120 -200 ms § QRS duur = 60 -120

Geleidingstijden § PQ tijd = 120 -200 ms § QRS duur = 60 -120 ms

Morfologie van de p-top § + in II, III, a. VF § Licht bifasisch

Morfologie van de p-top § + in II, III, a. VF § Licht bifasisch in V 1 § P-top in II/III/a. VF > 2, 5 mm en breder dan 0, 12 sec = Rechter Atrium Hypertrofie (ppulmonale) § P-top bifasisch in V 1 met groot negatief tweede deel > 40 ms en/of 1 mm en notch in I en II = Linker Atrium Hypertrofie (p-mitrale)

Morfologie van de p-top

Morfologie van de p-top

Morfologie QRS complex § Microvoltage ECG: – teveel demping: pericardvocht, pleuravocht, vet – te

Morfologie QRS complex § Microvoltage ECG: – teveel demping: pericardvocht, pleuravocht, vet – te weinig weefsel: cardiomyopathie (amyloid) § LVH: – R in extremiteitsafleidingen >20 mm – S in V 1/V 2 of R in V 5/V 6 > 30 mm – Sokolow: S in V 1 + R in V 5 > 35 mm

Morfologie QRS complex LBTB: QS in V 1 -V 2, brede R in V

Morfologie QRS complex LBTB: QS in V 1 -V 2, brede R in V 6 (QRS>120 ms)

Morfologie QRS complex RBTB: RSR’ in V 1, brede S in V 6 (QRS>120

Morfologie QRS complex RBTB: RSR’ in V 1, brede S in V 6 (QRS>120 ms)

STT segment § § Meestal iso electrisch Loopt licht op Beginpunt = J-punt ST

STT segment § § Meestal iso electrisch Loopt licht op Beginpunt = J-punt ST meten 0, 08 sec na J-punt

STT segment ST elevatie: § § § LBTB/RBTB: ST segment niet beoordelen Infarct Vroege

STT segment ST elevatie: § § § LBTB/RBTB: ST segment niet beoordelen Infarct Vroege repolarisatie Pericarditis Hyper-K+

STT segment ST depressie: § § LBTB/RBTB: ST segment niet beoordelen Ischemie LVH Digitalis

STT segment ST depressie: § § LBTB/RBTB: ST segment niet beoordelen Ischemie LVH Digitalis

STT segment

STT segment

Infarctpatronen 1 Denk aan rechts ECG! I a. VR V 1 V 4 II

Infarctpatronen 1 Denk aan rechts ECG! I a. VR V 1 V 4 II a. VL V 2 V 5 III a. VF V 3 V 6 Inferior

Infarctpatronen 2 I a. VR V 1 V 4 II a. VL V 2

Infarctpatronen 2 I a. VR V 1 V 4 II a. VL V 2 V 5 III a. VF V 3 V 6 Anteroseptaal

Infarctpatronen 4 I a. VR V 1 V 4 II a. VL V 2

Infarctpatronen 4 I a. VR V 1 V 4 II a. VL V 2 V 5 III a. VF V 3 V 6 Posterior (depressies)

STT segment

STT segment

T top Verlengde QT-tijd: § § Medicatie (anti-aritmica, tricyclische AD) LQTS Cerebraal (SAB) Post-infarct

T top Verlengde QT-tijd: § § Medicatie (anti-aritmica, tricyclische AD) LQTS Cerebraal (SAB) Post-infarct

Ritme- en geleidingsstoornissen § Ritmestoornis = verstoring van de normale regelmaat of frequentie van

Ritme- en geleidingsstoornissen § Ritmestoornis = verstoring van de normale regelmaat of frequentie van het sinusritme § Geleidingsstoornis = blok = abnormale vertraging of blokkering van de prikkelgeleiding § Aberrante geleiding = supraventriculaire impuls leidt als gevolg van functionele geleidingsstoornis tot veranderd activatiepatroon van de kamers

Geleidingsstoornissen Van belang bij geleiding: § Amplitude van de actiepotentiaal § Prikkelbaarheid van de

Geleidingsstoornissen Van belang bij geleiding: § Amplitude van de actiepotentiaal § Prikkelbaarheid van de cellen § Vermogen van de stroom zich uit te breiden

AV geleidingsstoornissen 1 e graads AV blok: § PQ tijd> 200 ms § 1:

AV geleidingsstoornissen 1 e graads AV blok: § PQ tijd> 200 ms § 1: 1 geleidingsratio

AV geleidingsstoornissen 2 e graads AV blok: § Periodieke blokkering p-top § Geen 1:

AV geleidingsstoornissen 2 e graads AV blok: § Periodieke blokkering p-top § Geen 1: 1 relatie § Type I of type II blok

AV geleidingsstoornissen Type I 2 e graads AV blok: § Meest voorkomend § Wenkebach

AV geleidingsstoornissen Type I 2 e graads AV blok: § Meest voorkomend § Wenkebach of Mobitz 1 § PQ tijd neemt progressief toe tot p-top blokkade § Oorzaken: verhoogde vagotonus/onderwandinfarct/digitalis/calcium antagonisten § Meestal gunstige prognose

Type I 2 e graads AV blok

Type I 2 e graads AV blok

AV geleidingsstoornissen Type II 2 e graads AV blok: § § § Mobitz 2

AV geleidingsstoornissen Type II 2 e graads AV blok: § § § Mobitz 2 Meestal met bundeltakblok Paroxysmaal AV blok Meestal structurele hartafwijking Kans op progressie tot hooggradig blok of totaal blok met Adams-Stokes aanvallen § PM indicatie

Type II 2 e graads AV blok

Type II 2 e graads AV blok

AV geleidingsstoornissen 3 e graads of totaal AV blok: § Asystolie § Geen relatie

AV geleidingsstoornissen 3 e graads of totaal AV blok: § Asystolie § Geen relatie p-toppen en QRS complex § Vaak escaperitme aanwezig § PM indicatie

Intraventriculaire geleidingsstoornissen RBTB: § Activatie kamer via linker bundeltak → r. SR’in V 1

Intraventriculaire geleidingsstoornissen RBTB: § Activatie kamer via linker bundeltak → r. SR’in V 1 § Normale septumactivatie met r-top in V 1 § QRS < 120 ms = i. RBTB § QRS > 120 ms = compleet RBTB

Intraventriculaire geleidingsstoornissen LBTB: § § Activatie kamer via rechterbundel Abnormale septumactivatie QS in V

Intraventriculaire geleidingsstoornissen LBTB: § § Activatie kamer via rechterbundel Abnormale septumactivatie QS in V 1 Vaak sprake van hartlijden

Intraventriculaire geleidingsstoornissen LAFB: § Voorste fasciculus = dunne bundel, QRS < 120 ms §

Intraventriculaire geleidingsstoornissen LAFB: § Voorste fasciculus = dunne bundel, QRS < 120 ms § Late activatie anterosuperior → linker-as, q. R in I en a. VL, Q V 1 -3, en S in V 6

Intraventriculaire geleidingsstoornissen LPFB: § Achterste fasciculus = brede bundel, QRS < 120 ms §

Intraventriculaire geleidingsstoornissen LPFB: § Achterste fasciculus = brede bundel, QRS < 120 ms § Late activatie inferoposterior → rechter-as, I en a. VF negatief, overige positief

Ritmestoornissen

Ritmestoornissen

Ritmestoornissen § Supraventriculair § AV re-entry tachycardie § ventriculair

Ritmestoornissen § Supraventriculair § AV re-entry tachycardie § ventriculair

Mechanismen van ritmestoornissen § Verkeerde impulsvorming § Verkeerde impulsgeleiding

Mechanismen van ritmestoornissen § Verkeerde impulsvorming § Verkeerde impulsgeleiding

Supraventriculaire tachycardie Ritmestoornis uit de sinusknoop: § § § P-top positief in II, III,

Supraventriculaire tachycardie Ritmestoornis uit de sinusknoop: § § § P-top positief in II, III, a. VF, I, V 6 Sinusaritmie Sinustachycardie Sinusbradycardie SA-blok: stoornis in prikkelgeleiding van sinusknoop naar boezemmyocard § Sick sinus syndroom

Sinustachycardie SR>100 bpm sinustachycardie

Sinustachycardie SR>100 bpm sinustachycardie

Sinustachycardie Een aantal oorzaken ST: § § § Inspanning Stress Ondervulling Koorts Cardiomyopathie Ischemie

Sinustachycardie Een aantal oorzaken ST: § § § Inspanning Stress Ondervulling Koorts Cardiomyopathie Ischemie Slechte pompfunctie Medicatie Hyperthyreoidie Anemie Zwangerschap

Sinusbradycardie § SR<60 bpm = sinusbradycardie

Sinusbradycardie § SR<60 bpm = sinusbradycardie

Sinusbradycardie Oorzaken SB: § § § Medicatie (betablokkers) Ischemie (onderwand) Hypothermie Hypothyreoidie Veel sporten

Sinusbradycardie Oorzaken SB: § § § Medicatie (betablokkers) Ischemie (onderwand) Hypothermie Hypothyreoidie Veel sporten

Supraventriculaire tachycardie Boezemritmestoornissen: § § PAC Atriale tachycardie Atriumflutter Atriumfibrilleren

Supraventriculaire tachycardie Boezemritmestoornissen: § § PAC Atriale tachycardie Atriumflutter Atriumfibrilleren

Atriale tachycardie § § Ectopische prikkelvorming > 100 bpm, meestal 150 -250 bpm Regulair

Atriale tachycardie § § Ectopische prikkelvorming > 100 bpm, meestal 150 -250 bpm Regulair Iso-electrisch interval tussen P-toppen i. t. t. atriumflutter § P-top vaak anders dan bij SR § Meestal bij structureel hartlijden

Atriumflutter § § § Regulair 250 -350 bpm Zaagtand in II, III, a. VF

Atriumflutter § § § Regulair 250 -350 bpm Zaagtand in II, III, a. VF AV knoop kan frequentie niet aan RF ablatie

SVT § Atriumflutter

SVT § Atriumflutter

SVT

SVT

Atriumfibrilleren § § § § Prevalentie neemt toe met leeftijd Geen organisatie boezemactiviteit Onregelmatig

Atriumfibrilleren § § § § Prevalentie neemt toe met leeftijd Geen organisatie boezemactiviteit Onregelmatig kamerritme Bevorderd door structureel hartlijden Paroxysmaal/persisterend/chronisch RR kan dalen met 10 -20 mm. Hg Kortere diastole → ischemie kan ontstaan Complicaties: thrombus/tachy-CMP

SVT § Atriumfibrilleren

SVT § Atriumfibrilleren

Supraventriculaire tachycardie AV junction ritmestoornis: § § § § § Bijvoorbeeld AVNRT: Jonge mensen

Supraventriculaire tachycardie AV junction ritmestoornis: § § § § § Bijvoorbeeld AVNRT: Jonge mensen met goede harten 150 -250 bpm Smal QRS complex P-top in QRS of retrograde p Trage weg en snelle weg Paroxysmaal Kikkerfenomeen Carotismassage/adenosine/calciumantagonisten/ablatie

Atrioventriculaire re-entry tachycardie Bijvoorbeeld WPW: § § Pre-excitatie Accessoire AV-verbinding 90% orthodroom, 10% antidroom

Atrioventriculaire re-entry tachycardie Bijvoorbeeld WPW: § § Pre-excitatie Accessoire AV-verbinding 90% orthodroom, 10% antidroom AF kan leiden tot 1: 1 geleiding

Re-entry tachycardie

Re-entry tachycardie

Re-entry tachycardie

Re-entry tachycardie

Ventriculaire ritmestoornissen § § § PVC Escapeslagen bij totaal AV blok Accelerated idioventricular rhythm

Ventriculaire ritmestoornissen § § § PVC Escapeslagen bij totaal AV blok Accelerated idioventricular rhythm = AIVR VT VF

Ventriculaire tachycardie § § § § Regulair Breed QRS 50% AV dissociatie RBTB-morfologie LBTB-morfologie

Ventriculaire tachycardie § § § § Regulair Breed QRS 50% AV dissociatie RBTB-morfologie LBTB-morfologie Structureel hartlijden Torsade de Pointes: QRS draait om de isoelektrische lijn

Ventrikelfibrilleren § Verlies organisatie elektrische activiteit kamers § Mechanische stilstand § Structureel hartlijden

Ventrikelfibrilleren § Verlies organisatie elektrische activiteit kamers § Mechanische stilstand § Structureel hartlijden

VF

VF

Kenmerken van een VT § QRS > 140 ms § As-draaiing § RBTB-morfologie: positieve

Kenmerken van een VT § QRS > 140 ms § As-draaiing § RBTB-morfologie: positieve concordantie/R/S ratio < 1 in V 6 § LBTB-morfologie: negatieve concordantie/QS in V 6/r. S in V 1 § AV dissociatie

VT

VT

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams § Klasse I: membraanstabiliserende medicatie, Na-instroomremmers § 3 subklassen met

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams § Klasse I: membraanstabiliserende medicatie, Na-instroomremmers § 3 subklassen met verschillende intrinsieke activiteit § Bekendste: – 1 A: Kinidine – 1 B: Lidocaïne – 1 C: Flecaïnide

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams § Klasse II: beta-adrenerge receptorblokkerende medicatie, bijvoorbeeld selokeen § Klasse

Farmacologische classificatie volgens Vaughan-Williams § Klasse II: beta-adrenerge receptorblokkerende medicatie, bijvoorbeeld selokeen § Klasse III: kalium-uitstroomblokkers, actiepotentiaalduur verlengende medicatie, bijvoorbeeld sotalol en cordarone ( QT-tijd) § Klasse IV: calciuminstroom blokkerende medicatie, bijvoorbeeld verapamil

Casus 1

Casus 1

Casus 1

Casus 1

Casus 2

Casus 2

Casus 3

Casus 3

Casus 4

Casus 4

Casus 5

Casus 5

Casus 5

Casus 5