Biologie op het mbo Deel 2 Survival of
Biologie op het mbo Deel 2: Survival of the fittest
Planning blok 1 1 Week 37 Niveau 2 1 Evolutie Niveau 3/4 1 Evolutie 2 38 1 Evolutie 3 39 4 40 2 Survival of the fittest Geen les 5 41 3 Domesticatie 4 Taxonomie en biodiversiteit 6 7 42 44 Toets Bespreken toets Niveau 4 para 1 Evolutie 2 Survival of the fittest 3 Domesticatie Geen les 4 Taxonomie en biodiversiteit 5 Biotopen, Ecosystemen en Kringlopen Toets Bespreken toets
Vorige week • Wat is de evolutietheorie • Verschil tussen evolutietheorie en schepping • Wat de volgende wetenschappers hebben betekent voor de evolutietheorie • • Darwin Linnaeus Cuvier Lamarck • Wat ‘survival of the fittest’ betekent
Antwoorden Linneaus Lamarck Cuvier Darwin Mendel 1707 -1778 1744 - 1829 1769 - 1832 1809 - 1882 1822 - 1884 Taxonomie Erving van genetische eigenschappen Uitsterven van dieren en mensen door overbevolking Evolutie theorie Genetica , DNA Dier/planten groepen Aanpassing aan omgeving Rampen /meteorieten Soortvorming Mutatie Dinosauriërs /fossielen Natuurlijke selectie Erfelijkheid/ stambomen God/schepping Genetische variatie voorouders Isolatie/continenten Domesticatie, rassen
Leerdoelen deze les • Kunnen uitleggen wat ‘survival of the fittest’ inhoud. • Kunnen uitleggen wat het verschil is tussen kunstmatige en natuurlijke selectie. • Kunnen uitleggen wat selectiedruk is. • Kunnen uitleggen wat adaptatie is. • Zelf kunnen redeneren hoe jij ‘the fittest’ zouden kunnen worden.
Evolutietheorie: 1. Variatie in erfelijke eigenschappen binnen een soort 2. Natuurlijke selectie 1. Elk organisme krijgt veel nakomelingen 2. Organismen met gunstigste genen hebben grootste overlevingskans > kunnen meer en betere nakomelingen maken 3. Ontstaan van nieuwe soorten door isolatie 1. Populatie van dieren wordt door natuurlijke oorzaak in twee groepen gesplitst 2. In beide gebieden treedt natuurlijke selectie op waardoor de twee populaties zich aanpassen aan de daar heersende omstandigheden 3. Na verloop van tijd zijn twee populaties zo van elkaar gaan verschillen dat ze geen vruchtbare nakomelingen meer kunnen krijgen
2. Natuurlijke selectie • Individuen die het beste aangepast zijn aan het milieu hebben grootste overlevingskans. Organismen produceren teveel nakomelingen (populaties blijven min of meer gelijk in grootte) • Survival of the fittest • Gunstige genen veel overlevende én zich voortplantende nakomelingen.
Natuurlijke selectie • Eén van de belangrijkste aanwijzingen voor de juistheid van Darwin zijn theorie vond hij in gedomesticeerde planten en dieren. • Door kunstmatige selectie heeft de mens allerlei verschillende rassen van bijvoorbeeld honden gecreëerd. • De manier waarop mensen al jaren de beste of gewenste eigenschappen van planten en dieren kiest om mee door te fokken, is een manier waarop de evolutie ook kan hebben gewerkt. • Darwin zei dat zo’n selectieproces ook in de natuur gebeurde, maar dan door natuurlijke selectie.
Selectiedruk • Selectiedruk = de strijd om het voortbestaan. • De omgeving van een dier heeft invloed op de overlevingskans van het individu. Die biedt namelijk voedsel en leefruimte, maar ook roofdieren en concurrenten. • Niet alle dieren die geboren worden, worden oud genoeg om zich voort te planten. • De omgeving heeft invloed op het selectieproces. Dat wordt ook wel selectiedruk genoemd.
Survival of the fittest • De natuur selecteert de organismen op hun vermogen zichzelf te voeden, het vermogen te zorgen voor hun veiligheid en het vermogen tot voortplanten. • Kortom dieren moeten • Voeden • Veilig zijn • Voortplanten • Bekijk het filmpje: Overleven op de Galapagos
Maar het is meer dan dat • Survival of the fittest gaat niet over dat alleen het beste dier over blijft, het gaat over het (constant) kunnen aanpassen aan veranderingen. • Die veranderingen kunnen een nieuwe omgeving zijn, maar ook een storm, voedselschaarste door droogte enzovoort. • Dan moet je met nieuwe andere manieren kunnen komen
Vermogen om aan te passen • Het vermogen om aan te passen wordt ook wel adaptatie genoemd. • Adaptatie vindt plaats wanneer een erfelijke eigenschap van een soort of populatie, zorgt dat de bouw en/of het gedrag van een individu van die soort wordt aangepast aan de specifieke omgeving waarin het dier leeft. • Door deze aanpassing heeft een organisme een grotere kans op overleven en nakomelingen.
Voorbeelden van aanpassen • Capucijn aap die noot probeert te kraken • https: //www. youtube. com/watch? v=f. FWTXU 2 j. E 14 • Dolfijnen die cirkels in het zand maken • https: //www. youtube. com/watch? v=-THGIPMk. M 3 s
Afsluitende opdracht • Straks gaan jullie allemaal stage lopen en na deze opleiding misschien wel aan het werk. • Met jullie zijn er ieder jaar vele studenten die afstuderen aan de opleiding dierverzorging. • Wil jij die ene stageplek weten te bemachtigen of dat ene gave baantje, dan zal je moeten laten zien (survival of the fittest) • Hoe ga jij je adapteren de komende jaren om The Fittest te worden?
- Slides: 14