9 IJ PERIODE HUMOR LACHEN WAPENT DE MENS

























































- Slides: 57
9 IJ PERIODE HUMOR
LACHEN WAPENT DE MENS TEGEN VIRUSSEN EN KWAADWILLENDE CELLEN. WIE LACHT, LEEFT LANGER. HUMORISTISCHE SCHRIJVERS ZIJN LEVENSREDDERS. " • Ronald Giphart
HUMOR, WAT IS DAT EIGENLIJK? • Wat is humor? • Wanneer vinden we iets grappig? • Wanneer vind jij iets grappig?
HUMOR PERIODE: WAT GAAN WE DOEN? • Theorie? • Toets? • Veel beleven, luisteren en kijken. • Veel doen en maken • Een persoonlijk schrift
HUMOR: INLEIDING (1/3) • Definitie: oog en gevoel voor wat grappig is. Combinatie denken en emoties: onverwachte. • de term humor • het woord humeur, stemming >waardering van een situatie.
HUMOR: INLEIDING (2/3) 4 verschillende humors (lichaamssappen) • Gele gal: • Zwarte gal: • Bloed: • Slijm:
HUMOR: INLEIDING (3/3) • komende tijd • Functies van humor • Verdeling van soorten humor • Humor in de literatuur • Is humor belangrijk? • Tot slot: humor is menselijk en (een beetje? ) persoonlijk
HUMOR: JOUW HUMOR?
HUMORCIRKEL 1. Zwarte humor 6 Ironie 2. Kolder 7 Satire 3. Klucht 8 Sarcasme 4. Esprit 5. Parodie 9 cynisme
AAN HET WERK • Verwerk in je schrift: • Inleiding • Jouw humor vroeger en nu minimaal 1 pagina. • Humorcirkel tekenen; middenpagina schrift; flink groot en netjes.
Hardop in zichzelf praten doen veel mensen. 't Is ontspannend en je hebt altijd gelijk. ( Simon Carmiggelt)
VANDAAG • Terugblik gisteren • H 1 de theorie achter humor • Vervolgopdracht.
H 1. 1 ACHTERGRONDEN HUMOR (1/2) wat is nu precies humor? • Er moet een aanleiding zijn (stimulus) • Vaak is er een tegenstrijdigheid (incongruentie) in de situatie. • Humor is de waardering die wij voor zo’n situatie hebben. • Mensen houden eigenlijk helemaal onvoorspelbaarheid. Bij humor herkennen we echter de context (bijv. een vriendengroep, een tvprogramma, een boek) • Functies: sociale binding, emotionele en psychische ontlading en verwerking, lichamelijke gezondheid (endorfine etc), maar ook bijvoorbeeld maatschappijkritiek.
H 1. 2 KOLDER (2/2) • Kolder: overdrijving is duimendik. Werkelijkheid op de kop. Overdreven en onschuldig. Absurd. Er wordt niemand gekwetst. Makkelijk te begrijpen. Visueel, vaak non-verbaal. • Clowns: Charlie Chaplin, Laurel & Hardy, Bassie en Adriaan: clown zelf is slachtoffer en dader. Clown lijkt op een kind. Onbevangen. • Klucht: toneelstuk over alledaagse onderwerpen. ME=blijspel. Moraal + didactisch/spiegelfunctie. Simpel, clichés, jong en oud, huwelijk en overspel vaak thema’s. • Limericks: dichtvorm. Aabba + plaatsnaam.
AAN HET WERK Luister naar het “spreukjesbos” van Herman Finkers Welke taalgrapjes maakt hij? Probeer zoveel mogelijk te noteren.
VERVOLGOPDRACHTEN: • Welke herinneringen heb jij aan clowns? Noteer dat bij dit hoofdstuk. Vond je ze leuk? Welke we en welke niet? Waarom wel of waarom niet? • Maak zelf op een tekenpagina een cartoon of spotprent. Dit is een humoristische tekening. Dit kan bijvoorbeeld een karikatuur van een bekend tv -persoon, een persiflage van een actuele situatie of simpelweg een afbeelding van een komische situatie zijn. • Schrijf zelf een koldergedicht van minimaal 8 regels. Speel met taal, denk aan dubbelzinnigheden, letterlijke en figuurlijke betekenis, omdraaien van woorden of letters
MAANDAG Bij Noordwijk zwom een nat konijn temidden van een school tonijn. ‘Tja, ’ sprak het beest, ‘dat tomt er van als men de ta niet zeggen tan. ’
vandaag terugblik voor de vakantie: wat hebben we gedaan? theorie verdere aan uitleg 'grote opdracht" het werk met twee opdrachten 28 -11 -2020
H 2 SPELEN MET TAAL (1/3) Humor kan 4 functies hebben: 1 amuserende humor (sociale humor) (gemakkelijk, onschuldig, mopjes) 2 zelfversterkende humor (eigen emoties en stress reguleren) (Ik heb maar een week aan dat verslag gewerkt) 3 agressieve humor ( vernederen/manipuleren van anderen) (Dus je bent je huiswerk vergeten, wat stom van je) 4 zelfbeschermende humor ( jezelf kleineren om anderen te vermaken) ( Ik maak alleen maar stomme opmerkingen)
vervolg H 2 spelen met taal (2/3) Humor kan ontstaan door het spelen met taal, bijvoorbeeld door: - Spoonerisme: het omdraaien van letters of lettergrepen tussen woorden. Bijv. een rokje blond of heien en braken - Vreemde vergelijkingen We hebben anorexia, we kwamen aanwaaien. Een stem als roze toiletpapier 28 -11 -2020
H 2 SPELEN MET TAAL (3/3) Eén vorm waarbij dit past is: Esprit. - in de esprit vind je verhaaltjes over het dagelijks leven, herkenbare situaties met een twist. • dit levert alleen glimlach op • Geen direct slachtoffer • Kennis en levenservaring nodig om dit te begrijpen • Simon Carmiggelt (1913 – 1987), Toon Hermans, Annie mg schmidt. Kees van Kooten. Etc.
een verhaaltje (verhaal +opdracht moet in je schrift) Je krijgt een stuk tekst uit het boek Wie heeft er wél een boek bij zich? van Johan Goossens. Lees zelf de tekst en beantwoord in tweetallen de volgende vragen: 1. zie je de kenmerken van esprit hier terug? (dagelijks leven, herkenbaar) Hoe? 2. zit er ook een twist/wending in het verhaal? Waar? 3. zitten er stukjes in die jullie grappig vinden? Waarom? 4. wat vinden jullie van dit verhaal? 28 -11 -2020
SPOONERISME (DE SLAK-EN ZAAGREGELING) ( ER LEEFDE EENS HEEL WER VEG, IN EEN KRACHTIG PASTEEL EEN SCHEEL HOON MEISJE) • Je krijgt een gedicht van de leerkracht. Lees het gedicht samen en haal er 6 spoonerismen uit. Herschrijf minimaal 4 regels weer in de "goede" vorm. • Plak het gedicht in je schrift. • Schrijf zelf in je schrift een koldergedicht/verhaalvan minimaal 8 regels. Speel met taal, denk aan dubbelzinnigheden, letterlijke en figuurlijke betekenis, omdraaien van woorden of letters. Maak een grappige tekening bij Sint Dracus of je eigen gedicht. (hoeft nog niet af voor morgen)
en verder Uitleg grote opdracht: Presentatie; de de laatste week op woensdag en donderdag. Je krijgt er een cijfer voor. Morgen: tijd om eraan te werken ( maken van een opzet/ontwerp) vrijdag: halve les om eraan te werken (bijv. filmen) Zorg dus dat je dan materiaal hebt om aan het werk te gaan. huiswerk: bedenk zelf een espritverhaaltje, een grappig, kort verhaal van iets dat je mee hebt gemaakt. (bijvoorbeeld op vakantie, op reis, etc. ) 28 -11 -2020
DONDERDAG Zo gaat dat met reizen; je doet het voornamelijk voor- en achteraf. Ik althans, aangezien ik tijdens de eigenlijke reis onafgebroken bezig blijf met het bewaken, rondzeulen, inpakken, uitpakken en herindelen van mijn bagage. Kees van Kooten
4 SOORTEN HUMOR 4 vormen: 1 amuserende humor (sociale humor) 2 zelfversterkende humor (eigen emoties en stress reguleren) 3 agressieve humor ( vernederen/manipuleren van anderen) 4 zelfbeschermende humor ( jezelf kleineren om anderen te vermaken)
VANDAAG • Terugblik gisteren: H 1 Kolder en een limerick • Theorie esprit • Aan het werk.
H 2 ESPRIT • Het dagelijks leven, herkenbare situatie. • Glimlach • Verhaalvorm • Geen direct slachtoffer • Kennis en levenservaring nodig om dit te begrijpen • Simon Carmiggelt (1913 – 1987), Toon Hermans, Annie mg schmidt. Kees van Kooten. Etc.
AAN HET WERK • Verwerk de theorie • Schrijf een kort espritverhaaltje over iets dat je zelf mee hebt gemaakt. Denk aan een vakantie-ervaring. Bouw het verhaaltje op, waarbij je op het eind een verrassende wending geeft.
Gevoel voor humor begint bij gevoel voor verdriet. (Toon Hermans 1916 -2000)
VANDAAG: NOG EEN BEETJE ESPRIT EN DAARNA PARODIE • Terugblik deze week • Verhaal van Simon Carmiggelt en Kees van Kooten met opdracht • Theorie H 3 Parodie • verwerkingsopdracht • Opdracht(je) voor je stage
H 3 PARODIE
THEORIE PARODIE: MAAK AANTEKENINGEN • Parodie: wat is het verband met satire en ironie? • Milder van toon, heeft geen extra doel, is (nog) onschuldig. • Wat is het? Spottende nadoen, met (kleine) verandering inhoud • Kernmerken: verhaal of persoon dat/die herkenbaar is voor iedereen. • Voorbeelden in de literatuur: Roald Dahl (sprookjes), Rien Poortvliet ( leven en werken van de kabouter) Don Quichot ( op de ridderromans) maar ook bijv. Donald Duck. • Op internet: de Speld (op nieuws) films (scary movie, Monty Python) • Tv en muziek: vele voorbeelden.
EEN SPROOKJE We lezen samen de tekst. beantwoord de volgende vragen: 1. waarom is dit een voorbeeld van een parodie? 2. waar wijkt het verhaal af van het gewone verhaal?
nog een verhaaltje We gaan 2 x luisteren naar het bijbelverhaal van Hans Teeuwen. bij de 2 e keer krijg je een opdracht. 28 -11 -2020
werkblad Je krijgt een werkblad met tekeningen van bekende figuren. Bedenk bij ieder figuur een tekst die net niet past bij dit figuur. Teken dit erbij en plak het werkblad in je schrift. 28 -11 -2020
VRIJDAG: • Opdracht 1 voor vandaag: maak een parodie op een sprookje. In een filmpje, strip, tekening of in een verhaal. • In tweetallen • Na stage nog tijd om aan te werken en een presentatie aan het eind van de week. • Opdracht 2: bekijk aankomende week op je stage welke humor gehanteerd wordt. Worden er bepaalde grappen gemaakt die specifiek zijn voor je stage?
WELKOM TERUG
VANDAAG • • Terugblik: eerste OP-week • H 3 Parodie: theorie • Opdracht: parodie op een sprookje • Vandaag H 4 Ironie
THEORIE IRONIE • Letterlijk “geveinsde onwetendheid” (latijn) • Kenmerken: milde spot • Ontvanger belangrijk • Ambiguïteit • 4 soorten: • Overdrijving • verkleining • omkering (understatement) • Niet-passend woordgebruik • l'arme du faible • Bekende schrijvers
VERWERKINGSOPDRACHT IRONIE • Verwerk de theorie van H 4 Ironie • Kaas van Willem Elschot: opdracht • Opdracht: beschrijf je eigen huis op ironische toon.
DE MENSHEID WORDT WEL INTELLIGENTER, MAAR NIET SLIMMER
SATIRE EN SARCASME
VANDAAG • theorie • Twee filmpjes • Enkele zelfgeschreven producten: ironische beschrijvingen over je huis en/of een espritverhaal • Verwerkingsopdracht bij Satire en sarcasme
THEORIE SATIRE EN SARCASME (1/2) • Satire: betekent letterlijk: schaal met gemengde vruchten (voedsel voor de geest. . ) Een stap sterker dan parodie (dus een bestaand verhaal/concept) • Kritiek, geeft een mening op bijvoorbeeld de maatschappij • Doel: wakker schudden, na laten denken, iets leren. • Kennis van onderwerp is nodig om satire te begrijpen. • voorbeelden
THEORIE (2/2) • Sarcasme: (Grieks) letterlijk: ergens vlees vanaf scheuren. Stap sterker dan ironie (dus een grapvorm) • Ook persoonlijk • Grof • Grimmige glimlach • Uiting is anders dan bedoeling. • Voorbeelden? Max Havelaar (droogstoppel)
JULLIE WERK • Filmpjes en teksten. • Aan het werk:
AAN HET WERK
VERWERKINGSOPDRACHT Keuzeopdracht: - Maak zelf een satire op het gedicht Denkend aan Holland - Maak een sarcastische tekst op het lied vijftien miljoen mensen •
CYNISME Specialist: "Eerst het goede nieuws: er zal een ziekte naar u genoemd worden. "
VANDAAG • Satire en sarcasme: theorie en nog 2 filmpjes • enkele uitwerkingen van het Hollandgedicht • enkele ironische verhalen. • Verwerken zelfgemaakt satirisch gedicht in schrift met tekening. • Theorie Cynisme • aan het werk; verwerkingsopdracht
schrijf een sarcastische/cynische column over een reclame of trend die jij irritant vindt. minimaal 200 woorden, max. 350 woorden. Kies een merk of reclamespot dat bekend is. Probeer zo helder mogelijk te beschrijven waarom jij dit niets vindt. Gebruik zoveel mogelijk sarcasme of cynisme. Bijvoorbeeld: The Voice of Holland is één groot reclameblok. Kandidaten ontspannen tussendoor met een heerlijk zakje Haribo snoep, slurpen liters Coca Cola weg en spoelen na met Chaud Fontaine. Ondertussen twitteren ze stuntelig op een Samsung Galaxy Tab die natuurlijk van Vodafone is. 28 -11 -2020
THEORIE H 7 ZWARTE HUMOR EN NON-HUMOR • Dictaat: mag direct in schrift
VANDAAG • enkele verhalen • debat • een debatopdracht voorbereiden: kan humor altijd? en overal? • Afronden schrift
DE LAATSTE DAG Debatopdracht Stap 1: voorbereiden in groepjes Je gaat met je groepje samen twee onderwerpen bespreken en voorbereiden. Stap 2: in de klas gaan enkele leerlingen uit de groepjes een debat voeren over dit onderwerp.