De pass compos Nederlands voltooid tegenwoordige tijd Bijvoorbeeld
De passé composé Nederlands: voltooid tegenwoordige tijd Bijvoorbeeld : Ik heb een film gekeken. Hij is naar school gegaan. Vorm hulpwerkwoord + voltooid deelwoord
Hulpwerkwoord Een vorm van être OF avoir in de présent. Vuistregel Wordt het werkwoord in het Nederlands vervoegd met ‘hebben’, dan gebruik je avoir. Wordt het werkwoord in het Nederlands vervoegd met ‘zijn’, dan gebruik je être.
Het hulpwerkwoord ‘ être ‘ Om de ‘passé composé ‘ te maken, moet je het rijtje van- être goed kennen. Vervoeging Je suis Tu es Il est Elle est On est Nous sommes Vous êtes Ils sont Elles sont Vertaling ik ben jij bent hij is zij is men is/we zijn wij zijn jullie zijn/u bent zij zijn
Uitzondering! Als je être in de passé composé zet, gebruik je het hulpwerkwoord avoir. Dus Ik ben geweest. Je suis été. J’ai été.
Alle werkwoorden van ‘la maison d’Être ‘ vervoeg je met hulpwerkwoord ‘être’ in de passé composé. Bijvoorbeeld: je suis monté (e) / ils sont sortis
Zoals je ziet worden deze werkwoorden in het Nederlands ook gecombineerd met ZIJN. VOORBEELD: Gaan: Wij zijn gegaan – Nous sommes allés Blijven: Hij is gebleven – Il est resté Aankomen: U bent aangekomen – Vous êtes arrivés
Behalve de werkwoorden die een “GAAN” uitdrukken, worden ook de “(FRANSE) WEDERKERENDE” werkwoorden met ÊTRE gecombineerd. In het Nederlands worden deze vervoegd met hebben. VOORBEELD: Zich vermaken: Hij heeft zich vermaakt – Il s’est amusé Opstaan: Wij zijn opgestaan – Nous nous sommes levés Zich wassen: Jij hebt je gewassen – Tu t’es levé. Dus met ‘ ÊTRE ‘ worden 2 soorten werkwoorden vervoegd: de “gaan” werkwoorden + de “se” werkwoorden!
DE UITGANGEN VAN HET VOLTOOID DEELWOORD BIJ ‘ AVOIR ‘ : Hier verandert het voltooid deelwoord NIET! BIJ ‘ ÊTRE ‘ : Hier bepaalt het ONDERWERP de uitgang! VOORBEELD: Il est allé – Ils sont allés (mannelijk enkelvoud verandert niet. ) Elle est allée – Elles sont allées ( vrouwelijk meervoud verandert wel )
hulpwerkwoord is - être 1. Neem het hele werkwoord. aller 2. Haal -er ervan af. all 3. Kijk in het schema welke uitgang je krijgt. onderwerp Uitgang mannelijk enkelvoud é vrouwelijk enkelvoud ée voorbeeld il est allé elle est allée mannelijk meervoud vrouwelijk meervoud ils sont allés elles sont allées és ées
- Slides: 9