Chemo en fotosynthese V Rasquin 13 de Vlaams
















































- Slides: 48
Chemo- en fotosynthese V. Rasquin 13 de Vlaams Congres van Leraars Wetenschappen
• Zeer veel levensprocessen zijn endergonisch: ze vereisen energie • ATP (adenosinetrifosfaat) is de universele energieleverancier
Hydrolyse van 1 mol ATP bij N. O. levert 30, 6 k. J: ATP 4 - + H 2 O ADP 3 - + Pi 2 - + H+ ∆G° = - 30, 6 k. J/mol
• ATP wordt niet gestockeerd in de cel en wordt naargelang de behoeften gesynthetiseerd. • De energie die nodig is voor de synthese wordt gehaald uit de oxidatie van energierijke C-verbindingen, zoals glucose.
• Organismen, die deze energierijke verbindingen kunnen synthetiseren vertrekkend van eenvoudige anorganische verbindingen, zoals CO 2 (koolstofbron) en H 2 O of H 2 S (waterstofbron), zijn AUTOTROOF. • Organismen die dit niet kunnen, zijn HETEROTROOF.
• FOTOAUTOTROFEN halen de nodige energie voor de synthese van hun energierijke C-verbindingen uit LICHT. Zij doen aan FOTOSYNTHESE. • CHEMOAUTOTROFEN halen de nodige energie uit de oxidatie van anorganische verbindingen zoals NH 3, H 2 S of Fe 2+. Zij doen aan CHEMOSYNTHESE. Het zijn allemaal prokaryoten.
Anatomie van een blad
De chloroplasten als fotosynthesecentra
De thylakoïdmembranen granum lamel zetmeel
Electromagnetisch spectrum en zichtbaar licht Gamma stralen X-stralen UV Infrarood & Microgolven zichtbaar licht Golflengte (nm) Radiogolven
Pigmenten in de thylakoïden absorberen een deel van het licht LICHT weerkaatst licht geabsorbeerd licht doorgelaten licht
N N N Fe N N N Mg N N Heemgroep Chlorophyllen symmetrisch p systeem; absorbeert blauw licht absorberen blauw en rood licht O
Absorptiespectra van fotosynthetische pigmenten Bladeren zijn groen
Overzicht van de fotosynthese CO 2 Cx(H 2 O)y lichtenergie chloroplast H 2 O sacharide + O 2
De synthese van sachariden, vertrekkend van CO 2 en water, stelt een enorm thermodynamisch probleem: 6 CO 2 + 6 H 2 O C 6 H 12 O 6 + 6 O 2 DGo = +2480 k. J/mol Keq = 10 -496 Fotosynthetiserende organismen kunnen lichtenergie efficiënt gebruiken om deze reactie te realiseren. De energie van rood licht (700 nm) is E = Nh = 172 k. J/einstein* 6 CO 2 + 6 H 2 O + 48 h C 6 H 12 O 6 + 6 O 2 DGo = -5398 k. J/mol *Eén einstein is één mol fotonen. N = getal van Avogadro (6 x 10 23); Keq = 10942 ! h = constante van Planck (6. 63 x 10 -34 J/s); = frequentie (s -1).
lichtreacties Calvincyclus
DE LICHTREACTIES
Globaal • Omzetting van lichtenergie in chemische energie (ATP) • Fotolyse van water, waarna energierijke elektronen worden overgedragen op NADP+, dat gereduceerd wordt tot NADPH
• In de thylakoïdmembraan zijn de fotosynthetische pigmenten gegroepeerd in fotosystemen. • Hiervan zijn er twee types: PSI en PSII; zij verschillen in samenstelling en zijn maximaal actief bij een verschillende golflengte van het geabsorbeerde licht.
PSII
PSII supercomplex
Lichtenergie wordt opgevangen door pigmenten in LHCII en razendsnel doorgestuurd via andere pigmentmoleculen naar de 2 reactieve chlorofyl a moleculen in het recatiecentrum ( de P 680 moleculen)
Het LHC-II eiwit is een trimeer met 14 chlorofyllen en 3 carotenoïden per subeenheid Chl-b Chl-a carotenoïde Z. Liu et al. Nature 428: 287 (2004)
Elektronentransport in PSII stroma lumen OEC
OEC
Reductie van plastochinon hydrofobe keten
Cyt b 6 f
Plastocyanine Cu 2+ e- Cu+
Plant-PSI is een monomeer P 700 Lhca 3 Lhca 1 Lhca 4 Lhca 2 A. Amunts, O. Drory & N. Nelson, The structure of a plant Photosystem I supercomplex , Nature, 447, 58 -63 (2007).
Elektronentransport in PSI
Reductie van NADP+ NADPH
De reductie van NADP+ gebeurt door een hydride-ion (H-), afkomstig van 2 waterstofatomen, die vrijkomen bij de dehydrogenatie van de oxidator: a) 2 H H - + H+ b) NADP+ + H- NADPH
ATP-synthase
Overzicht niet-cyclische fotofosforylering
Ligging van de componenten in de thylakoïdmembraan ATP-synthase Gestapelde membranen PSII Cyt b 6 f PSI LHCII
Verhouding ATP/NADPH is gunstig niet-cyclische fotofosforylering
Extra ATP nodig cyclische fotofosforylering
DE CALVINCYCLUS
Tijdens deze reactiereeks, die doorgaat in de stroma van de chloroplast, wordt CO 2 gereduceerd tot een sacharide. De energie die hiervoor nodig is wordt geleverd door ATP en de waterstof (inclusief e-) door NADPH. ATP en NADPH zijn afkomstig van de lichtreacties.
Globale reactie voor de synthese van 1 mol glucose Lichtreacties: 12 H 2 O + 12 NADP+ + 18 ADP + 18 Pi + lichtenergie 6 O 2 + 12 NADPH + 12 H+ + 18 ATP + 18 H 2 O Calvin: 6 CO 2 + 18 ATP + 12 NADPH + 12 H+ + 10 H 2 O 2 triosefosfaat + 18 ADP + 16 Pi + 12 NADP+ Cytosol: 2 triosefosfaat fructose 6 -fosfaat + Pi fructose 6 -fosfaat glucose 6 -fosfaat Glucose 6 -fosfaat + 2 H 2 O glucose + P i GLOBAAL: 6 CO 2 + 12 H 2 O + lichtenergie C 6 H 12 O 6 + 6 O 2 + 6 H 2 O
C 4 -planten C 3 -plant C 4 -plant
C 4 -planten
CAM-planten NACHT DAG
EINDE