De Grieken 700 30 v C Situering in

  • Slides: 18
Download presentation
De Grieken (700 -30 v. C. ) Situering in tijd en ruimte

De Grieken (700 -30 v. C. ) Situering in tijd en ruimte

Planning • Vandaag: twee delen – De invloed van de Griekse beschaving op onze

Planning • Vandaag: twee delen – De invloed van de Griekse beschaving op onze cultuur – De Griekse beschaving in tijd en ruimte

Griekenland, vakantieland

Griekenland, vakantieland

Griekenland, vakantieland • Zonnig weer (stranden, resorts, enz. ) • Water (zeilen, cruises, enz.

Griekenland, vakantieland • Zonnig weer (stranden, resorts, enz. ) • Water (zeilen, cruises, enz. ) • Cultuur (oude gebouwen)

De Griekse invloed in onze eigen tijd

De Griekse invloed in onze eigen tijd

De Griekse invloed in onze eigen tijd • Oefening (p. 3): lees de Griekse

De Griekse invloed in onze eigen tijd • Oefening (p. 3): lees de Griekse woorden aan de hand van de tabel; maak een letterlijke vertaling van iedere letter • Wat leren we uit deze woorden? – Veel Griekse letters lijken op onze letters – Heel wat woorden zijn (ongeveer) hetzelfde – Dit duidt op een duidelijke invloed

Deel 2: De Griekse beschaving in tijd en ruimte (vanaf p. 5)

Deel 2: De Griekse beschaving in tijd en ruimte (vanaf p. 5)

A. Levensruimte van de Grieken • • • Heuvelachtig: veel bergen en heuvels Diepe

A. Levensruimte van de Grieken • • • Heuvelachtig: veel bergen en heuvels Diepe rivierdalen, tussen de heuvels Lage kustvlaktes Hoogste punt: Olympusberg, 2917 m Welke invloed heeft reliëf op contacten tussen Grieken? – ‘Groot reliëf’ scheidt Grieken: moeilijk elkaar te bereiken

A. Levensruimte van de Grieken • Moeilijk om één rijk te vormen door groot

A. Levensruimte van de Grieken • Moeilijk om één rijk te vormen door groot reliëf • Ontstaan verschillende stadstaten (stadstaat = polis; stadstaten = poleis)

A. Levensruimte van de Grieken • Egeïsche Zee verbindt Griekenland met Klein Azië

A. Levensruimte van de Grieken • Egeïsche Zee verbindt Griekenland met Klein Azië

A. Levensruimte van de Grieken (p. 6) • Veel eilandjes: kleinste afstand slechts enkele

A. Levensruimte van de Grieken (p. 6) • Veel eilandjes: kleinste afstand slechts enkele kilometers • Regelmatige wind: handig voor zeevaart • Zee dringt diep door in binnenland: veilige havens • Zeevaart wordt gemakkelijk • Land is verdelend, zee is verenigend

A. Levensruimte van de Grieken • Zonnige vakantiebestemming • Klimaat – Warme zomer (droog,

A. Levensruimte van de Grieken • Zonnige vakantiebestemming • Klimaat – Warme zomer (droog, dor) – Koele winter (regen) • Gevolgen van warme klimaat op samenleving – Mensen komen vaak buiten – Marktplaats (agora) speelt belangrijke rol: discussie Belangrijk voor historische ontwikkeling!

B. Periodes in de Griekse beschaving (p. 7) • Minoïsche beschaving (3000 -1450 v.

B. Periodes in de Griekse beschaving (p. 7) • Minoïsche beschaving (3000 -1450 v. C. ) – Kreta, Z-Griekenland – Vrede, schrift en handel • Myceense beschaving (1600 -1200 v. C. ) – Vasteland – Militair (Ilias Homeros) • Duistere eeuwen (1200 -800 v. C. ) – Invallen door Doriërs: verval van schrift en cultuur

B. Periodes in de Griekse beschaving • Archaïsche periode (800 -500 v. C. )

B. Periodes in de Griekse beschaving • Archaïsche periode (800 -500 v. C. ) – Basis Griekse cultuur: vorming stadstaten, Olympische Spelen en Godsdienst • Klassieke periode (500 -350 v. C. ) – Bloeitijd van Griekse cultuur, democratie, beeldhouwkunst, filosofie en wetenschap – Beginpunt: Perzische (stadstaten vs. Perzië) en Peloponnesische oorlogen (Athene vs. Sparta)

B. Periodes in de Griekse beschaving • Hellenistische beschaving (350 -30 v. C. )

B. Periodes in de Griekse beschaving • Hellenistische beschaving (350 -30 v. C. ) – Verspreiding tot ver buiten Griekenland (veroveringen Alexander de Grote) – Ontwikkeling wetenschap; grootste wetenschappelijke ontdekking van Griekse Oudheid – Einde Griekse beschaving

Groepswerk • 10 verschillende documenten: gebouwen, objecten, kunstwerken, … – Zet de juiste periode

Groepswerk • 10 verschillende documenten: gebouwen, objecten, kunstwerken, … – Zet de juiste periode (A tot F) bij elk document – Let op thema, periode en plaats MAAR ook op personen